4.320
73

Onderzoeker

Mariska Jung (1988) houdt zich als onderzoeker en vrijwilliger bezig met migratie, asiel en anti-discriminatie, met daarbij een speciale focus op gender en seksualiteit. Zij publiceerde eerder over LHBT-vluchtelingen in Engelse immigratiedetentiecentra en werkt voor Nederlandse en Europese NGO’s.

Als senior fellow van Humanity in Action's zomerprogramma in juni 2012 heeft zij zich samen met Laura Boerhout (1987) verdiept in het Nederlandse en Amerikaanse slavernijverleden en hedendaags racisme. Humanity in Action (HIA) is een internationale stichting die de betrokkenheid van een nieuwe generatie sociale, culturele en politieke leiders bij diversiteit, mensenrechten en maatschappelijk betrokken leiderschap wil vergroten. Hiervoor organiseert HIA jaarlijks in juni een intensief zomerprogramma voor deelnemers uit de VS, Nederland, Turkije en Bosnië en Herzegovina.

2013 wordt het laatste jaar dat we over Zwarte Piet praten

Laten we de viering van '150 jaar de ketenen verbroken' aangrijpen om de complexiteit van hedendaags racisme te doorgronden

In 2013 herdenken we dat slavernij in Nederland 150 jaar geleden werd afgeschaft. Hoewel dit moment een uitgelezen kans biedt om het huidige Nederland eens goed langs de racistische meetlat te leggen, dreigt deze herdenking in Amsterdam nu al ondergesneeuwd te raken door de viering van 125 jaar Concertgebouw, 175 jaar Artis en 400 jaar grachten. Bovendien vieren we aan de vooravond van deze herdenking het jaarlijkse Sinterklaasfeest met zijn Zwarte Pieterknechten, aldus Laura Boerhout en Mariska Jung. Beiden senior fellows van Humanity in Action.

Juist in het licht van 150 jaar afschaffing slavernij krijgt deze zegeviering van blanke superioriteit, onderdrukking en stereotypering van zwarte mensen een extra zure bijsmaak. Dus ja, Floor Rusman (NRC online, 29 oktober 2012): ook dit jaar zullen we het helaas weer moeten hebben over Zwarte Piet. 

In haar column schrijft Rusman dat de discussie over Zwarte Piet een traditie op zich is geworden die voornamelijk gevoerd wordt op basis van emoties, maar geen materiële effecten heeft op mensen. Zoals een complex thema als bezuinigingen pijn doet in de portemonnee, zo doet Zwarte Piet geen pijn. Daarentegen gebruikt men een simplistisch, politiek correct onderwerp als Zwarte Piet alleen om zichzelf moreel op de borst te kloppen. Daarom moeten we er maar over ophouden en over écht belangrijke dingen praten, zoals de economische crisis.

Wij vragen ons af: verkeert Rusman wel in de juiste positie om te bepalen of Zwarte Piet wel of niet materiële en daarmee pijnlijke gevolgen heeft? En hoe kan het dat Rusman, en met haar de blanke en geprivilegieerde meerderheid in Nederland, niet ziet dat Zwarte Piet een racistisch figuur is en dat deze systematische karikaturale beeldvorming wel degelijk samenhangt met structurele discriminatie en achterstand van niet-blanke Nederlanders? Komt deze bagatellisering en afwijzing van de kritiek voort uit eeuwenoude arrogantie of slechts onwetendheid?

Een vergelijking tussen de Nederlandse omgang met zijn koloniale en slavernijgeschiedenis en de Amerikaanse biedt meer inzicht. In de VS werkten de slaven op Amerikaans grondgebied waar zij bleven wonen na de afschaffing van de slavernij. Zwarte mensen dwongen via een moeizame burgerrechtenbeweging hun gelijke rechten af en de denigrerende blackface praktijk werd zo een sociaal en politiek taboe. Nederland was ook altijd in grote mate betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel en –houderij, maar in tegenstelling tot de Amerikaanse situatie bevonden de Nederlandse plantages zich in de overzeese koloniën en niet in het moederland.

