253
2

GroenLinks gemeenteraadslid Amsterdam

Evelien is geboren op 28 oktober 1984 in Bussum. Ze woont sinds 2003 in Amsterdam. In 2008 woonde ze een half jaar in Nairobi (Kenia) om te werken voor de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, daarna ging ze een jaar studeren in New York (2008/2009) waar ze ook werkte voor een organisatie in Harlem die Afrikaanse vluchtelingen bijstaat met sociale, medische en juridische kwesties. In deze periode van 540 dagen in het buitenland hield ze een blog bij. Vanaf juni 2009 is ze weer terug in Nederland. Op 1 januari 2010 begon ze als promovendus aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek doet op het gebied van internationaal vluchtelingenrecht en internationaal strafrecht. Daarnaast is ze sinds haar terugkeer uit New York ook lid van de gemeenteraad van Amsterdam voor Groenlinks. Op 3 maart 2010 werd ze opnieuw gekozen in de gemeenteraad. Ze publiceert op persoonlijke titel.

Alleen met Chris Cleave

Alleen in een koud en nat Parijs

Ik ben in Parijs. Het waait hard, het miezert en het is koud, maar dat geeft niet. Een aantal dagen ben ik hier om aan mijn proefschrift te werken, zonder de afleiding van Amsterdam. Geen mails met ingekomen schriftelijke vragen over kinderen in armoede of stakingen in het openbaar vervoer, geen journalisten die willen weten wat ik van het plan vind om AT5 over te laten nemen door RTV Noord-Holland, de Avro en het Parool, geen bioscoop waar ik met mijn Pathé Unlimited pas onbeperkt naartoe kan, geen collega’s waarmee ik privé besognes bespreek.

In Parijs ben ik eenzaam, en dat is precies de juiste gemoedstoestand om mijn zoveelste hoofdstuk te schrijven. De eenzaamheid is zelf opgelegd: ik probeer zo weinig mogelijk met anderen te praten. Dat ik de taal niet perfect beheers helpt daarbij. De interacties die ik heb zijn enkel functioneel. ‘Où est-ce que je peux trouver un restaurant pas cher’, vraag ik aan het meisje achter de balie van mijn hostel. ‘Un entrecôte grillé avec de la sauce béarnaise et frites’, bestel ik bij de ober. ‘Non merci’, zeg ik tegen de zwerver die iets van me wilt.

Ik zou me hier wel kunnen vestigen. Vier jaar eerder was ik reeds in Parijs tijdens een kort vakantieweekend; de stad maakte toen weinig indruk op me. Nu heb ik echter een ander doel: nu werk ik hier, al is het voor enkele dagen, al verblijf ik in een hotel. Ik ga vroeg naar bed, ik sta vroeg op. Ik loop doelbewust door de straten, op zoek naar een rustige bistro met prettige zachte stoelen waar ik naast een kop koffie de artikelen over internationaal strafrecht kan lezen die ik op mijn iPad gedownload heb.

De enige afleiding komt van Chris Cleave, die een roman schreef over een vluchtelinge uit Nigeria. ‘The other hand’, speelt zich niet af in Parijs, maar het onderwerp raakt zijdelings aan mijn proefschrift over asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdaden en derhalve heb ik mezelf toegestaan het te lezen. Dat doe ik terwijl ik de eerder genoemde entrecôte nuttig in een klein restaurant langs het Bassin de la Villette, waar tot mijn grote vreugd geen enkele toerist zit. Ik lees in bed, terwijl de vijf vrouwen met wie ik mijn dorm deel één voor één binnenkomen en gaan slapen. Ik lees in de metro, alsof ik precies weet hoe lang ik moet zitten en waar ik moet uitstappen. Dat doe ik niet, maar het maakt niet uit.

Ik heb geen doel anders dan te schrijven. Ik hoef niet naar de Eiffeltoren of het Musee d’Orsay. Ik verlang niet naar een avond in Quartier Latin. Ik kuier niet langs de kraampjes van de Marché aux Puces. Ik lees, en ik schrijf. Ik woon hier, en ik werk. Al is het maar voor enkele dagen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Evelien van Roemburg

Geef een reactie

Laatste reacties (2)