1.157
28

Tweede Kamerlid PvdA

Jeroen Dijsselbloem studeerde onder meer landbouw-economie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Hij werkte als medewerker van de PvdA-fractie in het Europarlement, voordat hij hetzelfde werk ging doen in de Tweede Kamer. In die tijd was hij ook gemeenteraadslid in Wageningen. Vanaf 1996 werkte Dijsselbloem op het ministerie van LNV tot hij in 2000 in de Tweede Kamer werd gekozen.Inmiddels is hij er vice-voorzitter van de PvdA-fractie.

Bezuiniging onderwijs raakt zorgleerling hard

Het zal ertoe leiden dat duizenden kinderen eenzaam achterin de klas belanden

In dezelfde week dat het kabinet besluit de belasting op hele dure huizen te verlagen, zet zij het mes in het ’passend onderwijs’. Passend onderwijs betekent dat kinderen met bijvoorbeeld handicaps of gedragsproblematiek zoveel mogelijk naar gewone scholen gaan. Een nieuwe aanpak, waar leraren net vertrouwen in kregen. Het stelt kinderen in staat om het beste uit zichzelf te halen.

Passend onderwijs vraagt veel van de scholen en de leraren. Zij kunnen hun werk alleen doen als ze de ondersteuning krijgen die daarvoor nodig is. Het vorige kabinet heeft zich altijd hard gemaakt voor deze ondersteuning; scholen kregen die dan ook. Maar door de ingrijpende bezuinigingskeuzes van het huidige kabinet staat het passend onderwijs op de helling.

Als deze bezuinigingen realiteit worden, zal veel expertise en goede begeleiding verloren gaan, expertise die scholen en hun samenwerkingspartners hard nodig hebben.

Het zal ertoe leiden dat duizenden kinderen eenzaam achterin de klas belanden, door hun handicaps of beperkingen niet in staat om met de rest van de klas mee te komen.Of erger, dat deze kinderen zelfs thuis komen te zitten. Wat gaan we doen om deze kinderen het onderwijs te geven dat ze verdienen? Kiezen we voor een bezuiniging van 300 miljoen of geven we de leraren de middelen om deze kinderen goed te begeleiden? Dat is de keuze.

Een veel groter deel van het geld voor passend onderwijs zou in elk geval ten goede moeten komen aan de echte zorg voor leerlingen. De bezuiniging van het kabinet raakt juist de zorg. Als er al bezuinigd moet worden, kan dat beter door te bezuinigen op bureaucratie en de organisatie eenvoudiger te maken dan nu het geval is. De Regionale Expertise Centra, de rugzakjes en de indicatieprocedures, kunnen veel effectiever en simpeler. En dus goedkoper.

De voorstellen van dit kabinet grijpen keihard in op de zorg voor kinderen, die zonder begeleiding vastlopen. Het gaat het om kinderen met ernstige beperkingen, zoals autisme, alle vormen van lichamelijke handicaps, geestelijke beperkingen, kinderen met chronische ziekten, met ernstige gedragsproblematiek, maar ook blinde en dove kinderen. Speciale scholen voor die laatste categoriemoeten van de minister gemiddeld 22 procent van hun budget inleveren. Waarom? Wordt op het ’Doveninstituut’ in St. Michielsgestel geld verspild aan deze kinderen? De botte bijl van minister Van Bijsterveldt laat van mooie dingen weinig heel.

Na het verschijnen van het rapport van de parlementaire commissie onderwijsvernieuwingen beloofde iedereen beterschap. Wat beloofden we ook al weer? Bij grote onderwijsvernieuwingen eerst te experimenteren en met de resultaten van die experimenten ook echt iets te doen.

Tijdens grote onderwijsvernieuwingen niet snel forse bezuinigingen door te voeren. Bij grote onderwijsvernieuwingen zou de politiek zich steeds rekenschap te geven van het draagvlak onder leraren. Moet ik doorgaan?

Een zorgvuldig proces dat in de vorige periode is ingezet en voorzichtig resultaten begon af te werpen,wordt op klassieke wijze voor het Haagse karretje gespannen. Draagvlak? Binnen een week hebben zestigduizend mensen de petitie ’Stop bezuiniging 300 miljoen op Passend Onderwijs’ getekend. Zou minister Van Bijsterveldt al die docenten die al bezig zijn om zoveel mogelijk kinderen gewoon in hun klas te houden, iets hebben gevraagd?

Naast draagvlak gaat het steeds om drie dingen; geld, tijd en expertise. Geld en tijd is er ineens niet meer. Hierdoor zullen volgend jaar duizenden banen worden geschrapt, vooral onder de begeleiders die scholen adviseren over omgaan met autisme, gedragsstoornissen en handicaps. Het gewone onderwijs moet meer zorgleerlingen opnemen, maar heeft die expertise meestal niet.

De minister wil dat docenten beter worden opgeleid om wel met deze problemen in de klas te leren omgaan. Prima, maar dat duurt jaren. Bovendien is de vraag van welk geld dit dan zou moeten gebeuren. Mijn idee is een ander. Het minste wat de minister kan doen is honderd miljoen euro uit het budget voor de prestatiebeloning beschikbaar stellen aan het passend onderwijs, voor goede begeleiding en bijscholing van de docenten. Als de kinderen dan geen begeleiding meer krijgen, zorg dan in ieder geval voor goede begeleiding van de docenten.

Trouw publiceerde dit opiniestuk op 9 februari 2011.

Geef een reactie

Laatste reacties (28)