Slaven werden verscheept van het ene verre oord naar het andere, en alleen de winst vloeide terug naar Nederland. Zo werd Nederland pas in 1975, na de onafhankelijkheid van Suriname, echt geconfronteerd werd met zijn koloniale evenbeeld. Tegen die tijd was het slavernijverleden al een vergeelde bladzijde uit een ver verleden. Ook de koloniale ideologie van westerse superioriteit leek iets uit een stoffige doos. Maar dat schijn bedriegt, bleek nog maar eens uit de oproep van Balkenende (Algemene Beschouwingen, 2006) om nationale trots te putten uit de ‘Gouden Eeuw’ en de VOC-mentaliteit.

Het gevolg van deze geografisch schizofrene ervaring is dat er in Nederland een historisch onvermogen gegroeid is om hedendaagse machtsrelaties en de wel degelijk materiële gevolgen daarvan te begrijpen én te erkennen. Het idee dat er een verband bestaat tussen de continue en wijdverspreide blootstelling aan stereotype beelden over luie en blowende zwarten (Intouchables), dierlijke en seksuele zwarte objecten (Alleen maar nette mensen) en jolige minderwaardige zwarte hulpjes (Zwarte Piet) enerzijds en hedendaags discriminatie en racisme anderzijds, vindt maar moeilijk gehoor in Nederland.

Onderzoek dat onthult op welke manier deze vooroordelen zwaarwegende gevolgen hebben, wordt dan ook nauwelijks opgepikt door politiek noch media. Wie herinnert zich het onderzoek van Loeters & Backer (2011) dat driekwart van de onderzochte uitzendbureau’s geen Turken, Surinamers of Marokkanen leveren op verzoek? Heeft iemand ooit gehoord van Sterkenburg’s (2011) proefschrift, waarin hij concludeert dat voetbalcommentaar vol zit met etnische stereotyperingen, zoals over Surinamers – wat een krachtige genen! – ? Zonder dit besef is het dan ook meer dan logisch dat er nauwelijks iemand opkijkt van de CBS cijfers dat 7,7% van de autochtone beroepsbevolking onder de 25 jaar werkloos is tegen 23,4 % van niet-westerse allochtonen in 2011.

Nederlands’ bijzondere ervaring met overzeese praktijken van slavernij heeft een enorme blinde vlek gecreëerd voor de hedendaagse erfenis van dit verleden. Het heeft geleid tot een talig onvermogen om over racisme te praten. Met als gevolg dat mensen denken dat racisme in Nederland niet bestaat, waardoor zij uit arrogantie én onwetendheid zweren bij Zwarte Piet. We mogen de grond aanvegen met God en Allah, maar aan ‘onze’ Zwarte Piet kan niet worden getornd. Zwarte Piet is het ultieme heilige huisje en een bron van Neerlands trots. Wie niet van Zwarte Piet houdt, houdt niet van ons en hoort er per definitie niet bij. Zwarte Piet is daarmee tegelijkertijd ‘kindervriend’ en hekkensluiter: geen enkele fatsoenlijke Hollander is tegen Sinterklaas’ zwarte knecht.

Het wordt tijd dat dit verandert. Wij zijn het met Rusman eens dat de discussie over Zwarte Piet nu wel eens op mag houden. Zijn er serieus nog mensen die uitgelegd moeten krijgen dat Zwarte Piet níet zwart is van de roet? En dat tradities per definitie veranderlijk zijn, waardoor ‘traditie’ geen argument is om het Sinterklaasfeest minder racistisch te maken?

Nu zelfs GeenStijl (3 november 2012) zich heeft uitgesproken tegen Zwarte Piet, stellen we voor om 2013 om te dopen tot het jaar van het “echte” gesprek. Laten we de viering van ‘150 jaar de ketenen verbroken’ aangrijpen om de complexiteit van hedendaags racisme te doorgronden. Laat 2013 het laatste jaar zijn dat we praten over Zwarte Piet, zodat Sinterklaas voortaan zonder een racistische karikatuur als rechterhand Nederland binnenvaart. Wij sluiten ons aan bij GeenStijl en zeggen: vuist tegen Piet!

Dit artikel is geschreven door Mariska Jung en Laura Boerhout. Jung is student Algemene Sociale Wetenschappen en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Boerhout is afgestudeerd historica en gespecialiseerd in de naoorlogse thematiek op de westelijke Balkan. Beiden zijn senior fellows van Humanity in Action’s zomerprogramma, waar zij zich o.a.verdiepten in de Nederlandse en Amerikaanse slavernijgeschiedenis en racisme.

Geef een reactie

Laatste reacties (73)