12.648
35

Journalist, spreker

Seada Nourhussen (Gondar, 1978) is sinds 2009 Afrika-redacteur bij Trouw. Daarvoor werkte ze voor de redactie binnenland, voor Elsevier, De Volkskrant en als freelancer. In 2011 verscheen haar boek 'Bloedmobieltjes, Coltan in Congo'. Ze schreef essays voor het wetenschappelijk tijdschrift Christen Democratische Verkenningen en de bundels 'Weg uit Babylon' en 'WTF! Volwassen worden na elf september'. Nourhussen is geregeld spreker of interviewer bij debatten en bijeenkomsten.

Afrika bestaat niet

Wanneer dringt het door dat 'Afrika' niet bestaat? Waarom worden nog altijd ruim 1 miljard mensen van Kaapstad tot Casablanca op één hoop gegooid?

KLM adverteert in een aanbieding naar de Ghanese hoofdstad Accra met zebra’s. Die zijn daar niet te vinden. Chocoladefabrikant Côte d’Or heeft een wedstrijd met als prijs een ‘intense reis voor twee naar Afrika’. Waar? Dondert niet. U weet wel, die enorme dierentuin met al die zebra’s. Of tijgers. Of iets anders intens.

Een filosofe die deelnam aan de Filosofie G8 in Amsterdam moest het onlangs in mijn eigen krant doen met de afkomst ‘Afrikaans’. Terwijl Sophie Oluwole Nigeriaanse is, opgeleid in Rusland en Duitsland en hoofd van de afdeling filosofie van de universiteit van Lagos. De visies van de westerse filosofen op de conferentie werden in Trouw onder de loep genomen. Maar de Nigeriaanse stond met haar brede lach – de rest kijkt bloedserieus de lens in – en gebatikte hoofddoek simpelweg symbool voor ‘Afrika’, waar ‘anti-autoritair denken’ heerst. Dit vanwege de ‘orale traditie in Afrika’. Een korte Google-sessie leert juist dat Oluwole gespecialiseerd is in Ifa, een eeuwenoud Yoruba-geloof gebaseerd op een ingewikkeld systeem van teksten.

Er zijn meer geschreven tradities in Afrika. Het Amhaars dat in Ethiopië de officiële taal in eigen schrift is dook in de klassieke vorm al op in de 9e eeuw voor Christus. Dat schrift wordt tot op heden gebruikt omdat het nooit is gelukt Ethiopië te koloniseren, zoals de rest van Afrika. Schriften uit bijvoorbeeld Kameroen, Guinee, Sierra Leone, Soedan en Libië werden door buitenlandse overheersers de vergetelheid in geholpen.  

Nu zijn generalisaties door leken irritant, uit de mond van kenners is het haast onverteerbaar. Koert Lindijer is met recht dé Afrika-journalist van Nederland. Na 30 jaar verslaggeving vanuit het continent kreeg hij pas de Lira-correspondentenprijs. Lindijer, die in de Keniaanse hoofdstad Nairobi woont, bezit de zeldzame gave om zowel conflict en crisis te kunnen verslaan als duidend te kunnen analyseren vanwege zijn schat aan kennis en mooie pen. Een journalist om te bewonderen en een terechte winnaar.

Daarom was ik zo teleurgesteld toen zelfs hij in NRC stellingen poneerde over ‘de Afrikaanse mens’ die volgens hem ‘extravert is en met plezier leeft’. Ook noemde hij ‘Afrikaanse muziek de vrolijkste van de hele wereld’. Dat mag natuurlijk, maar Guinese, Malinese, Egyptische en Ethiopische genres zou ik eerder als melancholisch omschrijven. NRC wist overigens te melden dat Lindijer getrouwd is met de ‘Afrikaanse’ Margaret Kombo. De journaliste had kunnen vragen naar de nationaliteit van zijn vrouw. Maar ach, Africa is a country, naar een ironisch getitelde populaire blog.

Lindijer’s verbazingwekkende uitspraken, die haaks staan op zijn indrukwekkende oeuvre vol nuance en detail, reduceren Afrikanen tot één, haast 19e eeuws archetype, zonder complexiteit of individualiteit. Ook reduceren ze hemzelf tot de blasé westerling die zichzelf in ‘maagdelijk’ Afrika hervindt en de eenvoud van het leven leert herwaarderen via ‘de Afrikaan mens’, die ondanks de stortvloed aan ellende, immer lacht en danst.

Dat dansen deed een andere gerespecteerde journalist zijn gedachten  over ‘Afrika’ oppennen. Chris Kijne, een van de beste interviewers met de mooiste stem van Nederland, besloot heel ‘Afrika’ op de blog van VPRO Grenzeloos te vangen in één foto. Een militair die op het punt staat de schedel van een jongen in te trappen deed Kijne denken aan hoe “de danseurs van TPOK Jazz, onder leiding van Franco, de muziek met van die typisch Afrikaanse danspassen luister bij zetten. Passen die staan voor alles waarom ik van Afrika hou […] De extase, de erotiek […] En hier werd diezelfde vrijheid van bewegen gebruikt om iemand dood te trappen. Alleen de erotiek en de muziek ontbreken, maar verder is het helemaal Afrika.”

