2.420
7

Arubaans zout, Nederlandse wonden

Het moederland zou van de gelegenheid gebruik moeten maken om in het Arubaanse experiment actief te participeren

Met een uitdagend gevoel voor dramatiek ging de Arubaanse premier Mike Eman in hongerstaking. Hij protesteerde hiermee tegen Nederlandse bemoeienis met het financiële en economische beleid van zijn land. Minister Ronald Plasterk, die de Nederlands-Caraïbische eilanden in zijn portefeuille heeft, riep hem op om toch vooral ‘rustig en redelijk’ te blijven. Tegenover de Nederlandse eisen van stringente bezuinigen plaatst Eman een aanhoudend en gewaagd investeren. Na bevredigende publiciteit voor zijn standpunten beëindigde de premier zijn protest.

Rust en redelijkheid zijn niet teruggekeerd. Die zijn sowieso niet kenmerkend voor de relaties in het Koninkrijk der Nederlanden. Decennialang overheersen emotievolle wrijvingen. Zo had Aruba al bijna twintig jaar geen onderdeel van het Koninkrijk meer moeten uitmaken. Het eiland kreeg per 1 januari 1986 de status van ‘land’ binnen het Koninkrijk onder de voorwaarde dat het binnen tien jaar zelfstandig zou worden. Die intentie heeft nooit bestaan aan Arubaanse zijde, Nederland haalde bakzeil en Aruba bleef binnen het Koninkrijk.

Dat gebeurde niet in rust en redelijkheid. Aanwijzingen dat leden van de Arubaanse regering betrokken waren bij drugshandel en het witwassen van geld, waren in 1994 de reden om aan de Arubaanse minister van Justitie, E.J. (Watty) Vos, bevoegdheden te onttrekken. Zo verloor hij de verantwoordelijkheid voor de veiligheidsdienst van het land. Die werd neergelegd bij de gouverneur,  als vertegenwoordiger van Nederland. Een deel van de inlichtingendocumentie werd zelfs van het eiland naar de marinebasis op Curaçao overgebracht om te voorkomen dat deze in verkeerde handen kwam. 

Aan deze interventie ging een omvangrijker en jarenlang ingrijpen op Sint Maarten vooraf. Hierbij was ook de gouverneur betrokken. De Nederlandse bemoeienis leidde tot de arrestatie van de invloedrijkste politicus op het eiland, A.C. (Claude) Wathey. Het moederland moest uiteindelijk toch vooral het eigen onvermogen erkennen om het bestuur op orde te krijgen. 

Schaamtevol
Een en ander zorgde wél voor de uitbouw van het Recherche Samenwerkingsteam (RST) op de eilanden, dat onder Nederlandse aansturing staat. Dit vormt onderdeel van een gestadig uitgebreid netwerk van politiële en justitiële eenheden, zoals de Kustwacht, Koninklijke Marechaussee en het intereilandelijke Openbaar Ministerie. Hoe professioneel de inspanningen ook zijn, de criminaliteit op Curaçao en Sint Maarten is onbeheersbaar gebleken. 

Zo vult de portefeuille van Plasterk zich met schaamtevolle aangelegenheden. De integratie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als overzeese ‘gemeentes’ bij Nederland levert protesten op, die ook door koninklijke bezoeken niet worden gladgestreken. Na de reorganisatie van de Caraïbische delen van het Koninkrijk – per 10 oktober 2010 – kreeg Curaçao een premier die een middelvinger opstak naar Nederland, de gouverneur opzij duwde, en ondanks het strenge Nederlandse toezicht de Curaçaose schatkist op sluwe wijze plunderde (met het graaien van de ‘verzelfstandigde’ publiekesector hier in Nederland als voorbeeld). Schaamrood kleurde het moederland.

Die reorganisatie behoefde overigens op alle onderdelen de toestemming van Aruba. Daar hangt vanzelfsprekend een prijskaartje aan. Het wordt dan passend geacht om jarenlang uitsluitend met zachte stem te waarschuwen voor de toename van de eilandelijke staatsschuld en het begrotingstekort. Naar buiten toe bejubelt het moederland zelfs het Arubaanse beleid inzake economie en financiën.

Redelijk
Dan lijkt aan het Nederlandse geduld ‘onverwacht’ een eind te zijn gekomen. Niets is minder waar. De Nederlands-Caraïbische portefeuille vulde zich met schaamtevolle teleurstellingen. Die onderstreepten keer op keer Nederlands onmacht, terwijl Nederland ook met Aruba wéér een vernedering dreigt op te lopen. Dan vergeet Nederland ‘rustig en redelijk’ te blijven, maakt met opzet procedurele foutjes, laat een exclusief Nederlandse commissie het Arubaanse beleid fijnmalen  en zet de gouverneur weer in.

Het zou zomaar kunnen dat het alternatieve beleid van Aruba tot een succesvol einde kan worden gebracht. Er is tenslotte geen enkele garantie dat op de wat langere termijn het beleid van de regering-Rutte een succes is in Nederland, laat staan op de Nederlands-Caraibische eilanden. Economie kent niet één waarheid, maar een diversiteit aan rivaliserende visies. Het moederland zat er al vaker faliekant naast. 

Rustig en redelijk blijven is een uitdagende opgave. Nederland behoeft niet het beoogde alternatief van Aruba te vermorzelen. Het moederland zou juist van de gelegenheid gebruik moeten maken om in het Arubaanse alternatief actief met deskundigheid te participeren. We zijn bij vele uitdagende en risicovolle projecten betrokken (geweest). Waarom zou Nederland het Arubaanse experiment daar niet aan toevoegen? Het zou zowel Aruba als Nederland zélf nieuwe schaamtevolle uitglijders besparen.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)