2.912
60

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

Betrek taalkundigen en anderen bij nieuwe termen voor minderheden

Op dit moment worden we bedolven onder een ratjetoe van nieuwe termen die door verschillende groepen wordt aangedragen. Een groot deel daarvan bestaat uit onvertaald, dan wel klakkeloos vertaald Engels. Dat is slecht voor het basisonderwijs.

Op 3 november begint een interessant debat in de Tweede Kamer over de ‘Curriculumherziening in het funderend onderwijs’. Wat moeten kinderen op de basisschool leren en wie bepalen dat? Er komen daarbij diverse onderwerpen aan de orde, ik wil me concentreren op één: voorgestelde vernieuwingen die invloed hebben op ons taalgebruik.

Begrijpelijk dat sommige minderheden zich ontevreden voelen, of zelfs gekwetst, door termen waarmee ze traditioneel worden aangeduid. De vervanging daarvan zou juist daarom het resultaat van een zorgvuldig afgewogen proces moeten zijn, dat zowel die minderheden als onze taal recht doet. Op dit moment worden we bedolven onder een ratjetoe van nieuwe termen die door verschillende groepen wordt aangedragen. Een groot deel daarvan bestaat uit onvertaald, dan wel klakkeloos vertaald Engels. Dat is slecht voor het basisonderwijs.

Queer
cc-foto: Tomasz Baranowski

De oorzaak is dat de termen worden gebruikt door mensen die het activisten-Engels per definitie superieur achten aan het Nederlands. Ondanks de context van de laaiende homofobie in grote delen van de Verenigde Staten. Je kunt je daarom voorstellen dat Amerikaanse activisten ‘queer’, een discriminerende term in hun eigen taal, tot geuzennaam verheffen. Maar mensen die in Nederland wonen?

In de bundel Sprookjesland is van iedereen, 17 bewerkingen van sprookjes waarin de diversiteit en inclusiviteit in al haar aspecten wordt gevierd, komt geen Engels woord voor. Het is een grappig en soms ook ontroerend boek, geschreven door Hongaarse auteurs. Uit een EU-land waarin de overheid discrimineert op grond van seksuele geaardheid. ‘Gelukkig wonen wij in een land waar bijzondere verhalen wel gedeeld mogen worden’, constateert de Marokkaans-Nederlandse Samira Bouchibti dan ook in een nawoord.

Een letterlijke vertaling kan eveneens schuren. Neem het Genderdoeboek voor Scholen en de handreiking Waarden voor een nieuwe taal. Beide willen dat naar non-binaire personen wordt verwezen met ‘hen/die | hen | hun’. Bijvoorbeeld: ‘Hen koopt een jas. Deze jas is van hen.’ Hier is niet alleen sprake van een verwarrende ingreep in de grammatica – bij ‘hen’ denken we aan een meervoud – maar bovendien van vertaald Engels. ‘Them buys a coat’ etc, zoals onder non-binaire Engelstaligen geliefd.

Merkwaardig dat enerzijds Waarden voor een nieuwe taal expliciet stelt dat we ‘Nederlandse termen dienen te gebruiken in plaats van Engelse leenwoorden’ en anderzijds een verklarende woordenlijst aanbiedt van zeventien woorden, waarvan elf vertaald Engels en zes onvertaald: ‘Daarvoor bestaan geen Nederlandse vertaling of uitdrukkingen.’

Vertalers denken daar anders over, maar bijvoorbeeld het creatieve voorstel om voor ‘hen’ voortaan ‘bei’ te gebruiken – niet vertaald en geen grammaticale ingreep  – werd categorisch afgewezen. Activisten willen immers koste wat kost aansluiten bij hun Amerikaanse medestanders. De nodige dekolonisatie van het Nederlands is echter iets heel anders dan rekolonisatie door het Engels.

Overigens, er wordt door rechtse politici vaak smalend gesproken van ‘activisme’. Maar in het verleden heeft activisme heel vaak – het Wissenschaftlich-humanitäres Komitee, de National Association for the Advancement of Colored People, Dolle Mina, Paarse september, Kick Out Zwarte Piet – tot positieve veranderingen geleid. Dat waren emancipatiebewegingen die concrete politieke veranderingen eisten. Maar die beperkten zich niet tot het maken van woordenlijsten.

De lijstenmakers kunnen uiteraard voor zichzelf de termen gebruiken die ze wensen. Maar eisen dat anderen hen daarin blindelings volgen? Het Nederlandse onderwijs is er voor alle kinderen. Daarom zou het van wijsheid getuigen als de Tweede Kamer na het debat een adviescommissie instelt die in een zorgvuldig proces tot een serie bruikbare voorstellen komt. Taalkundigen kunnen daarin een voortrekkersrol spelen. Onmisbaar lijken hierbij ook, behalve diverse vertegenwoordigers van de betreffende minderheden, een dichter, en een vertaler.

Zoals Jilll Mathon en Desiré van den Berg voor hun nieuwe spelalfabet niet in hun eentje gingen knutselen, maar de hulp in schakelden van hoogleraar naamkunde Gerrit Bloothooft en het feministisch platform De Bovengrondse.


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (60)