Laatste update 09:31
16

‘Staatscommissie moet inlichtingenplicht opnieuw definiëren’

Een staatscommissie moet zich buigen over de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Dat zegt politiek historicus Pieter Gerrit Kroeger in de podcast Betrouwbare Bronnen. Die commissie moet ‘met groot gezag’ de betekenis van artikel 68 van de Grondwet opnieuw definiëren.

Volgens dat artikel zijn ministers en staatssecretarissen verplicht het parlement alle door een of meer leden verlangde inlichtingen te verstrekken. Premier Mark Rutte drukte zijn bewindslieden en hun ambtenaren op ’t hart dat juist niet – of zo min mogelijk – te doen waar het ‘interne adviezen met persoonlijke opvattingen’ van ambtenaren betrof. Nog beter was volgens Rutte om maar helemaal niets op te schrijven. In ambtelijke kring werd dat ‘de Rutte-doctrine’ genoemd.

Naar aanleiding van de Kindertoeslagaffaire heeft de premier inmiddels aangekondigd voortaan ‘alles’ openbaar te maken, maar volgens Kroeger kan dat niet zonder een nieuwe definiëring. “Mij viel op dat de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag in het verhoor van de minister-president niet aan Rutte heeft gevraagd om een definitie. Zonder omschrijving weet je niet waarover je het hebt.” Wat Kroeger betreft moet de door hem gewenste staatscommissie onder leiding staan van het CDA Tweede-Kamerlid Pieter Omtzigt, die regelmatig verwijst naar het Grondwetsartikel. Maar journalist Jaap Jansen zegt in de podcast dat het niet verstandig is een Kamerlid dit te laten doen. Dat moet immers de regering controleren en ook wat de regering met het advies doet.

Zo’n staatscommissie – waarin bijvoorbeeld deskundigen als oud vice-voorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink, oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet en oud-Ombudsman Alex Brenninkmeijer en iemand die alles weet van internet zouden kunnen plaatsnemen – kan volgens Kroeger binnen drie maanden rapporteren. Jansen vindt dat in die commissie ook een (oud-) journalist moet zitten met kennis van de Wet Openbaarheid Bestuur en de voorgestelde Wet Open Overheid. De WOB wordt volgens hem al jaren veel te beperkt geïnterpreteerd, wat in verstrekte stukken leidt tot ‘zwartgemaakte pagina’s’.

Kroeger pleit in Betrouwbare Bronnen ook voor een ‘gedelegeerd bestuurder’ die met ‘een klein maar uitermate slim crisisteam’ de Belastingdienst en de uitvoeringspraktijk volledig op de schop neemt. Deze verantwoordt zich direct aan het kabinet en zorgt ervoor dat ‘interne blokkades en ambtelijk gehannes’ worden opgeruimd. Zo’n door de bureaucratie gevreesde en gehate gedelegeerd bestuurder loste in de jaren ’80 de chaos bij de studiefinanciering binnen een half jaar op. Kroeger: “Zeg dus niet dat het niet kan: Roel in ’t Veld maakte dit huzarenstukje toen wel degelijk waar.”

Geef een reactie

Laatste reacties (16)