3.539
85

Natuurkundige

Jelmer Renema is natuurkundige. Sinds 2011 is hij promovendus natuurkunde aan de universiteit Leiden, in de quantumoptica. Verder is hij politiek actief binnen de Partij van de Arbeid, Hij schrijft over de politiek van de VS, het neoliberalisme en conservatisme in Nederland en wetenschapsbeleid.

2014 is een links jaar geworden

Links is het publieke debat naar zich toe aan het trekken, en dat is waar politieke initiatieven uit ontstaan. Ongelijkheid is een cruciaal thema geworden

Begin dit jaar deed ik een voorspelling: 2014 zou een links jaar worden. Die voorspelling was controversieel: uit de hoek van de Internationale Socialisten kwam een tegengeluid. Daarin werd de gebruikelijke riedel afgedraaid over de PvdA. En ja, natuurlijk, de verzorgingsstaat is dit jaar weer verder afgebroken. En ja, de PvdA heeft daar de hand in gehad. En ja, dat is een grof schandaal.

De PvdA had er een zooitje van gemaakt, zo klonk het in het tegenstuk. Maar toch is 2014 een links jaar geworden. Waarom? Omdat links het publiek debat naar zich toe aan het trekken is.

Ongelijkheid was het thema van 2014. Dat hing al een paar jaar in de lucht; sinds 2009 was er een gestage stroom van boeken waarin aangetoond werd hoe schadelijk ongelijkheid voor een maatschappij is. Dit jaar barstte de bom met de media-aandacht rondom het boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’ van Thomas Piketty. Dat die aandacht zich op Piketty zou richten en bijvoorbeeld niet op Krugman, Stiglitz of Wilkinson en Pickett is tot op zekere hoogte toeval, maar feit is dat in 2014 de geesten rijp waren voor wekenlange krantenkoppen over ongelijkheid als het probleem van onze tijd.

Ongelijkheid is ‘uit’

De terugkeer van ongelijkheid als thema is cruciaal, omdat het links verbindt. Zonder ongelijkheid als thema bestaat links uit een verzameling clubs – de milieubeweging, de vakbond, politieke partijen – die als los zand aan elkaar hangen. Wat die bewegingen kracht geeft is het idee dat economische bevrijding de noodzakelijke voorwaarde van sociaal-economische bevrijding is. Bijvoorbeeld: een vrouw kan niet scheiden van haar misbruik plegende man als ze geen eigen economische toekomst heeft. Zo staan sociale en economische bevrijding naast elkaar.

Zelfs de politieke consensus over ongelijkheid begint te veranderen. Organisaties als het IMF en de OECD (toch niet bepaald linkse bolwerken) krijgen door dat te grote ongelijkheid dodelijk is voor economische groei, gelijke kansen, en sociale mobiliteit. Daarmee verdwijnt het beeld dat ongelijkheid goed is, omdat het een bron van motivatie voor de armen is. De OECD breekt zelfs met het idee dat herverdeling altijd slecht is voor economische groei – tot voor kort was dat vloeken in de kerk.

We durven weer over het beperken van ongelijkheid te praten

De oude ideeën worden vervangen door een veel genuanceerder beeld, waarin de armen door een te hoge mate van ongelijkheid beperkt worden in hun kansen. Het wordt steeds duidelijker dat er in het westen teveel ongelijkheid is. Als Nederland qua gelijkheid richting Zweden zou gaan, zouden we een beter land worden. Dit alles geeft links een eigen manier om over economie te praten; het onderwerp waar verkiezingen doorgaans op beslist worden.

En natuurlijk: niemand wil communisme. Echter, er zijn steeds meer mensen voor wie de val van de Muur een gebeurtenis uit de geschiedenisboekjes is, terwijl de crisis van 2008 hun kansen op een baan om zeep geholpen heeft. Dat maakt het mogelijk om een nieuwe discussie over ongelijkheid op te starten zonder voor de oude afleidingsmanoeuvres van red baiting te vallen.

Ongelijkheid als breekijzer

Wat nu? Het is nu zaak om ongelijkheid als breekijzer te gebruiken om op andere punten een linkse consensus te vestigen. Neem bijvoorbeeld de Europese Unie: gezien vanuit het oogpunt van gelijkheid is het een groot probleem dat sociaal beleid in de Europese Unie in zijn huidige vorm zo goed als onmogelijk is. Alles wat arbeid in een land duurder maakt is meteen slecht voor de concurrentiepositie van dat land. Door dit soort punten te maken kunnen we de anti-Europa banier uit de handen van de nationalistische conservatieven pakken, en weer het politiek initiatief nemen.
En nogmaals: ja, er zijn het afgelopen jaar weer heel veel dingen slechter geworden. Echter, voor deze analyse doet het er niet toe. Politics is downstream from culture, zei de Amerikaanse politiek strateeg Andrew Breitbart: op termijn bepalen ontwikkelingen in het publiek debat waar de politiek naar toe gaat. Onze politici zouden deze ontwikkelingen aanzienlijk kunnen helpen door zich te richten op de meningsvormende aspecten van politiek. In plaats daarvan zien ze politiek als botte belangenbehartiging, de laatste vluchtheuvel voor mensen wiens politieke energie is uitgeput.
Wie op de lange termijn met politiek iets wil betekenen voor de armen, moet zich eerst richten op het veranderen van het publiek debat. En niet slechts op het verdedigen van een enkel aspect van de hopeloos lek geschoten verzorgingsstaat.

Lees meer van Jelmer Renema op zijn blog

Geef een reactie

Laatste reacties (85)