860
53

Consultant bij CIMIC

Gunilla de Graef werkt als consultant bij het CIMIC, het expertisecentrum voor Interculturaliteit van de Katholieke Hogeschool Mechelen.

Apartheid in ons schoolsysteem is niet de oplossing

Het is niet de diversiteit op zich die een probleem vormt, maar wel de manier waarop we ermee omgaan

Socioloog Jaap Dronkers stelde vast dat een grote etnische diversiteit in de klas het niveau naar beneden haalt, zo meldde De Standaard dit weekend. Zijn oplossing: segregatie. Stop scholieren allemaal in mono-etnische scholen. In zulke scholen kunnen leerlingen, ongestoord door het anders-zijn van medescholieren, zich concentreren op de leerstof en halen ze bijgevolg betere resultaten.
Dat is een zeer gevaarlijk discours, zeggen Gunilla de Graef van het CIMIC en Koen Stuyck van StampMedia. Segregatie is volgens hen een non-oplossing in een wereld waar verschil geen mogelijkheid, maar een feit is.

Segregatie, als het al haalbaar zou zijn, is allerminst wenselijk. Hoe zullen kinderen uit die mono-etnische scholen gewapend zijn om in de multi-etnische realiteit te overleven? Of trekken we die segregatie dan ook maar meteen door naar arbeidsmarkt en woonomgeving? Jaap Dronkers doet smalend over ‘interculturele vriendschappen’, alsof dat niet ter zake doende aspecten van het leven zijn die het leerproces eerder in de weg zitten dan iets anders. Dat getuigt van een merkwaardige wereldvreemdheid. Leren hoe de wereld in elkaar zit, leer je voor een belangrijk stuk door interpersoonlijke relaties. Dat is bij uitstek zo voor kinderen en jongeren. Bij StampMedia, een persagentschap waar jongeren het nieuws maken, is net dat één van de succesfactoren die ervoor zorgen dat jongeren van verschillende origine en achtergrond zich aangesproken voelen en meewerken.

Niet-normatieve gezinssituatie
Wat het meest frappeert, is het statische karakter van Dronkers’ verhaal. Hij stelt een feit vast: vandaag de dag legt diversiteit een zware last op scholen. Dat is ongetwijfeld zo. Maar hoe komt dat? En wat doen we hier nu verder mee? Het is immers niet de diversiteit op zich die een probleem vormt, maar wel de manier waarop we ermee omgaan. Nog altijd weigert men onder ogen te zien dat ons onderwijs grotendeels gericht blijft op die onbestaande maar zo graag geziene normleerling: kind uit de witte middenklasse, gemiddeld intelligent, perfect gesocialiseerd naar de doorsnee waarden en normen. Die al dan niet bewuste drang naar ‘eenvormigheid’ neemt overhand toe.

Het lijkt er inderdaad sterk op dat er de laatste jaren met steeds meer fatalisme wordt gekeken naar anders-zijn of van-elders-zijn. Niet alleen allochtone kinderen zijn daarvan het slachtoffer, maar evengoed kinderen die lijden aan autismespectrumstoornissen, kinderen uit een niet-normatieve gezinssituatie, of gewoon zij die wat minder goed meekunnen in ons prestatiegerichte onderwijs. Hoewel Dronkers’ pleidooi voor een meer op de noden en stijl van het kind gericht onderwijs daar perfect lijkt bij aan te sluiten, zien we dat toch liever gebeuren in een pluriforme context dan in een apartheidsstructuur.

Raciale stereotiepen
Hoe gaan we die gescheiden systemen trouwens op poten zetten? Wie gaat de erwten van de bonen scheiden? Dronkers strooit kwistig met labels: ‘Marokkaan’, ‘Turk’, ‘migrant’,… Maar wie zijn dat allemaal? Hoe verschillend is de Vlaming uit een welstellend milieu uit de Antwerpse rand van  een Vlaming,  balancerend op de armoedegrens, uit een landelijke gemeente in Oost-Vlaanderen? Bijna grappig wordt het als Dronkers het heeft over de islamscholen waar hij ‘Marokkanen’, ‘Turken’ en ‘Pakistani’ wil samenduwen. Alsof dat geen divers gezelschap is. Waar we mensen gaan labelen, beginnen de problemen. Amin Maloufs verhaal van de moorddadige identiteiten wordt met de dag actueler. Dat de meeste jongeren vandaag een meervoudig verhaal in zich dragen dat een gedwongen kleur bekennen niet goed verdraagt, mogen we niet terzijde laten.

Een pijnlijke passage in het interview met Jaap Dronkers betreft de manieren waarop de door hem geïdentificeerde groepen reageren op tegenstand of zelfs racisme. Bij moslims en Latino’s zou dat gelatenheid uitlokken, bij Aziaten gedrevenheid om nog beter te doen. En ook nog: ‘gewone’ Aziaten krikken het niveau van de klas op, ‘islamitische’ Aziaten halen het niveau naar beneden. Pardon? Misschien zou er eens grondig onderzoek gevoerd moeten worden naar de raciale stereotiepen die leven in de hoofden van de Vlaamse goegemeente, en eveneens naar de wisselwerking tussen die stereotiepen en een aantal discriminatoire praktijken.

In zijn vorig jaar verschenen boek Vreemden geeft professor Mark Elchardus heel wat interessante onderzoeksresultaten mee over de rol van leerkrachten in het bestrijden of bevestigen van racisme en xenofoob gedrag. Elchardus is ook een ‘onderzoeker’, maar wel een die werkbare pistes voor de toekomst meegeeft. Zoals bijvoorbeeld het belang van het daadwerkelijk voorleven van waarden als openheid en verdraagzaamheid. Om die waarden te kunnen voordoen, in plaats van ze enkel te preken, heb je precies een diverse omgeving nodig.

Pionierswerk
Of misschien kan De Standaard de stem van Jaap Dronkers eens confronteren met die van professor Ides Nicaise (HIVA en KU Leuven). Hij waarschuwt ons al jaren voor stereotiep denken over een zogenaamd ‘niet-onderwijsgerichte cultuur’ bij landgenoten van allochtone origine. Uit zijn onderzoek bleek dat de oorzaken voor ‘minder presteren’ evenzeer van ‘sociaal-economische’ als ‘socio-culturele’ aard zijn. Het gaat om een complex verhaal, waarbij alleen meervoudige acties antwoord kunnen bieden. Nicaise zelf noemt bijvoorbeeld voorschoolse stimuleringsprojecten, het écht kostenloos maken van het onderwijs, en een gewichtenregeling in de financiering van scholen.

Op het einde van het interview in De Standaard gaat het over de mogelijke recuperatie van Dronkers’ onderzoek door de politiek. Alsof dat nu onze grootste zorg zou zijn. Wil iemand zich eerst eens de vraag stellen wat dit soort onderzoek en dit soort publicaties betekent voor de betrokken doelgroep?  Veel leraren verdienen een medaille omdat ze dagdagelijks proberen hun werk zo goed mogelijk te doen met de beperkte middelen die ze hebben. Veel leerlingen al evenzeer. Maar dit soort onheilsboodschappen over een “niet terug te draaien evolutie” zal er niet voor zorgen dat de middelen en ruimte worden vrijgemaakt die zij nodig hebben om hun pionierswerk vrucht te doen dragen.

Gunilla de Graef werkt als consultant bij het CIMIC, het expertisecentrum voor Interculturaliteit van de Katholieke Hogeschool Mechelen. Koen Stuyck is hoofdredacteur van StampMedia.

Dit artikel is eerder verschenen op de Belgische opiniesite Apache.be

Geef een reactie

Laatste reacties (53)