1.744
15

Lectoren ‘Duurzame bestuiving van gewassen’ en ‘Bijengezondheid’ Hogeschool Inholland & Van Hall Larenstein

Frens Pries
Dr. Frens Pries is sinds 1 januari 2019 lector Duurzame bestuiving van gewassen. Samen met imkers, de overheid en natuurorganisaties probeert hij bijensterfte tegen te gaan. Dit is belangrijk, omdat de bestuiving door bijen essentieel is voor onze voedselproductie en het ecosysteem. Zijn onderzoek naar bijengezondheid draagt bij aan het programma Feeding Megacities. Zijn onderzoekslijn is ontstaan door onderzoeksvragen vanuit de imkerij. Pries werkt nauw samen met Hogeschool Van Hall Larenstein waar hij lector Bijengezondheid is.

Arjen Strijkstra
Arjen Strijkstra is gepromoveerd Bioloog en heeft lang gewerkt aan gedragsbiologie van allerlei soorten dieren, waaronder ook mensen. Arjen is naast associate lector ook docent Wildlife Management bij de opleiding Diermanagement van hogeschool Van Hall Larenstein. Samen met studenten doet hij daarin onderzoek naar wilde bijen en honingbijen, en ook hun relatie met de mens. Voor Arjen is ‘bijen’ een breed interesseveld, variërend van de bijenhouderspraktijk en awareness van mensen, maar vooral het insectenvriendelijker maken van stedelijk en agrarisch landschap.

Covid-19 bewijst belang biodiversiteit

De coronapandemie maakt duidelijk hoezeer ook de mens een overheersende monocultuur is.

Er is opvallend weinig aandacht voor een cruciaal aspect van Covid-19: deze pandemie is een natuurlijke reactie op de overvloedige aanwezigheid van de soort ‘mens’. Covid-19 laat zien dat ook de mens nog onderworpen is aan de ijzeren wetten van de natuur: veel voorkomende soorten worden bijgestuurd. Hetzelfde mechanisme zien we aan het werk bij de plant- en diersoorten waarmee de mens sinds de Agrarische Revolutie de wereld heeft overgenomen en die ons van een continue stroom voedsel voorzien: varkenspest bij varkens, phytophthora bij aardappels, vogelgriep bij kippen. Dit systeem van zogenoemde monoculturen heeft ook extreem destructieve effecten op biodiversiteit en is een van de grote drijvers achter de uitstervingsgolf van plant- en diersoorten waar we ons in bevinden, wat de weerbaarheid van ecosystemen weer verder ondermijnt en natuurlijke reacties verder intensiveert. Nu we met de coronapandemie aan den lijve zo’n reactie ondervinden, is het hoog tijd om deze op monoculturen gebaseerde wereldorde te herontwerpen.

cc-foto: Scott Rands

De oorzaak van een epidemie is niet in de eerste plaats een virus of een bacterie, maar de dichtheid van de gastheer en de veelheid aan contacten. Waar veel gelegenheid is tot vermenigvuldigen zullen virussen, schimmels, bacteriën of predatoren die mogelijkheid aangrijpen. Maar als één soort al te dominant aanwezig wordt in een ecosysteem, brengt dat onderlinge regulatieprocessen in gevaar. Sommige soorten krijgen het moeilijk; andere profiteren enorm en worden een ontregelende factor.

In ons werk als bijenonderzoekers hebben we dit ook zien gebeuren: toen imkers na de Tweede Wereldoorlog overal ter wereld de gedomesticeerde westerse honingbij gingen gebruiken om de groeiende hoeveelheid in monocultuur opgezette voedselgewassen te kunnen bestuiven, sprong de Varroa–mijt als parasiet over vanuit de oosterse honingbij. Met desastreuze gevolgen: de westerse honingbij werd gedecimeerd. Sindsdien vormt de Varroa-mijt een grote bedreiging voor de westerse honingbij, die zelf feitelijk ook een monocultuur werd.

