7.348
131

Student islamologie

Arnold Yasin Mol is student islamologie aan de Universiteit Leiden. Hij is verbonden aan het FAHM instituut en mede-oprichter van de website Nieuwemoskee.nl, waar hij doceert over islam, jurisprudentie en de toepassing ervan op mensenrechten.

Bolkestein weet te weinig van islam

Oud-VVD-leider grabbelt in islamitische geschriften om te 'bewijzen' dat IS-extremisten ware moslims zijn

De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) legde uit dat islam en jihadisme niet op één lijn gesteld mogen worden. Dat schoot oud-VVD-leider Frits Bolkestein, die bekend staat om zijn drang anderen publiekelijk de maat te nemen, in het verkeerde keelgat. Voor de opiniepagina van de Volkskrant pende de conservatieve politicus een ‘stevige’ reactie. Die kan echter de toets de kritiek niet doorstaan, constateren Arnold Yasin Mol en Enis Odaci in onderstaande analyse. De Volkskrant weigerde dit weerwoord te publiceren.

Frits Bolkestein betoogt met zijn opinieartikel in de Volkskrant dat gewelddadig jihadisme een wezenlijk onderdeel is van de islam. Zolang de islam zich niet aanpast aan de moderne wereld, is er een probleem, vindt hij. Hij citeert ter onderbouwing van die stellingname een onderzoek van David Suurland, waarin jihadistische uitspraken van belangrijke vroege islamitische geleerden staan en strooit zonder context met percentages uit actuele onderzoeksresultaten. Conclusie: moslims toen en moslims nu roepen hetzelfde en zijn allemaal vóór een gewelddadige jihad. De slecht geïnformeerde lezer is onder de indruk van al deze ‘feiten’. De goed geïnformeerde lezer daarentegen ziet al snel dat Bolkesteins betoog vele onjuistheden bevat en gebaseerd is op wetenschappelijk drijfzand.

Wij beperken ons tot de theologie. Bolkestein gebruikt willekeurige citaten uit de vier grootste stromingen binnen de soennitische islam. Losse quotes abstraheren tot model voor een hele godsdienst, daar bestaan andere woorden voor. Het is niet een geaccepteerd wetenschappelijk vertrekpunt. Men kan in de omvangrijke canon van de islam, net zoals in het christendom, hoogstens meerderheidsmeningen vaststellen en zeggen dat deze de dominante positie vormen. Bolkestein baseert zich met zijn quotes overigens op slechts één bron: een promotieonderzoek van David Suurland. De relatief jonge Suurland is omstreden in de academische wereld vanwege zijn geloof dat antisemitisme uit de islam voortkomt.

Goed, wat zeggen de vier dominante rechtsscholen binnen de islam dan wèl over gewapende strijd? Voor de Hanafi en Maliki rechtsscholen is een reden om strijd te leveren als er gevaar dreigt voor de veiligheid van de maatschappij, bestaande uit moslims en niet-moslims. Ofwel, een defensief model van heilige oorlog. Maar met die tekst doelden zij specifiek op de historische groep Arabische polytheïsten, die ten tijde van Mohammed leefde.

Bolkestein legt een onbegrijpelijke en foutieve link met de vervolging van Yezidi’s door IS nu. Hieruit blijkt dat kenners van het Arabisch weliswaar in staat zijn om klassieke Shari’a werken te lezen, maar vervolgens aan de haal gaan met een ongefundeerde, persoonlijke, interpretatie van de woorden. Bij de Shafi’i en Hanbali rechtsscholen daarentegen is een reden voor het voeren van oorlog het ongeloof van niet-moslims in niet-moslimgebied, ofwel zij hanteren een offensief model.

Alle rechtsscholen hebben echter een identiek basisstandpunt met betrekking tot oorlogsethiek: er mogen geen kinderen, vrouwen, zieken, geestelijken, ouderen, niet-vechters gedood worden. Er mogen geen oogsten, huizen en gebedshuizen worden vernietigd. Er mag ook geen dwang tot bekering zijn. Deze oorlogsethiek was een van de weinige thema’s waar men binnen de vier rechtsscholen consensus over had. Dat deze ethiek historisch gezien niet altijd is gehanteerd door (islamitische) legers mag geen verrassing heten.

