Laatste update 18:34
36

Korpschef vernietigt berisping van inspecteur die collega onterecht aanhield

Twee jaar geleden werd een succesvolle Marokkaans-Nederlandse politieagent geprofileerd, ten onrechte aangehouden en mishandeld door zijn eigen collega’s in Enschede. Het Openbaar Ministerie deed onderzoek en oordeelde dat de aanhoudende inspecteur schuldig was aan meerdere feiten. Er werd afgezien van vervolging als de politie het incident intern zou afhandelen en de politie-inspecteur kreeg een schriftelijke berisping voor plichtverzuim. Vandaag meldt de politie dat korpschef Erik Akerboom de berisping heeft vernietigd. Een bezwaaradviescommissie heeft geconcludeerd dat er geen sprake was van plichtsverzuim en dat de agent ‘heeft gehandeld naar de omstandigheden van situatie’.

Wat was die situatie ook alweer? In NRC beschreef de modelagent hoe hij zijn vader en broer afzette bij het politiebureau omdat die laatste aangifte wilde doen van een aankoop waarbij hij opgelicht werd. De agent ging niet met hen mee naar binnen, maar toen zijn familieleden teleurgesteld terugkwamen omdat de afspraak die zij gemaakt hadden om aangifte te doen in de wind werd geslagen, ging hij zelf op onderzoek uit. Hij trof zeer onvriendelijke agenten aan die hem niet serieus namen. Nadat hij aangeeft zelf ook voor de nationale politie te werken escaleert het rap. NRC schrijft:

Even later verschijnt een grote kale man in de deuropening. Rang: brigadier. „Wie doet hier alsof hij agent is?”, buldert hij. „Hier komen!” De man bekijkt R. van top tot teen. „Jij ziet er niet uit als een politieman.” Heeft hij identificatie bij zich? Nee. R.: „Ik zei: mijn naam is A. R., zoek het op in het systeem.” Dat gebeurt niet.

Na lang gesteggel komen ze eruit. R. mag inderdáád aangifte doen op het bureau. Maar niet nu. Hij moet maar een nieuwe afspraak maken. De brigadier verdwijnt weer naar achter. „Dinsdag om 10.30 uur”, zegt de agente achter de receptie. „Kun je zo vroeg opstaan?”

Hij is al bijna bij de uitgang, als hij het gekraak hoort van een portofoon. Prrrt. Hij draait zich om. Voor hem staat een andere politieman, R. herkent de rang als inspecteur. Die begint te schreeuwen. Dat R. zich uitgeeft voor agent, dat hij zich moet identificeren, dat hij nú mee naar binnen moet komen. De inspecteur grijpt hem vast. R. rukt zich los. Ook de brigadier staat er nu bij. „Pepperspray!”, roept hij. „Pepperspray!” Andere agenten komen aangerend. Ze sleuren R. hardhandig naar achteren. Werken hem tegen een muur. Hij kneust zijn pols. Zijn broek wordt kapotgescheurd.

De agent beschrijft hoe vernederd, gekleineerd en gediscrimineerd hij zich voelt:

Etnisch profileren. Ik heb moeite om het zo te zeggen, maar dat is precies hoe het voelde. Ze zagen alleen een Marokkaan. Wanneer ik als blonde jongen dat bureau was binnengelopen, dan was dit allemaal niet gebeurd.

Na de onterechte en hardhandige aanhouding werd de gevierde agent als verdachte behandeld. Hij moest twee weken gedwongen met verlof in het kader van onderzoek, zijn dienstwapen inleveren en in gesprek met de VIK, de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten. Als de camerabeelden worden bekeken, mag hij weer aan het werk maar degenen die hem mishandelden, lijken er zonder kleerscheuren vanaf te komen. Daarom deed hij aangifte. Naar nu blijkt tevergeefs.

Lees ook op Joop: Schokkend: agent mishandeld door collega’s bewijst dat etnisch profileren echt is

Cc-foto: Jos @FPS-Groningen

Geef een reactie

Laatste reacties (36)