21.411
31

Antropoloog

Roanne van Voorst is een Nederlands antropoloog, schrijver en onderzoeksjournalist. In 2014 promoveerde ze cum laude aan het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de Universiteit van Amsterdam. Ze is als 'antropoloog van de toekomst' verbonden aan het International Institute for Social Studies, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Corona-app beschermt samenleving niet tegen ziekte maar maakt haar ongezond

In plaats van complexiteit biedt de app ons een gevoel van veiligheid en controle, dat onjuist is en ons zelfs tegen kan werken

desinfectiemiddelen en smartphone
cc-foto: Kecko

De Nederlandse regering wil, in navolging van andere landen, met tracking-apps de verspreiding van het coronavirus indammen. Het is een gevaarlijk besluit, dat de samenleving niet zal beschermen tegen ziekte, maar haar juist ongezonder zal maken.

Sociologen beschreven in tientallen boeken de voorwaarden die een samenleving gezond houdt. Terugkerende concepten daarin zijn vertrouwen en sociale cohesie, de mogelijkheid voor burgers om onafhankelijk en kritisch te kunnen denken zonder daarvoor door autoriteiten bestraft te worden, heterogeniteit, solidariteit en gelijkheid.

De corona-app, die momenteel wordt geproduceerd in opdracht van de Nederlandse overheid, dreigt het merendeel van die voorwaarden in ons – nu nog relatief gezonde – land te verwoesten. En eenmaal kapot, kan een samenleving niet makkelijk meer worden geheeld.

Ongezondheidsapp
Eerst even over waarom die app ons land niet gezond zal houden: allereerst zal er met bluetooth-technologie worden gewerkt, die weliswaar iets minder privacygevoelig is dan bijvoorbeeld GPS, maar ook relatief onnauwkeurig. Als jij en een buurman aan de andere kant van je woonkamerruit staan, sta je wel in elkaars buurt, maar besmet je een ander natuurlijk niet – je telefoon denkt daar anders over.

De app zal iemand die koorts heeft of hoest, maar geen corona, desondanks aanwijzen als ‘verdacht’. En mensen met milde coronaklachten zullen, hoewel ze evengoed besmettelijk zijn, juist niet worden opgenomen in het databestand. De app creëert daarmee een gevoel van veiligheid, maar geen werkelijke, betrouwbare informatie over besmettingshaarden.

Die onbetrouwbaarheid wordt versterkt omdat niet iedereen de app zal willen of kunnen gebruiken; daarnaast zullen deelnemers een goede afspiegeling van de samenleving moeten vormen wil het resultaat enigszins betrouwbaar zijn. Doen er bijvoorbeeld vooral stedelingen, jongeren of mensen die thuiswerken mee, dan geeft dat een scheef, statistisch beeld voor de gezondheidssituatie van heel Nederland, of voor groepen mensen die veel andere mensen tegenkomen, zoals winkelbedienden. Voor die laatste groep mensen kan de app overigens ook nogal nerveus maken: hoe meer mensen met (lichte) griepverschijnselen je tegenkomt, hoe vaker je meldingen zal krijgen, en hoe onveiliger je je wellicht gaat voelen – maar daarover later meer.

Daar komt nog eens bij dat de app alleen bijhoudt met welke potentieel besmette burger je al in contact bent geweest. Dat is interessante informatie voor de overheid, want die kan daarmee gezondheidstrends en eventuele besmettingshaarden (enigszins) analyseren, maar voor de burger is het leed dan al geleden – je kunt je besmettingskans immers niet met terugkerende kracht verminderen, en hoewel er nu door politici wordt gesuggereerd dat alle potentieel-besmette burgers zich na melding van de app, zullen laten testen, moeten die tests daarvoor wel massaal beschikbaar, betrouwbaar en direct inzetbaar zijn – iets dat nu nog niet het geval is.

Angstcultuur
Wat doet de app dan wél inzake onze gezondheid? Op korte termijn maakt hij ons bang, en daarmee in potentie onsolidair met andere burgers – dat betekent dat we geneigd zullen zijn elkaar steeds meer te gaan wantrouwen, waardoor we weer minder goed voor elkaar zullen zorgen. Bij de oude buurman die geen smartphone heeft, durven we niet meer op bezoek, want wie zegt dat hij niet al besmet is? De collega die nieste terwijl hij langswandelde, maar waarover we achteraf geen melding kregen van onze telefoon, wordt argwanend nagekeken: heeft hij de app soms niet geïnstalleerd, en zo nee, waarom eigenlijk niet, heeft hij soms iets te verbergen, wil hij kwaad? Zo’n angstcultuur ondermijnt onze sociale cohesie, en leert ons vertrouwen op algoritmes, in plaats van op de medemens.

Dat doet ons het feit vergeten dat de meeste mensen in dit land aardige mensen zijn, die redelijke adviezen van een overheid zullen volgen in een poging geen andere mensen te besmetten. Ja, er lopen af en toe groepjes burgers te dicht naast elkaar op een strand, en inderdaad, er werden de laatste weken een aantal ‘fuck corona’ feestjes gevierd, maar verreweg de meeste burgers werken braaf thuis, geven hun kinderen thuis les en houden, waar ze kunnen, anderhalve meter afstand.

Een app kan wel meten, maar niet genuanceerd nadenken. Hij plakt labels: ziek, gezond; moet in quarantaine, mag zich vrij bewegen. Die categorieën simplificeren de werkelijkheid en hebben weinig van doen met de risico-afwegingen die inherent zijn aan het mens-zijn: ik moet naar mijn oude oma om boodschappen te brengen, ik heb geen klachten, maar ik ben mogelijk wel een week geleden met een besmet iemand in contact geweest. Wat moet ik doen? Dat soort ingewikkelde, menselijke en – voor het fungeren van een samenleving – belángrijke vragen kan een app niet beantwoorden.

