105

Minister van Defensie nu al onder vuur

De eerste vrouwelijke minister van Defensie, Jeanine Hennis, valt in alle loopgraven tegelijk

Jeanine Hennis-Plasschaert werd met gepaste trots gepresenteerd als de allereerste vrouwelijke minister van Defensie. Een unicum, zeker in een land waar vrouwen nog steeds zwaar onderbedeeld worden in de machtsverdeling. Normaal gesproken gun je zo’n nieuweling het plezier en de gewenning van de wittebroodsweken. Die duren voor het op 5 november geïnstalleerde kabinet nog anderhalve week. De Kamer heeft haar zelfs wat extra inwerktijd toegezegd. Maar bij Hennis dringt zich nu reeds de vraag op: Hoe blij moeten we zijn met dit boegbeeld?

In een persoonlijk interview in de NRC leerden we haar beter kennen. Inclusief haar voorliefde voor lieslaarzen. Paginagroot stond ze met haar bungelende benen in de krant. Dat beeld is misschien wel profetisch want ruim een maand na de installatie van het kabinet worden we geconfronteerd met de ene na de andere blunder van de vrouw die gepresenteerd werd als de slimste liberale meid.

De indruk ontstaat dat Jeanine Hennis niet helemaal duidelijk weet wat er wel onder haar portefeuille valt, en vooral wat niet. Zo stelde ze maandag in een Kamerdebat met aplomb dat er een discussie op internationaal niveau moet komen over de inzet van drones, de onbemande vliegtuigen en het nieuwe lievelingswapen van de strijdkrachten.

Hennis wist niet dat die internationale discussie al gestart is en werd daar door collega minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans nog tijdens het debat fijntjes op gewezen. Om haar onwetendheid te maskeren zei ze vervolgens dat Timmermans haar “te snel af” was.

Foutje, kan gebeuren, maar Hennis sprak zich ook uit over een mogelijk vervroegd einde van de Afghanistan-missie in Kunduz, alweer zonder kennis van zaken. Deze week staat volgens het AD dan ook haar eerste ‘functioneringsgesprek’ met coalitiegenoot PvdA al gepland.

Omdat Hennis een volstrekte nieuwkomer is op het gebied van defensie, heeft de Kamer besloten haar wat meer inwerktijd te gunnen. Er wordt daarom voorlopig niet gesproken over de kostenstijgingen bij het JSF-project, een klassiek hoofdpijndossier. Een opvolger voor de F16-straaljager moet wel voor het einde van 2013 gekozen worden.

In de wandelgangen vragen parlementariërs zich af of Hennis wel weet waar ze over praat. Ze noemt bijvoorbeeld drones consequent ‘vliegtuigjes’. Dat doet denken aan hobbymateriaal. In werkelijkheid heeft de MQ-1 Predator die Nederland wil gebruiken een spanwijdte van 15 meter en is het een ton wegende toestel 9 meter lang.

De komende maanden wordt Hennis geacht een visie op het Nederlandse defensiebeleid te schrijven. Zelf heeft ze er alle vertrouwen in dat het daar wel goed mee komt. Meedenken, of er zelfs maar vragen over stellen, is niet gewenst. Deze week liet minister Hennis de Kamer weten dat de oppositie pas achteraf iets te zeggen heeft over haar visie: “Het kabinet regeert en de Kamer controleert”. Coalitiepartner PvdA heeft er bij Hennis krachtig op aangedrongen om met tussenrapportages te komen. Hennis weigert vooralsnog.

Ook D66-Kamerlid Wassila Hachchi heeft er geen vertrouwen in.

Wij willen niet achteraf oordelen over zo’n wezenlijk verhaal. Wij willen weten of de minister wel de goede vragen stelt voor ze haar analyse begint […] Elke minister heeft recht op inwerktijd, ook een totale nieuwkomer als Hennis. Maar het is ook in haar belang dat zij de Kamer vanaf het begin betrekt bij de belangrijkste onderwerpen van haar portefeuille.

CDA-Kamerlid Raymond Knops is er ook niet helemaal op gerust: “De minister moet echt eerder met haar water langs de dokter. Dit dossier ligt iets te gevoelig om zonder Kamer af te handelen.”

Kortom, deze minister lijkt zich vooralsnog meer bezig te moeten houden met de verdediging van haar eigen persoon dan met defensie.

Foto NRC: Merlijn Doomernik

Geef een reactie

Laatste reacties (105)