1.073
15

Hoogleraar orthopedagogiek

Prof. dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer is verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Ze is gespecialiseerd in spraak- en taalstoornissen bij kinderen.

Boerenkool met worst

Joop-debat: Laat kinderen alleen de dingen leren waar ze aan toe zijn.

Van een collega kreeg ik het volgende e-mail bericht:
“Ik kom net terug uit de VS. Mijn hemel wat een testterreur is daar! Dat maakt kinderen helemaal gek. En de ouders gaan daarin mee. Ze willen steeds gedetailleerde beschrijvingen van ontwikkelingsstapjes… , of hun kind wel normaal is… Het aantal kinderen met ADHD maar groeien (nu 10% van de kinderen). Ik hoorde van nieuw onderzoek waaruit blijkt dat de groei vooral veroorzaakt wordt door de jongste kinderen in de klas voor wie de prestatiedruk te zwaar is. Veel kindergartens (5- en 6-jarigen) schaffen het buiten spelen af om meer tijd te hebben voor training van academische vaardigheden”

Trainen van academische vaardigheden! Waarom zijn we met elkaar de weg kwijt?

Als we het over voeding en veiligheid van kinderen hebben, weten we precies hoe dat allemaal moet. We geven een jonge baby echt geen boerenkool met worst.  We weten heel goed dat het dan darmstoornissen krijgt. Nee, de opvolgmelk en de potjes babyvoeding worden zorgvuldig uitgekozen.

Ook met betrekking tot de veiligheid zijn er allerlei aanwijzingen en suggesties, van autostoeltjes tot traphekjes.

In het onderwijs geven we jonge kinderen, in overdrachtelijke zin, wel boerenkool met worst En dan zijn we nog verbaasd dat het kind, ook weer in overdrachtelijke zin, darmstoornissen krijgt!

Net als met eten, waarbij we de baby’s en peuters in staat stellen een stevig maagdarmstelsel op te bouwen, zodat ze later stamppot kunnen eten, zo moeten kinderen ook in staat gesteld worden tot een het ontwikkelen van een stevige leerbasis. Academische vaardigheden, waarmee wordt bedoeld lezen, rekenen en schrijven, kunnen alleen vanuit die leerbasis groeien.

De leerbasis wordt gevormd door het zelfvertrouwen dat het kind in zichzelf kan ontwikkelen. Voor het ontwikkelen van die leerbasis moet de eerste zes levensjaren gebruikt worden. Het kinderspel en daarnaast voorlezen zijn de belangrijkste bronnen om die leerbasis te ontwikkelen.

Bij alle jonge kinderen kunnen we dat terug zien. Ze spelen en als ze daar genoeg van hebben zullen ze met een boekje aan komen zetten en vragen: Boekje lezen?

Zo ontdekken jonge kinderen hun eigen mogelijkheden, de wereld om hen heen en groeien ze vanuit een egocentrische denkwereld naar een niveau van denken, waarbij ze zichzelf kunnen zien als onderdeel van een groter geheel.

Om daar te komen maken kleuters een magische denkfase door. In die fase van het magische denken trachten kleuters spelenderwijs grip te krijgen op de grote mensenwereld. Dit doen ze door te spelen en door vragen te stellen. Alle vragen naar betekenissen, oorzaken, gevolgen en redenen van bestaan levert het kind informatie op. Deze informatie wordt in het spel vervolgens weer verwerkt. Niet alles wordt meteen begrepen en dit leidt bij het kind tot een fantasievolle wereld, waarin het waarin dieren en voorwerpen kunnen praten en door het kind beleefde ervaringen herbeleefd kunnen worden. Letters en cijfers hebben nog geen symboolwaarde, maar worden hoogstens herkend als “mijn” letter of “jouw” letter.

In die hele kleuterfase ontwikkelen kinderen de leerbasis die bestaat uit:
trots zijn op zichzelf, beheersing hebben over de grove en fijne motoriek, zich kunnen concentreren, zich aan regels kunnen houden, in een groep kunnen functioneren, en een logisch opgebouwd en verstaanbaar verhaal kunnen vertellen Dat is heel wat, daar hoort specifiek training van academische vaardigheden niet bij. Het levert in deze fase ook nog niets op.
De ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet schreef in de Volkskrant van 22 november: “Kleuters hebben 350 uur nodig om 16 letters te leren, maar dan kunnen ze nog niet lezen. Als een kind aan lezen toe is (gemiddeld met 6,5 jaar) dan kent het in 40 lesuren alle letters en kan het lezen”. Ook onderzoekers naar dyslexie, o.a. Prof. Bosman in Nijmegen en Prof. Ruijssenaars in Groningen zijn het wonderwel met elkaar eens: Leesonderwijs moet je starten in groep 3.

Ondertussen pakken we het kind met de huidige aanpak wel ruim 300 uur spelen af en neemt het Ritalin gebruik toe. Boerenkool met worst!.

Dit stuk komt uit: S.M. Goorhuis-Brouwer. Alles op zijn tijd. Het jonge kind in pedagogisch perspectief. Amsterdam. SWP. ISBN 9789066658943

Geef een reactie

Laatste reacties (15)