21

Opiniepeilers wijzen op de onzekerheid van peilingen

'Door de tussenstanden richten partijen zich te veel op items en issues en te weinig op de grote lijnen'

De overvloed aan opiniepeilingen in deze verkiezingsstrijd heeft veel invloed op kiezers en politici, maar daarbij wordt vergeten dat peilingen lang niet altijd even betrouwbaar zijn. Manipulatie ligt op de loer, zo bleek woensdag tijdens een debat tussen opiniepeilers.

In 2000 bedroeg het aantal opinieonderzoeken dat de media haalde 227, in 2006 was dat gegroeid naar 1.473, zo meldt de Volkskrant. Omdat politici hun thema’s kiezen aan de hand van peilingen, richten partijen zich volgens Tom van Dijk (Intomart GfK) ‘te veel op items en issues en te weinig op de grote lijnen’. Na de moord op Pim Fortuyn zoeken media massaal naar een manier om ‘de thermometer’ in de samenleving te houden. “De peiling is een snelle en goedkope manier om zichtbaar te maken wat onzichtbaar is.”

“Wees voorzichtig”, zei Gosse van der Veen, directeur-generaal van het Centraal Bureau voor de Statistiek, tegen opiniepeilers en journalisten, die volop interpreteren op basis vande dagelijkse tussenstanden. Zeker omdat volgens hem lang niet alle verkiezingsonderzoekjes representatief zijn. Zelfs met de exitpolls, de ondervragingen bij de stembus op verkiezingsdag zelf, zitten de onderzoeksbureaus er dikwijls ook nog een zetel ‘of zes’ naast.

Er is altijd een onzekerheidsmarge bij peilingen, stelde hoogleraar Jelke Bethlehem van de Universiteit van Amsterdam gisteren. Van der Veen van het CBS vulde aan dat één of twee zetels verschil in de peilingen verwaarloosbaar is vanwege de foutmarge.

Dan wordt zo’n lijsttrekker ondervraagd over die ene zetel verlies, en dan zegt zo’n arme man ook nog: ja, ik had beter zus of zo kunnen doen.”

Worden we geregeerd door peilingen: zijn ze een selffulfilling prophecy of representeren ze werkelijk de stand van zaken in de Nederlandse politiek?

Geef een reactie

Laatste reacties (21)