Waarom zou je geweld uit de Centraal-Afrikaanse Republiek en een rumbaband uit de Democratische Republiek Congo – sterk beïnvloed door Cubaanse muziek, dus hoezo typisch Afrikaans? – met elkaar verenigen? Twee landen die Kijne niet eens het noemen waard vindt. Net zoals hij een incident met ‘kinderen die op een markt in Afrika een oude vrouw met kokend water overgieten’ ook niet geografisch of contextueel duidt. Zomaar een voorbeeld van Afrikaanse, ‘dierlijke wreedheid’.

Zoveel oppervlakkigheid van iemand die beweert van ‘Afrika’ te houden. Ook al zo’n uitspraak die aangeeft dat het eigenlijk één pot nat is – hoe kun je van een heel continent houden? En wat zijn typisch Afrikaanse danspassen? In Angola wordt echt anders gedanst dan in Soedan.

Kijnes liefde voor Afrika – wat mij op mij als achterhaald exotisme overkomt – lijkt een vrijbrief om te generaliseren en teleurgesteld te zijn. Het geweld op de foto lijkt vooral zijn escapisme naar een wereld vol kolkende muzikale erotiek te verstoren. En hoewel hij zichzelf berispt- ‘Dat de waarde van een mensenleven in elke cultuur afneemt naarmate die meer bepaald wordt door te grote tegenstellingen tussen arm en rijk’-  is het kwaad wat mij betreft al geschied. Hij legt een vergrootglas op één militair en koppelt dat aan ruim een miljard andere mensen.

De enige die Kijne weer kan doen inzien dat niet alle Afrikanen meedogenloze moordmachines zijn blijkt: Koert Lindijer. Kijne verwijst naar een interview dat hij met Lindijer had, onder meer over de Rwandese genocide. In een vermoedelijke poging generalisaties over Afrika onderuit te halen, stelt Kijne de gekke vraag ‘Hoe vaak heb jij gehoord: genocide gebeurt alleen in Afrika?’ Dat heb ik, met de dodenherdenking en de Tweede Wereldoorlog vers in het geheugen, nou werkelijk nooit gedacht. Lindijer zegt uiteraard dat er niks Afrikaans is aan genocide en dat zijn liefde voor het continent veel met ‘koeienstront’ te maken heeft. Wat mij vooral aan Nederland doet denken, maar goed.

Ik schrijf pas vijf jaar over Afrika en dan is het moeilijk om je senioren, mensen waar je tegenop kijkt vanwege hun ervaring en hun status als hoeders van de goede smaak, te bekritiseren. Maar ik moet. Ik kom uit Ethiopië en ben generalisaties over ‘Afrika’- van wie dan ook, vakgenoten of reclamemakers – beu. Zo’n enorm continent met een duizelingwekkend aantal etnische groepen, talen, religies en biodiversiteit (vaak al binnen de grenzen van één land) moet je niet willen vatten in simpele statements. Daarmee spreek ik ook mezelf aan; in pogingen ingewikkelde en gelaagde conflicten uit te leggen aan lezers verval ik ook geregeld in simplificaties. In koppen die lekker bekken, in de hoop dat mensen het gaan lezen. Maar laten we niet lui worden en onwaarheden verkondigen.

Toen ik een redacteur van De Correspondent vroeg waarom zij schreef dat er de afgelopen tien jaar elf staatsgrepen zijn geweest in de Centraal-Afrikaanse Republiek – in werkelijkheid twee, als je de coup van 2003 meetelt – antwoordde ze dat, daar is hij weer, Koert Lindijer dat ooit op de radio heeft gezegd. NRC beweerde onlangs in een stuk over een mooi Vlaams tv-programma over Afrika met helaas de aanmatigende titel ‘Niemandsland’ dat Somalië “officieel niet bestaat”. In de war met Somaliland? Dat trouwens wel bestaat, maar niet als onafhankelijk land wordt erkend.

Het aankaarten van gemakzuchtige en hijgerige berichtgeving over het ritueel offeren van kinderen in Oeganda door Peter R. De Vries laat ik graag over aan Arne Doornebal. Een journaliste die haar artikel over regenval in ‘Afrika’ op Twitter aanprees, liet niet één Afrikaanse deskundige aan het woord. Wat Soedanese vrouwen mochten een regeltje zeuren over droogte en westerse experts – incluis de journaliste zelf – droegen oplossingen aan. In de Balie is vorige week gesproken over de Oegandese anti-homowet en homofobie in Afrika. Zonder Oegandese -behalve via Skype – of andere Afrikaans spekers. Enkel westerlingen. Wat heeft dat allemaal voor zin?  

Mijn tragische conclusie is dat ‘Afrika’ nog steeds vooral decor is voor een westerse zucht naar avontuur, altruïsme en belering. Afrikanen zijn slechts figuranten die klagen, moorden of, als het meezit, een potje dansen.

Geef een reactie

Laatste reacties (35)