79

Senaat: Wet moet gelovigen blijven beschermen

Verbod op godslastering wordt afgeschaft maar bescherming langs andere weg toegevoegd ... Ook VVD ziet nadelen afschaffing

De Eerste Kamer wil weliswaar dat het verbod op godslatering wordt afgeschaft maar tegelijkertijd dat gelovigen worden beschermd tegen haat en beledigingen. Daarom moet een ander wetsartikel zo aangepast worden dat het voldoende bescherming biedt.

Algemene Politieke Beschouwingen in Eerste Kamer
Een motie van PvdA, VVD, CDA, D66 en SP vraagt de regering de mogelijkheid te onderzoeken om artikel 137 van het wetboek van strafrecht zo aan te passen dat het gelovigen beschermt en de vrijheid van meningsuiting niet beperkt. In artikel 137 staat onder meer:

Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

Het af te schaffen artikel 147 (verbod op godslastering) stelt:

Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft: 
1°. hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat; 
2°. hij die een bedienaar van de godsdienst in de geoorloofde waarneming van zijn bediening bespot; 
3°. hij die voorwerpen aan een eredienst gewijd, waar en wanneer de uitoefening van die dienst geoorloofd is, beschimpt.

Ook de VVD zette kanttekeningen bij de nieuwe situatie die ontstaat als gevolg van het schrapen van artikel 147, meldt de Eerste Kamer:

Senator Dupuis (VVD) gaf aan dat de staat ruimte moet geven om godsdienst vrij te beoefenen en dat ook burgers elkaar onderling hiertoe op een respectvolle manier de ruimte moeten geven. Dupuis stelde dat de argumenten van de diverse christelijke politieke partijen serieus dienen te worden genomen. De senator stelde dat er een zekere preventieve werking uitgaat van het verbod die men niet mag negeren. Dat er niet veroordeeld wordt, doet niet af aan de normatieve werking. Als het schrappen van het verbod (een gevoel van) onveiligheid creëert voor geloofsgemeenschappen dan moet daar rekening mee worden gehouden. Ook gaf de senator aan dat zij geen dringende noodzaak ziet voor het vergroten van de vrijheid van meningsuiting.

Minister Opstelten wees er op dat onder de vrijheid van godsdienst ook de vrijheid van niet-geloven valt en dat die net zo beschermd moet worden.

 Zie ook opinie Jeroen Mirck: Verbod op godslastering?

Geef een reactie

Laatste reacties (79)