2.121
6

Antropoloog

Martijn de Koning is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar onder andere identiteitsvorming van jonge Marokkaans-Nederlandse moslims, 'salafisme' en moslims die vanuit Nederland naar Engeland gemigreerd zijn. In 2008 promoveerde hij op zijn proefschrift Zoeken naar een 'zuivere' islam en recent schreef hij met anderen het boek 'Ervaren en ervaren worden - opstellen over langdurig sociaalwetenschappelijk veldonderzoek'.

AIVD en NRC: hoe scoringsdrift won van zorgvuldigheid

Kanttekeningen bij het recente kritische rapport van de Commissie Toezicht Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) over de AIVD

In een recent rapport oefent de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) scherpe kritiek uit op de AIVD-publicatie Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld. De werkwijze is niet zorgvuldig genoeg geweest en de inhoud vertoont een aantal gebreken. Minister Ollongren benadrukte echter in de aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer “dat de CTIVD ten aanzien van de publicatie ‘Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld’ geen onjuistheden heeft geconstateerd.”

AIVD
Screenshot: AIVD

Daarmee draait de minister echter om de hete brij heen. Wat is er aan de hand? Laten we beginnen bij de conclusie van Leven bij ISIS: ‘Wie naar ISIS-gebied afreist, maakt willens en wetens de keuze om zich bij een groepering aan te sluiten die terroristische activiteiten ontplooit en aanslagen in Europa pleegt. In de praktijk betekent dit dat zowel mannelijke als vrouwelijke uitreizigers, gewapenderhand of anderszins, deelnemen aan de strijd van ISIS.’

Verwijten van het CTIVD
Over de eerste zin van de conclusie merkt het CTIVD rapport op dat deze pas in de tekst is opgenomen na een verzoek van de NCTV zodat uitreizigers zich niet zouden kunnen beroepen op onwetendheid over de situatie ter plaatse. Juist omdat het rapport zou kunnen bijdragen aan rechtszaken tegen individuele uitreizigers, stelt de CTIVD dat niet is voldaan aan de vereiste zorgvuldigheid. Het risico bestaat immers dat ‘op basis van enkele individuele gevallen een beeld wordt geschetst dat op de hele groep toepasbaar wordt verklaard terwijl de onderbouwing daarvoor te mager is’ (p. 32). De tweede zin berust op de gedachte dat vrouwen, ook als zij thuis zijn gebleven om voor de kinderen te zorgen, een bijdrage hebben geleverd aan het functioneren van ISIS. De CTIVD verwijt de AIVD dat het deze tussenstappen niet heeft vermeld, en dat er geen nuance in de formulering is aangebracht. Met andere woorden, het gaat om een onzorgvuldige tekst die als doel heeft de rechtsgang te beïnvloeden.

Onderzoek
Interessant genoeg bevestigt de zware kritiek van de CTIVD de conclusies in ons artikel Chatting about marriage with female migrants to Syria. In wat wel de affaire Kouwenhoven is gaan heten, publiceerde de NRC hier uitgebreid over als een voorbeeld van ‘hoe Cyberjihadisten invloed kregen op een wetenschappelijke studie over IS’. In ons onderzoek bekritiseerden wij dat de media uitreizigsters nogal eens als jihadbruiden aanduidde en legden we uit hoe zij huwelijken sluiten en wat daaraan veranderd is toen IS claimde het kalifaat te hebben gevestigd. Wij stelden dat de vrouwen zichzelf noch als slachtoffer noch als militante activisten presenteerden. De grote meerderheid vertelde ons dat ze naar Syrië waren gegaan om onder IS gezag te leven. Ze toonden geen interesse in deelname aan de gewelddadige jihad, maar zagen zichzelf als verantwoordelijk voor het huiselijke leven.

Zorgvuldigheid en scoringsdrift
We plaatsten hierbij zelf twee kanttekeningen. Ten eerste, maakten we duidelijk dat we niet claimen dat de 22 vrouwen met wie wij hebben gesproken, representatief zijn voor de hele categorie ‘vrouwelijke uitreizigers’. Je kunt er dus niet uit afleiden dat er helemaal geen slachtoffers of militante activisten zijn (we noemen er zelfs een). Ten tweede merkten we op dat ook het voortbrengen en zorgen voor kinderen en echtgenoten belangrijk is voor het in stand houden van een samenleving, in dit geval IS. Kortom, in ons artikel noemden we dus juist de kanttekeningen die volgens het CTIVD rapport ten onrechte in de tekst van de AIVD niet waren genoemd. We kunnen dan ook concluderen dat in het geval van zowel de AIVD als de NRC scoringsdrift het heeft gewonnen van de zorgvuldigheid.

Martijn de Koning
Annelies Moors
Aysha Navest
Universiteit van Amsterdam, afdeling antropologie

Geef een reactie

Laatste reacties (6)