Laatste update 20:47
141

Rechter maakt in Urgenda-zaak gehakt van klimaatbeleid kabinet

Het kabinet overweegt in cassatie te gaan tegen de uitspraak van het gerechtshof in de Urgenda-zaak. Daarin werd het eerdere vonnis in de rechtszaak van de klimaatorganisatie bekrachtigt, namelijk dat de overheid verplicht is te zorgen dat in 2020 minimaal 25 procent minder CO2 wordt uitgestoten dan in 1990. Wanneer het kabinet inderdaad in cassatie gaat is dat volgens minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (VVD) een principekwestie. Wiebes vraagt zich af of ‘de rechter het mag overnemen van politici’.

De uitspraak van het gerechtshof dinsdagochtend is uniek in de wereld. Al in 2015 maakte Urgenda de gang naar de rechter om op die wijze de Nederlandse staat te dwingen meer te doen om klimaatverandering tegen te gaan. Het Hof acht het bewezen dat er een verband bestaat tussen de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde en dat die opwarming voor ‘een reëel en dreigend gevaar’ zorgt, zoals Urgenda betoogt.

Dat was ook al het oordeel van de rechter, maar het kabinet-Rutte II ging tegen die uitspraak in beroep. Ook toen was het argument dat de rechter te veel op de stoel van de politiek was gaan zitten. Ook zei toenmalig staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu (PvdA) de klimaatverandering wel aan te willen pakken, maar dat Nederland daarvoor geen eigen beleid moet doorvoeren, maar binnen Europa zoveel mogelijk landen mee moet krijgen.

Het gerechtshof besloot dinsdag dat die redenatie van het vorige kabinet geen hout snijdt. Volgens de rechter is met het oog op het reëel, dreigende gevaar, de staat verplicht maatregelen te nemen, aangezien zij onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens een zorgplicht heeft ten opzichte van haar burgers. In de uitspraak noemde het Hof expliciet het dreigende gevaar voor jongeren, omdat zij tijdens hun leven al geconfronteerd zullen worden met de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering. Ook noemde het Hof het kwalijk dat de staat tien jaar geleden al wist dat een CO2-reductie van 25 tot 40 procent in 2020 noodzakelijk was, maar heeft verzuimd daarnaar te handelen.

Hoewel het kabinet nu dus overweegt in cassatie te gaan tegen het vonnis, liet het kabinet dinsdag wel al weten intussen het Urgenda-vonnis te zullen uitvoeren. Daarmee staat het kabinet een zware klus te wachten, want op dit moment is de CO2-reductie slechts zo’n 13 procent. Hoewel vorig jaar al extra maatregelen voor duurzame energie zijn aangekondigd, waarschuwde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dinsdag voor nieuwe tegenvallers: in 2017 was de CO2-uitstoot hoger dan verwacht en ook groeide de economie sterker dan was voorzien.

Desondanks zegt minister Wiebes dat het kabinet met haar maatregelen uitgaat van metingen van het PBL, die er vooralsnog van uitgaan dat de minimale reductie wordt gehaald. Ook herhaalde de minister het standpunt van het vorige kabinet dat daarvoor geen rechterlijke uitspraken nodig zijn.

Urgenda zelf liet dinsdag weten verheugd te zijn met de uitspraak:

De uitspraak komt op een bijzonder moment, één dag na het verontrustende rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) over wat echt nodig is om de doelen uit het Parijs Akkoord te behalen. En over wat de gevolgen zijn wanneer deze doelen onvoldoende serieus worden genomen.
Op dit moment zijn we op weg naar een temperatuurstijging deze eeuw van 3 à 4 graden, wat desastreus is voor veel leven op aarde. Al in 2040 gaan we over de 1,5 graad opwarming gemiddeld op aarde heen. Samen met deze rechtszaak alle reden dus om veel serieuzer vaart te gaan maken. De tijd van het polderen is over, snelle actie is nu nodig, want het water staat al aan onze lippen, alleen zien we dat nog niet. De uitspraak van het gerechtshof is een belangrijk signaal.

Bronnen: NOS, NRC / Beeld: ANP

Geef een reactie

Laatste reacties (141)