In plaats van complexiteit biedt de app ons een gevoel van veiligheid en controle, dat onjuist is en ons zelfs tegen kan werken. In de realiteit kunnen we ons niet sluitend beschermen tegen het coronavirus, noch tegen latere virussen of ander onheil. We kunnen hoogstens proberen om te gaan met de onzekerheid en tragiek van het leven, en daarnaast investeren in sociale relaties die ons in tijden van crisis het leven kunnen redden, of ons mentaal kunnen ondersteunen.

Monitorsamenleving
Op de langere termijn versterkt de app de positie van databoeren en de overheid, bedreigt hij de kwetsbaren in onze samenleving en daarmee uiteindelijk onze democratie. De taal die er gebezigd wordt door politici wanneer ze de app aanprijzen, is verneukeratief. Zouden ze het woord ‘metadata’ bijvoorbeeld inwisselen voor wat het is: registratie van je dagelijks gedrag en zeer persoonlijke, fysieke kenmerken, dan klinkt het allemaal al een stuk minder abstract (en vervelender). Want dat is precies wat deze app doet: ieder mobiel toestel met de app zendt via bluetooth constant een uniek nummer uit dat door nabije toestellen met dezelfde app wordt opgevangen en opgeslagen. Als later blijkt dat een gebruiker corona heeft, krijgen alle toestellen bij wie hij recentelijk in de buurt is geweest een berichtje: pas op, u was in contact met een besmet persoon.

Dat doet de app, terwijl we op dit moment geen enkele helderheid hebben over de manier waarop al die data worden verzameld en gebruikt. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk onder welke voorwaarden de overheid de straks nieuw-ontwikkelde technologieën en bevoegdheden mag gaan inzetten. Het is ook onduidelijk wanneer deze grootschalige surveillance moet stoppen en de data moet worden vernietigd: wanneer deze pandemie is afgelopen (en wanneer is dat eigenlijk? De crisis kent waarschijnlijk geen eenduidig eindmoment), of als er een vaccin is, of pas als de volgende pandemie achter de rug is, of de volgende, en de daaropvolgende?

En wat als dit kabinet belooft dat het een relatief korte noodmaatregel zal zijn, maar na de verkiezingen van volgend jaar een volgend kabinet anders beslist omdat ze meent dat het constant monitoren van onze temperatuur en andere gezondheidsgegevens, weleens preventief kan helpen tegen een nog ongekend virus?

Dit is een waarschijnlijk scenario. Niet alleen omdat de data er nog zullen liggen ten tijde van de volgende verkiezingen, maar ook omdat we uit andere crisissituaties, waarin ook gebruik werd gemaakt van ad-hoc doorgevoerde surveillancetechnologie, weten dat veel wetten en middelen die zogenaamd tijdelijk worden gehandhaafd, blijven bestaan. Overheden zijn geneigd gegevens langer te bewaren dan beloofd. Denk bijvoorbeeld aan de aanslagen van 11 september 2001, waarna de surveillancestaat in allerijl werd opgetuigd, en er allerhande, verregaande ‘noodmaatregelen en wetten’ werden ingevoerd. Die zijn nooit meer afgeschaft.

Misbruik
Het meest verontrustwekkende in dit verhaal is dat de technieken voor andere doeleinden kunnen worden ingezet. Stel dat er een moord is gepleegd, wie garandeert dan dat de politie niet even meekijkt in de corona-app om te zien wie in de buurt van het slachtoffer was? En stel dat het een hacker lukt om de data te kopiëren en onze gezondheidsgegevens door te verkopen aan, zeg, een gezondheidsverzekering of een andere instantie die daar baat bij heeft – wie beschermt de zieke (aldus de app) dan tegen nadelig beleid?

Verontrustend daaraan is ook dat de betrokken politici nauwelijks besef lijken te hebben van de gevaren en keerzijden ervan. Woordvoerders benadrukten de afgelopen dagen dat de Nederlandse app, heus onze privacy in acht zou nemen. Die belofte lijkt voort te komen uit een naïef geloof in surveillancetechnologie, maar daarbij wordt niet verteld dat misbruik nu eenmaal altijd kan plaatsvinden omdat technologie en bescherming daarvan niet feilloos zijn. Er wordt ook niet hardop gezegd dat de meeste gebruikers amper zullen begrijpen wat er met hun data gebeurt, laat staan wie die gegevens beheert en wie er eigenlijk verantwoordelijk is voor de bescherming ervan.

Privacyregels mogen niet licht genomen worden in een gezonde samenleving: ze gaan over het recht om informatie niet te hoeven delen en over het recht op autonomie en kritisch denken, zonder daarvoor gestraft te worden. Ze bestaan, in die zin, om de gezondheid van de samenleving te beschermen, en daarnaast ter bescherming van kwetsbare groepen. Zieken, bijvoorbeeld, maar ook minderheden, getuigen, whistleblowers, mensen die gediscrimineerd worden of mensen die zich anders gedragen dan een overheid graag van haar burgers ziet maar daarmee nog niet besmettelijk zijn, of crimineel.

De corona-app biedt ons een gevoel van controle en schijnveiligheid, maar het garandeert geen persoonlijke gezondheid. Wel een wantrouwige, eenzame en daarmee ongezondere samenleving: een die post-corona, niet meer zal herstellen.


Laatste publicatie van Roanne van Voorst

  • Ooit aten we dieren

    2019


Geef een reactie

Laatste reacties (31)