67

Oud-topambtenaar Roel in ’t Veld: ‘Bestuurscrisis veel groter dan Den Haag denkt’

Het is fundamenteel mis met de verhouding tussen burger en bestuur. Niet de overheid is overbelast, maar de burger. “De overheid vraagt te veel. En vooral van mensen aan de onderkant. Die zijn weerloos”, zegt oud-topambtenaar Roel in ’t Veld in de podcast Betrouwbare Bronnen.

Volgens In ’t Veld bevindt de Nederlandse democratie zich ‘in het oog van de orkaan’: we denken dat het stil is, maar we bevinden ons in een extreme turbulentie. De kindertoeslagaffaire maakt zichtbaar hoe diep de crisis al is: “In wetten worden zulke tegenstrijdige eisen gestopt, dat ze niet meer uitvoerbaar zijn. Dat leidt tot erupties zoals de kindertoeslagaffaire. De schok komt heel vertraagd, omdat er geen mensen meer aan te pas komen. De directeur-generaal toeslagen stuurt ongeveer honderd miljoen brieven per jaar – in die orde van grootte – en geen enkele ervan heeft ze gelezen. Die brieven worden ook niet in samenhang bekeken. In de kindertoeslagaffaire is afgezien van een clausule waarin mensen in uitzonderlijke omstandigheden tegemoet kunnen worden gekomen. Dat gebeurde omdat de wetgever fraude wilde bestrijden. En het beleid is uitgevoerd door computers. Dit veroorzaakte onnoemelijk leed.”

In ’t Veld schrok van het uit huis zetten van kinderen in de kindertoeslagaffaire. Maar hij begrijpt waarom bestuursrechters en kinderrechters ‘wel erg makkelijk zijn meegegaan met de overheid en met hoge rechterlijke instanties’. “Dat gaat zo, omdat je carrièrekansen anders wel heel klein worden.” Alleen met een heel goede advocaat kunnen burgers dit tegengaan, weet In ’t Veld. “Maar die kunnen de slachtoffers in de kindertoeslagaffaire niet betalen.”

In ’t Veld was directeur-generaal op het ministerie van Onderwijs. Ook was hij jarenlang hoogleraar en hij richtte hij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur op. Hij waarschuwt: “Aan het einde van Paars II [het tweede kabinet-Kok dat regeerde tot 2002] heerste de gedachte dat Nederland wel zo’n beetje af was. Wetsontwerpen werden niet eens meer in behandeling genomen. Een teken van extreem verval. Onderhuids was er iets totaal anders aan de hand dan in het Haagse kringetje rondging. En ik vrees dat we daar nu een herhaling van zien.”

Nu precies twintig jaar geleden kwam Pim Fortuyn op. Hij voelde volgens In ’t Veld haarfijn aan wat veel mensen onderhuids beleefden. “Programmatisch stelde wat Pim zei niet zoveel voor. Maar hij had door wat er aan de hand was. En wat we nu – in 2021 – verslijten voor een bestuurlijke crisis is echt fundamenteel. Luister maar naar wat Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau hierover zegt.”

Om de macht van de Tweede Kamer te vergroten, moeten fracties en Kamerleden gebruik kunnen maken van kennis en ervaring van ambtenaren op de ministeries en de planbureaus, zegt In ‘t Veld. Fracties zouden daartoe ‘vouchers’ moeten krijgen: ‘koopkracht’ om ambtelijke ondersteuning te kopen.

In de Verenigde Staten kunnen parlementariërs voor onderzoek hulp inroepen van het Congressional Budget Office. Dat is een goed systeem, vindt In ’t Veld. Maar het kan eenvoudiger. “Al twintig jaar is de vraag: hoe groot moet de onderzoeksafdeling zijn van het parlement? Antwoord: die is nooit groot genoeg. Maar dat komt door die rare fixatie alsof parlementariërs hun eigen wetenschappers zouden moeten hebben. Dat is eigenlijk in strijd met de traditie van onze ambtelijke organisatie. Die zegt: ambtenaren opereren belangeloos. Dus hun capaciteit moet eigenlijk ook direct inzetbaar zijn voor het parlement.”

In ’t Veld vindt ook dat de oppositie meer mogelijkheden moet krijgen. “De oppositie moet recht hebben op haar eigen parlementair onderzoek. Dat dit er nu alleen komt als een meerderheid het wil, is krankzinnig. Dat is geen democratie!”

Op ministeries werken veel ambtenaren in hun eigen kringetje met een eigen cultuur. Inzichten van buiten zijn niet welkom. “Op Justitie kan ik wel drie, vier, vijf voorbeelden noemen van mensen die werden aangezocht uit de wetenschap of uit de praktijk omdat ze briljant waren. Die bleken niet aanstonds te kunnen aarden binnen de Haagse cultuur van het departement. Daar kregen ze ook geen hulp bij. En ze werden gewoon weggepest.”

cc-foto: Kennisland

Geef een reactie

Laatste reacties (67)