Het is volstrekt natuurlijk dat de natuur reageert op een monocultuur. Dit soort reacties zorgt voor afstemming in het ecosysteem tussen verschillende gebruikers, leidend tot enigszins stabiele aantallen. Disproportioneel gebruik van de mogelijkheden binnen het ecosysteem door een bepaalde soort wordt gevolgd door een correctie met een plaag, die aanhaakt op één of andere gevoeligheid. Die biologische correcties gelden voor elk ecologisch systeem, dus ook voor de vele andere plant- en diersoorten die in de landbouw op het succes van de mens meeliften.

Dit is al sinds de uitvinding van de landbouw aan de gang. De bijbel meldde al rampen als veepest en sprinkhanenplaag. De mens is sindsdien almaar beter geworden in plagenbestrijding. Natuurlijke correcties voor de mens zoals pest, cholera en griep bestrijden we met riolering, antibiotica en vaccinaties. Antibiotica gebruiken we ook voor ziektes bij vee en kweekvissen. Witte vliegen, sprinkhanen, en andere ‘plagen’ bestrijden we met insecticiden. Uitbreiding van monoculturen ten koste van leefgebied en voedselvoorziening van andere soorten gecombineerd met de actieve bestrijding van plant- en diersoorten leidt tot almaar snellere verschraling van biodiversiteit en zelfregulatie.

Met maar een paar soorten valt een ecosysteem gemakkelijk ten prooi aan een nieuwe super-specialistische gebruiker, een snel voortplantend virus, schimmel bacterie of een insectensoort. Er is in een monocultuur geen natuurlijke correctie op de plaag mogelijk, omdat genetische variatie om resistentie te ontwikkelen binnen de soort ontbreekt of omdat andere soorten (waaronder predatoren en parasieten) als natuurlijk controlemechanisme afwezig zijn. Een productiesysteem gebaseerd op monoculturen zonder biodiversiteit is kwetsbaar. Dit ondermijnt de interne weerbaarheid van ons voedselproductiesysteem.

Er is een nieuwe agrarische revolutie nodig om de mens – en de plant- en diersoorten waar we van afhankelijk zijn – minder kwetsbaar te maken en ons weg te leiden van onze monoculturen. Biodiversiteit is essentieel om de voedselproductie in de basis weerbaar en daarmee duurzaam te maken. Er gebeurt daartoe al het een en ander, in Nederland met de insteek op duurzame circulaire landbouw en in Europa met de Farm-to-Fork strategie. Maar ondanks de enorme urgentie blijkt de transitie maar lastig op stoom te brengen.

De coronapandemie maakt duidelijk hoezeer ook de mens een overheersende monocultuur is, nu blootgesteld aan een natuurlijke reactie. Misschien kunnen we hiermee beter waarderen hoe belangrijk het voor onze duurzame veiligheid is om onderdeel te zijn van een breed ecosysteem, met biodiversiteit als medestander. Die veiligheid moeten we ook economisch waarderen en daarvoor gaan betalen. Zolang we duurzaam, natuurinclusief voedsel niet méér op prijs stellen dan natuur-exclusief voedsel uit monocultuur, zodat voedselproducenten er een bestaan op kunnen bouwen, zal de landbouwtransitie niet van de grond komen.

Hoe wij als mensheid omgaan met onze eigen monocultuur is een ethische en politieke vraag. Met Covid-19 besmette nertsen worden geruimd, net als kippen met vogelgriep, zelfs preventief. Voor de mens is ruimen uiteraard geen oplossing. Maar nieuwe virussen gaan er komen, dus zullen we hun natuurlijke verspreiding moeten indammen. Daarmee zouden minder contact, meer thuis werken, minder verplaatsen, en minder grootschalig vermaak weleens blijvertjes kunnen zijn. Dat staat duurzaam leven met een lage ecologische voetafdruk overigens gelukkig niet in de weg.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)