1.554
81

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

Carnaval en de vrijheid van meningsuiting

De politieke betekenis van carnaval heeft haar sporen in onze cultuur achtergelaten

Het is weer carnaval! Tijd voor het volk om zich te verliezen in een orgie van alcohol en promiscuïteit, en voor de zelfverklaarde intellectueel om zich kapot te ergeren over het volk dat zich verliest in eerdergenoemde orgie.

Twee respectabele tradities die ik beiden van dichtbij heb mogen meemaken: als kind liep ik jaarlijks mee in de reut, en als opstandige puber stond ik daar natuurlijk mijlenver boven. Tegenwoordig woon ik in Berlijn, dat toch al gauw een paar honderd kilometer boven de rivieren ligt en dientengevolge niet aan carnaval doet. Wellicht is dit dus een goed moment om van afstand op dit fenomeen te reflecteren.

Iedere cultuur, in het verleden en in het heden, heeft op een of andere manier met waanzin te maken. Individuen verliezen hun verstand, en worden heilig verklaard of opgesloten. Grote groepen mensen verliezen hun verstand, en worden voor sekte uitgemaakt en door legale of sociale uitsluiting van de rest van de maatschappij geïsoleerd (Dionysus-culten in het oude Griekenland, Scientology vandaag). En dan zijn er nog die zeldzame momenten waarop enorme segmenten van een maatschappij die weinig met elkaar gemeen hebben samen hun redelijkheid lijken te verliezen; zo kwam het in de middeleeuwen met enige regelmaat voor dat duizenden mensen vanuit het niets begonnen te dansen totdat ze door uitputting geveld dood neervielen (Sint-Jansziekte), en gebeurt het vandaag de dag regelmatig dat mensen zonder aanwijsbare reden foto’s waarop ze gestrekt en roerloos op de grond liggen op het internet plaatsen (Planking).

Isolatie van waanzin
Een maatschappij is een min of meer geordend systeem, en de bijwerking van elke vorm van orde is een verlangen naar haar ontmanteling. Dit gegeven maakt waanzin tot een onuitroeibaar gevaar voor de maatschappelijke orde, en iedere cultuur ontwikkelt bepaalde strategieën om dit gevaar af te wenden. Repressie is er een van: de Dionysus-cult was lange tijd verboden. Een andere strategie is isolatie; zo neigden de probleemgevallen in de middeleeuwen in kerkers te belanden, en verdwijnen ze vandaag de dag in de psychiatrie. Maar de meest interessante strategie is prophylactisch: culturen ontwikkelen bepaalde instituties die de bevolking in staat stellen hun neiging tot waanzin voor beperkte duur en in een gecontroleerde context uit te leven. Voor een paar dagen kunnen we uit de alledaagse realiteit ontsnappen, zonder die realiteit geweld aan te doen. Als een soort vaccinatie voorkomen deze instituties dat de hele samenleving door waanzin gegrepen wordt.

Carnaval is zo’n soort vaccinatie. En hoewel de link met waanzin wat geforceerd aan mag voelen, toont een blik in de geschiedenis dat dit zeker niet uit de lucht gegrepen is. Ten eerste begint het carnavalsseizoen op 11 november en is er een raad van elf omdat 11 het getal der waanzin is. Carnaval is bovendien een voortzetting van het feest der zotten, dat een soort Christelijke voortzetting was van de Romeinse saturnaliën. Wat al deze feesten delen is dat ze gepaard gaan met een omkering van hiërarchieën: tijdens de saturnaliën werden de slaven door hun heren bediend, en tijdens het feest der zotten werd de draak gestoken met geestelijke leiders op een wijze die de rest van het jaar strikt verboden was. Natuurlijk bekeken de heersende klassen deze feesten met argusogen, maar omdat ze een uitlaatklep boden die de maatschappij voor een echte oproer zou kunnen behoeden werden ze oogluikend toegestaan.

Spotten met autoriteiten
Van deze politieke dimensie is in het hedendaagse carnaval nog maar weinig over, en ook dit weekend zal meer draaien om de bevrijding van carnale lusten door prins alcohol dan om de bevrijding van onderdrukten door een gespeelde revolutie in het klein. Toch heeft ook de politieke betekenis van carnaval haar sporen in onze cultuur achtergelaten. Zo heeft Mikhail Bakhtin beschreven hoe carnaval onderdeel werd van een literair discours waarin de spot wordt gedreven met autoriteiten zonder dat dit sociale gevolgen heeft. Dit carnavaleske discours creëert een ruimte waarin de knecht voor een paar dagen koning is, waarin hiërachieën ontbonden worden en machtsverhoudingen worden omgekeerd – maar zodra we dit discours verlaten is de wereld hetzelfde als voorheen. In deze ruimte konden autoriteiten worden bespot en bekritiseerd, zonder dat de auteur het met zijn leven moest bekopen, simpelweg omdat zijn kritiek geen gevolgen had voor de verdeling van macht in de dagelijkse realiteit. Prins Carnaval maakt van het koningschap een farce, maar een echte koning wordt hij nooit.

Cartoons
Met een traditie van vele eeuwen is deze tijdelijk begrensde omkering van machtsverhoudingen deel geworden van ons culturele repertoire. Ter illustratie: Het is voor ons westerlingen vaak moeilijk te begrijpen dat een paar karikaturen van Mohammed in de moslimwereld zo zwaar worden opgevat. Maar wellicht kunnen we dit beter begrijpen wanneer we ons bedenken dat de moslimwereld geen carnaval heeft, en het carnavaleske discours daar simpelweg niet bestaat. Waar wij al eeuwen lang ruimtes creëren waarin we ongestraft koningen en geestelijk leiders mogen bespotten, bestaat er in moslimculturen geen geneutraliseerde ruimte waarin dat soort spot geen gevolgen heeft.

Het is dan ook geen toeval dat vrijheid van meningsuiting zo’n centrale betekenis heeft aangenomen in een cultuur waar carnaval wordt gevierd. Vrijheid van meningsuiting: dat betekent dat je mag zeggen wat je wilt, zolang je er maar niet naar handelt. Deze neutralisatie van de kracht der taal hebben we aan carnaval en haar voorgangers te danken: deze feesten creëerden voor het eerst een ruimte waarin woorden onschadelijk zijn. Al werd de paus tijdens het feest der zotten nog zo bespot, een dag later was hij nog steeds de paus.

Denk daar ook eens aan, de volgende keer dat uw buurman u tegen uw wil de polonaise in sleept. Vrolijk carnaval!

Geef een reactie

Laatste reacties (81)