Laatste update 15:29
1.772
30

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Corona: bidden kan geen kwaad, onkunde wel

Wetenschappelijk onderzoek is de enige manier om dingen vast te stellen omdat het geen doel op zich is, maar een manier om te verifiëren.

Het gaat me aan het hart als ik mensen zie, lees, ontmoet die verdwaald zijn in de dreiging van het Corona-leven en uit angst voor de tijd die komt bij allerlei profeten te rade gaan. Met opzet plaats ik geen bijvoeglijk naamwoord voor het woord profeten. Ze zijn wat ze zijn. Ze proberen te voorspellen wat er met ons zal gebeuren en dragen daar argumenten voor aan. Op de markt mag je van alles roepen, ook theorieën die gemakkelijk ontzenuwd kunnen worden maar wordt niet boos op de wetenschapper en zijn doventolk.

Waar sta ikzelf? Boekenworm, kritische arts, met mijn voeten in de klei van Bangladesh waar ik pas echt het werk leerde, denkend over hoe niet alleen Nederland gezonder zou kunnen worden, maar juist de andere helft van de wereldbevolking, die met honger, gebrek aan onderwijs, geen toegang tot voorzieningen moet leven. Mijn CV is verankerd in de wetenschap. In 1975 studeerde ik af als arts, in 1976 begon ik met het schrijven van kritische columns over de manier waarop reguliere medicijnen worden gepromoot en voorgeschreven, in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw raakte ik geïnteresseerd in gezondheidszorg in arme landen en in 1987 promoveerde ik in de medische antropologie. In 1990 werd ik benoemd tot hoogleraar Gezondheidszorg en Cultuur. Ergens in die vijftien jaar werd ik wie ik nu ben.

Op zoek naar mezelf zocht ik in de twintig schriften met honderden uittreksels van wat ik gelezen had en waarvan ik de kern had proberen vast te houden uit de tijd dat ik nog wetenschappelijke artikelen schreef. Na mijn promotie schreef ik niet meer zo vaak een artikel dat door 200 mensen gelezen werd, maar deelde ik liever mijn kennis via boeken, blogs, artikelen, columns met duizenden lezers. Meer dan dertig jaar hadden de schriftjes onbeweeglijk op een plank in mijn werkkamer gelegen. Ik bladerde ze door en de gedachten van de groten kwamen bij me terug. Ik was specifiek op zoek naar het essay Magic, Science and Religion uit 1925 door de antropoloog Bronislaw Malinowski. Het is een tekst uit een onschuldige tijd en wereld en ik zie dat ik het essay in mijn enthousiasme vrijwel geheel heb overgeschreven. Ik denk dat het leerzaam is voor deze tijd.

Het begint prachtig: ‘Eén moment reflectie voldoet al om in te zien dat geen handeling of vaardigheid, hoe eenvoudig ook is ontdekt, doorgegeven; geen georganiseerde vorm van jagen, vissen, landbouw of het verzamelen van voedsel, zou gedaan kunnen zijn zonder zorgvuldige observatie van natuurlijke processen en een vast geloof in hun regelmatigheid, en zonder de kracht van de rede; dus zonder de rudimenten van wetenschap.’

In de wetenschap wordt de rede begeleid en gecorrigeerd door observatie en dat gold ook voor mensen in 1926 die nog nooit iemand van buiten hun gemeenschap gezien hadden en waardoor Malinovski zich liet inspireren. Maar daar waar mensen niets konden observeren en controleren was de mens ervan overtuigd de natuur direct te kunnen domineren als hij maar de wetten die het besturen ervan naar zijn hand zou zetten. Dat wil zeggen via magie of religie.

Als ik college gaf koos ik het voorbeeld van een visser die de zee op moet, maar zijn boot lekt. Via observatie (boot op het land trekken en vullen met water en dan zien waar het water uit komt) wordt het probleem opgelost. Maar die donkere wolken daar, wat betekenen die? Daarvoor moet je bij de sjamaan zijn die botjes opgooit en kijkt hoe ze vallen, of in de koffieprut tuurt, of theeblaadjes die in je kopje zijn achtergebleven bestudeert of de stand van de sterren verbindt met de risico’s die jij loopt in een storm te belanden. Ook flink bidden helpt misschien.

cc-foto: truthseeker08

Bij religie geloof je dat er iets of iemand is die kan bemiddelen bij hogere machten die ons lot bepalen. We offeren, we bidden, we houden ons aan de geboden en met een krachtig geloof in die manier worden onze smeekbeden misschien verhoord.

Meestal spelen alle drie een rol in ons denken en handelen, maar wetenschappelijk onderzoek is de enige manier om dingen vast te stellen omdat het geen doel op zich is, maar een manier om te verifiëren.

Hoe meer onzekerheid over waar deze pandemie ons voert des te meer ook zal men zich vast proberen te houden aan wat we denken te weten, maar de enige manier om het pad te vinden naar hoe we volgend jaar of de jaren daarna zullen leven is om meer goed uitgevoerd onderzoek te laten doen door instellingen, die daar ervaring mee hebben en snel kunnen overschakelen van het ene virus op het andere, van de ontwikkeling van het ene vaccin op de volgende beloftevolle variant, en van het ene medicijn op het andere. En ook natuurlijk hoe je een hele bevolking door deze donkere en onzekere tijd heen stuurt. Bid maar dat het lukt. Dat kan geen kwaad. En laat je handpalm lezen. Maar geef de wetenschap met zijn vele disciplines en checks en balances de ruimte.


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (30)