Laatste update 18 augustus 2019, 08:33
145

Och arme… treurdichter Lévi Weemoedt blijkt boze oude witte man

Hij werd wereldberoemd in Nederland met even grappige als pijnlijke gedichten over de zinloosheid van het bestaan en de lijdensweg die daarvoor afgelegd moet worden maar Lévi Weemoedt raakte in de vergetelheid. AD-columnist Özcan Akyol herontdekte de dichter, werd fan en bracht hem onder de aandacht van een nieuw publiek via onder meer De Wereld Draait Door. In een interview met het AD laat de treurdichter blijken tot verdriet van velen te kiezen voor het verdienmodel van uiterst rechtse stokebranden als Wierd Duk en Johan Derksen die het frame verkopen dat Nederland een linkse dictatuur is.

Ik ben niet dol op mensen die meewaaien met alle modieuze winden. Meekletsen met al die nieuwe puriteinen. Vreselijk, die tendens dat er niks meer mag. Niet roken, niet drinken, geen vlees, geen adem meer halen. De dictatuur van Femke Halsema en haar Groen Niks. En niemand durft wat te zeggen, want dan gaat je kop eraf. Nou, ik ben toch bijna dood, denk ik dan, dus bij deze: ik vind het belachelijk en beangstigend. Ook universiteiten doen eraan mee. Vroeger waren dat bastions van vrijheid, tegenwoordig kampen van orthodoxie. Strengheid en rigiditeit. Daar huizen de nieuwe zedenpredikers, imams en dominees. Een andere mening wordt niet getolereerd. Je ziet ook dat jongeren voor een deel niet meer gewend zijn aan debatteren of zelf weerwoord te geven. Als zij worden tegengesproken moeten ze eerst een half uur knuffelen met een troosthond om op adem te komen. Van een andere mening. Met zo’n labrador die overal begrip voor heeft. Kortom: vrijheid van meningsuiting bestaat dus niet in Nederland. Schrap dat maar uit onze identiteit. Het is dat oude grapje van: ‘iedereen heeft recht op mijn mening’. Ik blijf maar zeggen wat ik vind, ook al kan het succes daardoor ineens afgelopen zijn.

Op social media maken de uitspraken van Weemoedt teleurstelling los. Dat zal hem dan wel goed doen.

Talens & Zn.

Ik was al vroeg artiest: ik won een wedstrijd kleuren;
héél jong verzon ‘k een rake limerick.
Bewierookt werd mijn vers in aangename geuren
en meen’ge fraaie beker inde ik.

Zo rees mijn ster: door tantes en vriendinnen
voor ieder woord op zoetigheid onthaald,
wordt thans mijn tong wel vorstelijk betaald:
men leest mijn lied in goud-op-snee of linnen.

Toch was ik altoos triest: al bij ’t applaudisseren
word ik bevangen door een plotseling verdriet

en moet de juich’nde zaal héél snel de rug toe keren,
terwijl ik huiverend snik: ‘ik hoor hier niet!’

Geef een reactie

Laatste reacties (145)