449
14

Tweedekamerlid SP

Harry van Bommel (1962) is tweedekamerlid voor de SP. Sinds 1986 is hij lid van de partij. In 1990 werd hij voor de SP lid van de deelraad Amsterdam Oost en voorzitter van de afdeling Amsterdam Oost. In 1994 werd Van Bommel het eerste SP-gemeenteraadslid in Amsterdam. Sinds de entree van de SP in de Tweede Kamer is Van Bommel beleidsmedewerker Onderwijs en Defensie voor de nieuwe fractie. Hij werkte onder andere mee aan het spraakmakende rapport over (het gebrek aan) kansen voor jongeren "Alles Kids?".

Van Bommel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (afgestudeerd in 1994) en doceerde hij enkele jaren Nederlands en Engels op een MBO-school.

Aandacht voor mensenrechten Iran beter dan nieuwe sancties

Strengere sancties isoleren Iran alleen maar verder en maken de bevolking dubbel het slachtoffer

Vorige week werd melding gemaakt van resolutie 1929 van de VN-veiligheidsraad met strafmaatregelen tegen Iran vanwege het verrijken van uranium. De Europese Unie bereidt op eigen houtje nog strengere sancties tegen Iran voor. Niet iedereen is daar voorstander van.

Iraanse mensenrechtenactivisten zijn van mening dat Iran vooral moet worden aangepakt vanwege onderdrukking van het Iraanse volk, maar niet met strafmaatregelen die ook de bevolking treffen. Wij zijn het daar roerend mee eens.

In een recente brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Verhagen van buitenlandse zaken dat Nederland, samen met enkele andere landen, vindt dat Europa aanvullende maatregelen moet nemen ter versterking van de maatregelen van de Veiligheidsraad. Hij wil een effectiever sanctieregime tegen Irans kernenergiepolitiek.

Volgens de Iraanse oppositie gebruikt het regime momenteel het nucleaire programma om de aandacht af te leiden van de mensenrechtensituatie in Iran. Sinds de omstreden verkiezingen van 12 juni vorig jaar is de toon van Iran omtrent zijn nucleaire programma harder geworden.

Deze winter kondigde president Ahmadinejad aan dat Iran nu uranium tot 20 procent verrijkt heeft om aan medische behoefte te kunnen voldoen. Op dezelfde dag werden protesten tegen het regime in de kiem gesmoord en aan de vooravond werden verschillende mensen opgepakt.

Gezien deze feiten vinden wij aandacht voor de mensenrechten in Iran effectiever dan strengere sancties.

Verschillende regimes, waaronder Birma, Irak onder Saddam en Noord-Korea zijn in de afgelopen decennia aan verschillende soorten sancties onderworpen. De regimes in deze landen hebben nooit aan de hervormingseisen van de Verenigde Staten en de EU gehoor gegeven. De Iraanse mensenrechtenactiviste en Nobelprijswinnaar Shirin Ebadi heeft zich meerdere malen, en ook nu weer ter gelegenheid van de verjaardag van de protesten, tegen economische sancties gekeerd.

De Iraanse bevolking zal namelijk door de sancties getroffen worden en haar democratische beweging komt daarom zwakker te staan. Hierdoor kunnen de radicalen meer steun onder de bevolking krijgen. Daarom pleiten wij voor politieke sancties tegen Iraanse leiders die voor de onderdrukkingen van de tegenstanders van het regime verantwoordelijk zijn.

Resolutie 1929 is na maanden onderhandelen tot stand gekomen. Rusland en China gingen na veel vijven en zessen akkoord, maar Turkije, Brazilië en Libanon niet.

De eerste twee hebben onlangs een belangrijk diplomatiek succes bereikt door een eerder afgeketste afspraak over het ruilen van verrijkt uranium nieuw leven in te blazen. De ruil van het laagverrijkt uranium zal volgens die overeenkomst in Turkije plaatshebben en Iran van materiaal voorzien waarmee het de medische sector kan bedienen.

Door het aannemen van resolutie 1929 wordt deze hoopvolle overeenkomst ondergraven. De landen, waaronder Nederland, die op ramkoers zijn, drukken hun beleid door. De parallellen met de situatie in Irak aan het begin van deze eeuw zijn beangstigend.

Met de regeringen van Turkije en Brazilië zijn wij van mening dat het akkoord en de voortdurende inspecties en debatten daarover het beste middel zijn om dit probleem onder controle te houden. Daarnaast is een streven naar een kernwapenvrij Midden-Oosten de eerste prioriteit. Druk op Iran moet de bevolking van Iran vertrouwen geven om democratie te blijven eisen.

Wij delen de zorgen over de mogelijke ontwikkeling van Iran tot kernwapenstaat maar hechten weinig waarde aan strengere sancties. Alleen een uitgesproken nadruk op de mensenrechten in combinatie met meer veiligheidsgaranties voor het Iraanse regime, kunnen een uitweg bieden voor de impasse rond het Iraanse nucleaire programma.

Iran is daar gevoelig voor. In 2003 stelde de Iraanse president Khatami een dialoog met de VS voor op basis van wederzijds respect en erkenning. In ruil daarvoor zou Iran zijn steun aan Hamas opgeven, de ontwapening van Hezbollah in Libanon steunen en volledige duidelijkheid verschaffen over het Iraanse nucleaire programma. Daar is toen geen gehoor aan gegeven.

Strengere sancties en een daaropvolgende dreiging van militaire inzet isoleren Iran alleen maar verder en maken de bevolking dubbel het slachtoffer: van het regime en van de internationale gemeenschap. De Iraanse bevolking is er dus niet mee geholpen maar ook Europa en de wereld worden er niet beter van.

Harry van Bommel schreef dit stuk samen met Nikita Shahbazi. Het staat ook in het Noordhollands dagblad.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)