Ook waren er duidelijke meerderheidsmeningen, gebaseerd op uitspraken van Mohammed, over het in de praktijk ontwijken van lijfstraffen en de doodstraf. Klassieke islamitische rechters hanteerden veel eerder gevangenisstraffen of geldboetes, want lijfstraffen waren in hun ogen de uitzondering en niet de norm. Er bestond binnen de klassieke islam een duidelijk humanistisch raamwerk voor interpretatie en praktijk. Dat nu landen als Saudi-Arabië, en groepen als IS, zonder enig humanistisch raamwerk lijfstraffen hanteren, maakt die wandaden dus niet tot dé authentieke, klassieke of hedendaagse islam.

Bolkestein zoekt voor dit falen arbitraire meningen. Ibn Khaldun was weliswaar een rechter van de Maliki rechtsschool, maar het geciteerde boek is überhaupt geen Shari’a werk(!). Dat de heilige oorlog geciteerd wordt als ‘een verplichting’ zegt niks over of, en waarom, men oorlog zou voeren. Zowel de Hanafi als de Maliki rechtsschool vinden dat iedere niet-islamitische gemeenschap rechten heeft en beschermd moet worden in een moslimstaat, ook al zijn het polytheïsten of atheïsten. Men kan Ghazali citeren namens de Shafi’i, maar ook bijvoorbeeld al-Baydawi of al-Razi die het weer totaal niet eens waren op dit punt.

De Shari’a is een complex van meningen waarin uiteindelijk meerderheidsstandpunten gevormd worden en die dus ook kunnen veranderen door de tijd. Vroeger vond de islamitische meerderheid bijvoorbeeld slavernij acceptabel, net zoals christenen dat ook vonden, maar nu zegt de meerderheid van moslims, gebaseerd op dezelfde Koran, dat slavernij niet-islamitisch is. Voor oorlogsethiek en humanistische toepassing van strafwet binnen de islam hoeft men niet naar ‘moderne meningen’ te kijken. De klassieke islam voorziet er al ruimschoots in. Groepen als IS overtreden deze kaders op alle fronten. Voor IS is religie een machtssysteem in naam van God. Voor de klassieke islam is religie een ethisch systeem, gegeven door God. Om al-Baydawi (d.1286) te citeren: “De goddelijke voorschriften streven het universeel menselijk welzijn na.”

Bolkestein schrijft: “De term ‘islamofoob’ heeft tot doel het debat over de islam te smoren. (..) Een open debat gebaseerd op feiten en zonder vooringenomenheid is noodzakelijk.” Hij zet de lezer vervolgens op het verkeerde been door verkeerde feiten te geven en daarbij niet te vertellen wat hij onder islamofobie verstaat. Onderzoekster Ineke van der Valk geeft in haar boek Islamofobie en Discriminatie (Universiteit van Amsterdam, 2012) wel een definitie: “Islamofobie is een ideologie die met behulp van stereotypen, vooroordelen en eruit voortvloeiende gedragingen systematisch en consistent een negatieve betekenis geeft aan ‘de islam’ en/of aan ‘moslims’. Zo worden gevoelens, houding en gedrag van mensen beïnvloed met het oog op sociale uitsluiting en discriminerende behandeling van moslims.” Bolkestein ondergraaft, genuanceerd gezegd, zijn eigen oproep.

Helaas negeert Bolkestein opzichtig de ontwikkelingen van de afgelopen 150 jaar. Juist de door hem zo gevreesde Qaradawi, die hij wederom lukraak citeert, stelt dat democratische vrijheid belangrijker is dan de Shari’a zelf. Volgens deze Qaradawi is vrijheid juist het doeleinde van de islam.

Er lijkt sprake te zijn van een fobie voor een dynamische islam, die al in veel opzichten modern is. Bolkestein probeert zich te verdiepen, en daarom zou je meer van hem verwachten. Helaas geeft hij blijk van een zeer selectieve lezing van islamitische bronnen, een symptoom overigens van het actuele debat over de islam. Wat betreft de islamitische theologie, adviseren wij hem: schoenmaker, houd je bij je leest.

Arnold Yasin Mol – FAHM Instituut, Student islamologie Universiteit Leiden

Enis Odaci – Stichting Humanislam, denktank voor islamitisch humanisme

cc-foto: Wikimedia, “Frits Bolkestein, 78” by Pieter Boersma – Picture given to me by brother-in-law of Frits Bolkestein. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons 

Geef een reactie

Laatste reacties (131)