1.687
55

ex-bestuurslid PINK!

Lara Pappers was secretaris van PINK!, de politieke jongerenorganisatie van de Partij voor de Dieren. Zij zet zich o.a. in voor dierenrechten en duurzaamheid.

Belasting op vlees? Niks té duur!

Een onlangs gepubliceerd rapport van de FAO (de VN-organisatie van landbouw en voedsel) stelt dat de huidige productie van vlees van 228 miljoen ton naar 463 ton in 2050 omhoog moet gaan om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen.

Dit betekent dat er geïnvesteerd zal moeten worden in de veestapel. Hierbij moet gekeken worden naar technieken die het milieu niet schaden. De milieuschade die de veehouderij veroorzaakt doet zich voor in de vorm van uitstoot van broeikasgassen, watergebruik en ontbossing.

De veehouderij is één van de grootste veroorzakers van broeikasgassen. Alle wetenschappelijke rapporten wijzen erop dat de veehouderij een zeer groot aandeel heeft in de uitstoot van broeikasgassen, met schattingen uiteenlopend van 18% tot wel zelfs 52%. Maatregelen zoals duurzame auto’s en spaarlampen zijn een stap in de richting naar een duurzame wereld, maar bereiken bij lange na niet het effect dat bereikt zou kunnen worden bij de overstap naar een meer plantaardig dieet.

Een voorbeeld, om één kilo vlees te kunnen produceren is 20.000 liter water nodig. Daarnaast eet een dier in de bio-industrie (het grootste deel van de veehouderij) voedsel dat onder andere bestaat uit sojabonen. Om deze sojabonen te kunnen telen worden grote stukken van het regenwoud gekapt waardoor een van ’s werelds grootste ecosystemen verwoest wordt. Daarnaast wordt er jaarlijks 50% van de wereldgraanoogst gebruikt als veevoer. Het eten van één kilo vlees brengt dus een enorm watergebruik, de verwoesting van de regenwouden, een onevenwichtige verdeling van de wereldgraanoogst én een enorme uitstoot van broeikasgassen met zich mee.

De bio-industrie is dan ook een enorme vervuiler en zal, met de bevolkingsgroei in het kielzog, aangepakt moeten worden. De overstap op een meer plantaardig dieet betekent minder vervuiling. Lees, minder vervuiling. Een veel gehoord argument is namelijk dat er alsnog sojabonen geteeld moeten worden bij een (meer) plantaardig dieet. Dat is waar, maar deze teelt zal veel kleiner zijn dan de huidige teelt die nodig is voor het voeden van de dieren in de bio-industrie. Bovendien is er voor één kilo plantaardig voedsel veel minder water nodig dan bij de productie van één kilo vlees en hoeft er niet 50% van de wereldgraanoogst naar de bio-industrie te gaan waardoor mensen in ontwikkelingslanden gevoed kunnen worden. Ook neemt bij een plantaardig dieet de uitstoot van broeikasgassen af, mits er overgeschakeld wordt naar een meer lokale en regionale voedselvoorziening.

Als wij willen dat onze kinderen net zo van de aarde kunnen genieten als wij, dan lijkt een overstap naar een meer plantaardig dieet onvermijdelijk. Totdat dit besef tot iedereen is doorgedrongen, zal er een snelle tussenoplossing bedacht moeten worden. De veelgehoorde ‘vleestax’ lijkt dan ook een goede tijdelijke oplossing te zijn. Door belasting te heffen op vlees betaalt namelijk de vervuiler en kunnen de gevolgen van het produceren van vlees deels worden opgevangen. Echter, een heffing van 19% belasting op vlees stuit veel mensen tegen de borst. Vlees zou dan namelijk te duur worden. Maar als de kosten van de vervuiling van het produceren van vlees nu niet worden doorberekend, dan wordt vlees in de toekomst onbetaalbaar. Een aarde zonder regenwouden, met een enorme schaarste aan water en een bevolking die grotendeels niet gevoed kan worden is de hoogste prijs. Belasting op vlees? Niks té duur dus.

Geef een reactie

Laatste reacties (55)