31

Oud-ombudsman: ‘minder Haags economisme, meer realiteitszin’

Brenninkmeijer zegt in Buitenhof dat het tijd is voor een nieuw soort democratie

Haastig, ondoordacht, onuitvoerbaar. Zo klonken de kritieken op de verandering van het PGB-systeem. Maar de overheid gaat vaker de mist in. Uitvoeringsorganisaties en gemeenten moeten meer doen, maar voor minder geld. Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer signaleert in Buitenhof een structureel probleem. Ook in zijn huidige rol in Straatsburg, waar hij als lid van de Europese Rekenkamer de EU-begroting controleert, ziet hij veel mis gaan. Wat is er aan de hand met ons bestuur?


Brenninkmeijer, inmiddels hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht en lid van de Europese Rekenkamer waar hij de begroting van de Europese Unie controleert, zegt: ‘Iedere keer is de achilleshiel van ons openbaar bestuur en de verbinding met burgers, zowel de vluchtelingen als de Nederlandse burgers, hoe verloopt de uitvoering en hoe kun je die goede verbinding leggen met de samenleving, met wat moet gebeuren. En dat is universeel. Het speelt in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en ook met vluchtelingen.’

Volgens Brenninkmeijer zijn we geneigd steeds naar Den Haag te kijken, maar is die aansturing vanuit een centrale overheid naar de gemeenten, met betrekking tot de opvang van vluchtelingen, helemaal niet nodig. Als voorbeeld haalt hij de burgemeesters van Weert en Haarlem aan – eerder te gast in dezelfde uitzending – die zelf heel veel kunnen oplossen door simpelweg in goede verbinding te staan met hun eigen gemeenschap op gemeentelijk niveau. Een kwaliteit waar we volgens Brenninkmeijer veel meer van zouden moeten profiteren. 

Eerder in de uitzending zei directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Kim Putters dat deze bewegingen aantonen dat je een nieuw soort democratie nodig hebt. Brenninkmeijer onderschrijft die mening: ‘Ik denk dat in deze tijd, in dit tijdsgewricht, er twee kernwoorden zijn en die kernwoorden zijn innovatie en duurzaamheid. Onze democratie moet innovatief worden, we moeten innoveren in democratische systemen en we moeten daarbij kijken naar grotere duurzaamheid. Dat wil zeggen dat we niet steeds het gevoel hebben: crisis hier, crisis daar.’

De oud-ombudsman zegt dat de werkelijkheid inderdaad heel ingewikkeld is, maar dat we die aankunnen als we een goede aansluiting hebben bij wat er leeft in de samenleving en wat er bij mensen speelt. Volgens hem is het daarbij noodzakelijk niet te vervallen in het schreeuwerige ‘zoals we dat bij de Algemene Beschouwingen hebben gezien deze week’. 

Volgens Brenninkmeijer is het nodig om te komen tot meer diversiteit in onze democratie, in plaats van de huidige representatieve democratie, wat in zijn ogen een heel smalle basis vormt voor democratische ontwikkeling. Hij is niet bang dat het er dan schreeuwerige en populistische situaties ontstaan: ‘Er zijn verschillen in onze samenleving, maar daar kunnen we heel goed mee leven. Er zijn mensen die de deuren dicht willen hebben, maar er zijn ook heel veel mensen die de deuren open willen hebben.’ Hij vergelijkt het met de vraag of in het pand de ramen open of dicht moeten: ‘Daar zijn we al twintig eeuwen uitgekomen, dus dat kunnen we nu ook wel doen.’

‘Het lijkt of het allemaal onoplosbare problemen zijn, maar je moet het eigenlijk omkeren: ieder probleem dat als onoplosbaar, onmogelijk of gevaarlijk wordt gezien, is tegelijkertijd een kans, een mogelijkheid. Een groeimogelijkheid.’  

Ook in de situatie waarin we ons nu bevinden met de vluchtelingenopvang vindt Brenninkmeijer dat het niet allemaal in Den Haag hoeft te beginnen. ‘Draai het nou eens om. Neem tien burgemeesters, die weten meer dan een minister daarover weet te vertellen of wat er in de Kamer over gezegd wordt., of wat in een of ander politiek mediadebat tevoorschijn komt.’

De overheid leert echter niet van haar fouten, constateert Brenninkmeijer. Dat heeft er volgens hem mee te maken dat voor de overheid financiële keuzes dominant zijn. Bij het doorvoeren van die keuzes wordt vervolgens weinig tot geen rekening gehouden met wat de consequenties zullen zijn. ‘Neem nou ziekenhuisbegrotingen, die begrijpt niemand.’ Ook beklaagt hij zich erover dat het niet mogelijk is voor een patient inzage te krijgen in wat een medische behandeling nu eigenlijk kost: ‘En dat hebben ze uitgedacht in Den Haag.’

Ook spreekt Brenninkmeijker in Buitenhof over de Europese financiën die weleens op de schop zouden mogen. In zijn huidige functie als lid van de Europese Rekenkamer, ziet hij dat het geld in Europa heel vaak niet zinvol besteed wordt. Zo noemt hij de aanleg van havens of luchthavens, die vervolgens niet gebruikt worden omdat er niemand komt. Ook in Nederland hebben we zulke projecten, die we alleen maar aanleggen omdat we bang zijn dat we anders teveel geld naar Europa brengen zonder er iets voor terug te krijgen. 

Maar, zo zegt hij, het bedrag dat naar Europa gaat is heel laag. Minder dan 1 procent van onze begroting heeft iets met Europa te maken, waarvan het grootste deel ook gewoon weer teruggaat naar de landen zelf:

‘In de media wordt het uitgemeten alsof het iets gigantisch is. Qua maatschappelijke impact is het heel belangrijk, financieel stelt het eigenlijk helemaal niks voor.’

Geef een reactie

Laatste reacties (31)