Laatste update 13:18
3.691
83

Campagneleider Volt Den Haag

Als we sterk willen zijn, moeten we 9 mei vieren en toe naar een federaal Europa

Met onze onverzettelijke toon, als deel van de ‘Vrekkige Vier’, hebben we vertrouwen verloren en oplossingen voor de enorme economische gevolgen van de coronacrisis bemoeilijkt

cc-foto: Marco Verch

Vandaag is het 9 mei. Op deze dag, precies 71 jaar geleden, werd de grondslag gelegd voor de Europese Unie. Niet lang nadat ze als vijanden tegenover elkaar stonden in de Tweede Wereldoorlog, sloegen Duitsland en Frankrijk op 9 mei 1950 de handen ineen en tekenden de Schumanverklaring. Dat was de aanzet tot vrede en welzijn in Europa: het was het begin van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (de EGKS) waarin deze grondstoffen voor oorlogsvoering onder gemeenschappelijk beheer werden geplaatst. Het was een stevig staaltje strategie. De EGKS zou uitgroeien tot de Europese Economische Gemeenschap en uiteindelijk tot de Europese Unie.

Vanaf het begin van de EGKS, waar Nederland mede-oprichter van was, tot aan de totstandkoming van de Europese Unie: wij hebben altijd een toonaangevende rol gespeeld. Een rol waar we trots op mogen zijn, die onmisbaar is geweest en die we daarom zouden moeten vieren. Maar op dit moment lijken populistische geluiden de boventoon te voeren. Ze verkondigen dat Europa een geldverslindend, wereldvreemd en overbodig ambtenarenapparaat is. Dat Europa het slecht met de burger voorheeft. Dat Europa ons bedreigt. Geeft dit een juist beeld, of is het überhaupt waar? Dat is niet van belang. Europa verketteren is makkelijk scoren. De hardst schreeuwende minderheid krijgt de luidste megafoon.

De echo van dat geschreeuw klinkt door in het politieke midden, dat uit angst voor stemmenverlies afstand heeft genomen van Europa en er voor de bühne regelmatig flink op afgeeft. Deze politici zijn blijven hangen in de Gouden Eeuw en zien Nederland nog steeds als een groots en trots VOC-schip dat gestaag vooruit gaat op een gladgestreken zee. In werkelijkheid is Nederland echter een sterk en modern, maar klein scheepje op een steeds groter wordende geopolitieke oceaan. Een scheepje dat alleen in een vloot met andere Europese schepen de steeds onstuimiger wordende golven kan trotseren.

Want het is een illusie om te denken dat het sluiten van de grenzen en het terugkeren naar de gulden onze problemen zullen oplossen. Om te denken dat we cyberterrorisme, energievoorziening, klimaatvraagstukken en bedenkelijke ambities van grootmachten aan kunnen pakken in ons eentje, vanachter de dijken. En het is een illusie om te denken dat Europa in zijn huidige vorm ons voldoende bescherming kan bieden in de 21e eeuw. Onze eigenzinnigheid en volhardendheid hebben ons veel gebracht, maar er is een grens aan wat je ermee kunt bereiken. Met één vinger kunnen we een gat in de dijk wel dichten. Maar met meer gaten kunnen we niet zonder de handen van anderen.

Natuurlijk, Europa kan op plekken ècht beter. Sterker nog, het moet zelfs beter. Maar je verbetert niets door het stuk te maken, wél door er constructief aan mee te doen. Dat is waar Volt voor staat en dat is wat Volt doet: in parlementen, besturen en regeringen overal in Europa. Dat is waar Volt voor is opgericht.

Dat is ook waarom de Europese samenwerking is begonnen. Met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen, zochten de eerste landen samen naar een oplossing om af te rekenen met het vergaande, ongezonde nationalisme en de drang tot overheersing. Dat Europese samenwerking een goed idee was, zagen ook andere landen in. Meer landen sloten zich aan en werkten samen op steeds meer vlakken: economie, politiek, en uiteindelijk zelfs met een gezamenlijke munt. Het heeft ons gebracht waar we nu zijn: een welvarend Europa, dat wereldwijd de toon zet op het gebied van mensenrechten, regelgeving en klimaat. Het heeft ons gemaakt tot een continent dat zich kan meten met de grote krachten op het internationale toneel zoals China, Rusland en de Verenigde Staten.

