744
1

Beleidsmaker

Joost-Jan Kool is 35 jaar oud en is de trotse vader van drie kinderen. Vindt van veel dingen wel wat en houdt ervan dat op te schrijven. Werkt als beleidsmedewerker bij een kleine gemeente. Daarnaast groot sportliefhebber.

Bar gezellig of bar en boos?

'Fan van Cheers zijn, is niet iets waarmee je als jong mens op school te koop loopt'

Joost-Jan Kool was al jong een groot fan van de Amerikaanse kroegserie Cheers. Toen hij hoorde dat deze serie een Nederlandse remake gaat krijgen, liet dat hem dan ook niet onbetuigd.

Het overgrote deel van mijn jeugd woonde ik samen met mijn ouders, broer en zussen, plus een aanleunende oma, aan de Achterkade. Op zijn Hei en Boeicops gezegd: “De Kaai.” De Achterkade was koeien, knotwilgen, weilanden, de eerste buren 100 meter verderop en leven zonder riolering en kabeltelevisie. Het ontbreken van de riolering had als consequentie dat ik jaarlijks mee moest helpen met het openmaken van de septic tank. Door het groot aantal mensen dat daar indirect op poepte en het teveel aan toiletpapier dat daarbij werd gebruikt (een regelmatig – en altijd op een slecht moment – terugkerende discussie) werkte dat ding niet meer, met alle vervelende gevolgen van dien.

Beperkt zappen
Wanneer de boel eenmaal open lag, kwam de buurman met zijn giertank en werd de inhoud over het land achter ons huis verspreid. Daarna wapperde het nog niet verteerde papier mee met de wind. Het ontbreken van kabeltelevisie had heel andere consequenties, bijvoorbeeld dat ik ’s avonds laat, wanneer ik door mijn ouders naar boven was gestuurd en verveeld op mijn kamer lag, maar heel beperkt kon zappen. Van Nederland 1 naar 2 naar 3 en dan weer terug. Vaak was de keuze beperkt tot programma’s als Het uur van de Wolf of Cheers.

Fan van Cheers zijn, is niet iets waarmee je als jong mens op school te koop loopt. En in mijn geval was dat niet anders. Zeker niet omdat mijn klasgenoten uit de bewoonde wereld het over programma’s hadden die ik alleen maar kende uit de televisiegids (tot overmaat van ramp waren wij thuis lid van De Visie, ook al iets waarmee ik niet graag te koop liep). En zo werd Cheers mijn geheim. Want – het moet gezegd – ik keek graag naar Cheers. Sterker nog, ik sloeg geen aflevering over. Maar wat was het dat mij zo aansprak in de serie?

Spannender dan het testbeeld
Allereerst had dat natuurlijk te maken met schaarste. Honger maakt rauwe bonen zoet, dat werk, en zo was het ook met het gebrekkige televisieaanbod waarmee ik mijn tijd moest doorkomen. Anders gezegd: bij alles dat ik spannender vond dan het testbeeld, Het Uur van de Wolf of Zeeman met boeken, bleef ik hangen. Dat Rebecca en Diane op zo’n moment veruit de mooiste vrouwen op de publieke zender waren, speelde waarschijnlijk ook een rol.

Maar er was meer dan het ontbreken van een geschikt alternatief en relatief mooie vrouwen. Namelijk het gevoel van herkenning en weemoed dat de serie bij mij opriep. Een gevoel dat aansloot bij de levensfase waarin ik mij op dat moment bevond. Een periode van te groot voor het servet, maar te klein voor het tafellaken. Een periode van losmaken en onzekerheid over keuzes die telkens weer van mij werden gevraagd. Maar meer nog dan de gebruikelijke wrijving die hoort bij het proces van volwassen worden, was die weemoed terug te voeren op de emotioneel zware ontwikkeling die wij als gezin doormaakte.

Vastgemetselde dogma’s
Nog maar kort daarvoor was mijn zusje verongelukt. Een gebeurtenis die de vastgemetselde dogma’s van geloven en kerk die ons leven tot dan toe had gestuurd langzaam maar zeker aan het wankelen hadden gebracht. En binnen dat totaal veranderde perspectief zocht iedereen zelf naar een nieuwe weg om verder te leven. Waarbij de aanleunende oma een subtiel, maar niet te missen anker uitwierp om alles vooral maar te laten zoals het was. Omdat er in het dorp toch al zoveel gepraat werd en omdat er ooit voor de troon van de Allerhoogste verantwoording moest worden afgelegd.

Zo was iedereen, eenzaam en alleen op zoek naar nieuw evenwicht en nieuw geluk. En juist die eenzaamheid zag ik terug in Cheers. Bij die op het eerste gezicht zo grappige, bijna lullige personages die allemaal op hun eigen manier invulling gaven aan hun tragikomische aandeel in het verhaal. Ik voelde een band met Sam Malone, loserige Norm en Cliff Clavis met zijn domme gelul en werd ook een beetje stamgast in die bruine kroeg, Where Everybody Knows Your Name, in Boston. En daarmee werd de serie voor mij veel meer dan zomaar een komedie op een onmogelijk tijdstip, maar een baken van herkenning in een verder roerige en buitengewoon onzekere tijd.

Bar gezellig
Tot zover het verleden. Afgelopen week las ik ergens dat SBS6 een Nederlandse variant van Cheers gaat uit uitzenden: Bar gezellig. En hoewel ik normaal gesproken helemaal niet vind dat heilige huisjes tot in de eeuwigheid beschermd moeten worden, houd ik nu mijn hart vast. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat deze Nederlandse variant erin zal slagen om juist die onderlaag van subtiele treurigheid over te brengen. En in dat geval zal alleen de lullige, grappige kant van Cheers belicht worden en wordt het niet meer dan een veredelde variant van een programma als: komt een vrouw bij de dokter. En daarmee wordt Cheers tekort gedaan.

Maar goed, hopelijk zit ik er helemaal naast. Er is tenslotte nog geen minuut van de Nederlandse variant uitgezonden. En eigenlijk maakt het me niet zo heel veer meer uit, ik ga toch niet kijken. De tijd van Cheers zal ik nooit vergeten, heeft ook waarde gehad, maar is nu voorgoed voorbij. En aan een nieuwe Cheers-fase in mijn leven heb ik absoluut geen enkele behoefte.

Geef een reactie

Laatste reactie