Goed samenwerken betekent ook samen de klappen opvangen en samen werken aan vooruitgang en verbetering. Dat vraagt om solidariteit, af en toe om inschikken en soms ook tot, ja, inleveren. Dit doen wij zodat wij een volgende keer, als het ons tegenzit, kunnen leunen op anderen.

In het begin van de Coronacrisis lazen wij de les aan Zuid-Europese landen, waar de ziekenhuizen overspoeld werden door COVID19-patiënten. Amper een jaar later is het tij gekeerd en overstromen onze eigen ziekenhuizen bijna. Met onze onverzettelijke toon, als deel van de ‘Vrekkige Vier’, hebben we vertrouwen verloren en oplossingen voor de enorme economische gevolgen van de coronacrisis bemoeilijkt. En door deze kortzichtigheid loopt Nederland nu miljarden uit het Europese herstelfonds mis. Nederland ligt duidelijk niet op de juiste koers. Het is hoog tijd om Europa in te zetten als kompas.

Het is tijd dat Nederland serieus gaat nadenken over onze Europese toekomst, hoe wij vorm willen en gaan geven aan de EU. De Europese integratie neemt een vlucht, dus laat de Nederlandse regering ook aan het stuur gaan staan. Door eerlijk te zijn over die toekomst en Nederlanders mee te nemen in het Europese verhaal: ook dat moet onderdeel zijn van de nieuwe bestuurscultuur. Zodat niet, zoals nu, over onze hoofden heen besloten wordt.

Het standpunt van Volt is duidelijk. Belangen van nationale regeringen moeten niet meer de boventoon voeren in Europa; de Europese burgers moeten centraal komen te staan. Niet Nederland tegen de rest, maar een team vormen van 450 miljoen mensen sterk, klaar om elke uitdaging aan te gaan.

Er zijn concrete stappen die we nu al kunnen zetten om Europa voor elke inwoner te laten werken. Er moet zo snel mogelijk een einde komen aan het veto van de lidstaten. Het Europees Parlement moet eindelijk een volwaardig parlement worden, dat een regering kiest en daadkracht krijgt in crisistijd. Kortom: willen we met zijn allen sterk staan, dan moeten we toe naar een federaal Europa.

Als federatie kunnen we ons handelingsvermogen versterken en voorkomen dat landen tegen elkaar uitgespeeld worden. Samen oplossingen vinden voor problemen die niet ophouden aan onze landsgrenzen. We keren de klimaatcrisis, laten de multinationals een constructieve rol spelen in de samenleving en houden ons staande in de wereldpolitiek van het recht van de sterkste. We nemen ons lot in onze Europese handen. Voor onszelf en voor de generaties die die volgen.

Het verhaal van Europa kent tegenslagen en mislukkingen, maar het kent ook kameraadschap, goedheid, vooruitgang en successen. En als het er echt op aankomt, dan zijn we er voor elkaar. En dit verhaal is nog lang niet ten einde, dus we moeten blijven werken aan een sterkere, welvarender, maar vooral eerlijkere en gelukkigere Europese Unie. Een Unie die begon op 9 mei 1950, met een nobel en slim idee, een officieel plan en een handtekening. Toen we aan deze reis begonnen, hadden we nooit kunnen bedenken hoeveel het ons in 71 jaar zou brengen. Dat mag gevierd worden.

Sterker nog: dat móét gevierd worden. Laten we daarom elk jaar op 9 mei vieren dat wij deel uitmaken van een steeds sterker en mooier Europa. En laten we uitkijken naar wat de volgende 71 jaren ons zullen brengen. We gaan samen, als Europeanen, met volle vaart vooruit.

Geef een reactie

Laatste reacties (83)