299
13

Econoom

João Romão heeft een mastergraad in economie en innovatie en is gepromoveerd in economie en toerisme. Hij is onderzoeker aan het Spatial Economics departement van de Vrije Universiteit van Amsterdam en heeft gewerkt als consultant voor lokale en regionale projecten op het gebied van stadsplanning en regio-ontwikkeling. Hij was tevens werkzaam als journalist en produceerde vier documentaires voor de Portugese televisie, onder meer over de tonijnvisserij in Portugal en Spanje, de kraakbeweging in Amsterdam en illegale Mexicaanse migranten in Amerika.

Crisis en representatie: Occupy’s wortels in Zuid-Europa

Occupy Campaign #12: In Griekenland leven mensen inmiddels zelfs in een permanente staat van protest: kleinkinderen lopen hand in hand met hun grootouders in een stad waar het traangas in de verre buitenwijken nog te ruiken is

Dit weekend voert een uit de Occupy-beweging voortgekomen tak met de naam ‘Occupy Campaign’ actie in onder meer de Jan van Galenbuurt in Amsterdam. Dat gebeurt naar Amerikaans model: met folders, banners, een huis aan huis team en een phonebank. Zie: www.occupycampaign.nl. Joop publiceert een aantal teksten van betrokkenen over Occupy, over de maanden op Beursplein, de doelstellingen van de Occupy beweging, dilemma’s en scenario’s voor de toekomst. Hier João Romão over de protestbeweging in Zuid-Europa en Occupy.

De  huidige onrust in Portugal en Griekenland is symptomatisch voor een falend, onrechtvaardig economisch systeem. Een analyse van de geschiedenis van en verzet tegen de huidige economische kaalslag in deze landen geeft een duidelijk beeld van de ondemocratische wijze van regeren die Europa in haar macht houdt. Het verzet van de bevolkingen van deze landen moet dan ook uiterst serieus genomen worden.

Toen in de jaren zestig van de vorige eeuw diepgaande culturele en politieke transformaties zich over heel Europa verspreidden om nieuwe sociale en politieke agenda’s tegen de traditionele en dominante politieke instellingen op de kaart te zetten werden landen als Portugal (tot 1974), Griekenland (tot 1974) of Spanje (tot 1975) bestuurd door dictaturen. Ondersteund door militaire strijdkrachten, heerste er een heftige censuur in de pers en publieke sfeer, waar activisten en intellectuelen zonder vrije verkiezingen tegen moesten vechten. Deze economieën werden strikt bestuurd door nationale oligarchieën, met een zeer beperkt proces van sociale onderhandelingen en vertegenwoordiging, wat grote implicaties had voor de toegang tot elementaire behoeften zoals onderwijs of gezondheidszorg.

Vandaag de dag hebben de inwoners van Griekenland, Spanje en Portugal nog steeds de laagste opleidingsniveaus en kwalificaties onder de Europese landen. Door de integratie van die economieën in de Europese gemeenschappelijke markt en door wereldwijde concurrentie werden hele bedrijfstakken vernietigd, zoals textiel en productie van schoenen, de belangrijkste industrieën in deze landen. Het vermogen om op de mondiale markten te concurreren is direct gerelateerd aan de lage kosten van productie. Dit is helaas moeilijk te realiseren in het kader van de eurozone  waar de munt nog altijd relatief sterk staat en de concurrentie met niet-Europese landen waar salarissen en niveaus van welvaart zelfs nog lager zijn dan in de Zuid-Europese staten.

In de tijd voor de introductie van de Euro kozen Portugal, Spanje en Griekenland er vaak voor om bewust hun eigen valuta’s te devalueren om zo de prijzen van de externe markten te reduceren. Met de komst van de Euro hebben deze landen die mogelijkheid verloren. Tegelijkertijd is het monetaire beleid verplaatst van nationale overheden naar de Europese Centrale Bank. Door te harde straffen voor begrotingstekorten (die daardoor chronisch blijven oplopen) wordt het daardoor onmogelijk voor minder welvarende landen om een onafhankelijk economisch stelsel te ontwikkelen. Als kleine landen en zwakke economieën hebben Portugal, Spanje en Griekenland dan ook geen noemenswaardige invloed op belangrijke economische en politieke beslissingen op Europees niveau.

De effecten van de huidige mondiale financiële crisis versterken de structurele problemen van deze economieën met een almaar stijgende werkloosheid, wat nadrukkelijk te voelen is sinds de invoering van de euro. Het neoliberale beleid vernietigt de zwakste welvaartsstaten in Europa: dat gebeurt door de privatisering van openbare diensten, de precarisering van arbeidsmarkten en door een verminderende invloed van vakbonden. De bevolking verliest hun verworven rechten en werknemers hun benefits.

De representatie van burgers in processen van politieke besluitvorming die betrekking hebben op de belangrijkste aspecten van ons dagelijkse leven is onder permanente druk komen te staan. Er is niet alleen sprake van een crisis in het proces van representatie van traditionele politieke instituten, zoals vakbonden, politieke partijen of nationale overheden: deze nationale instituties zelf hebben nauwelijks meer iets in te brengen over politieke besluitvorming die van buitenaf wordt opgelegd, zoals door het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Commissie. In Griekenland en Italië is het zelfs zo dat nationale overheden op ‘suggestie’ van externe entiteiten worden geïnstalleerd, zonder dat er überhaupt nog een stemmingsproces plaatsvindt. En desondanks wordt deze farce blijvend ondersteund door nationale oligarchieën en vooraanstaande politieke partijen.

Het is nu tijd om het proces van politieke representatie opnieuw op te bouwen. In Portugal trokken op 12 maart 2011 meer dan een miljoen mensen de straat op. In de maanden erna mobiliseerden zich nog honderdduizenden mensen meer. Deze maand zullen de Portugese arbeiders alweer hun derde algemene staking voeren van dit jaar. In Spanje was 15 mei 2011 het startpunt voor miljoenen mensen om de pleinen van onze steden terug te veroveren. Daarin werden vanuit het niets nieuwe processen ontplooid, zoals de zogeheten ‘general assemblies’ – publieke vergaderingen, waar iedereen recht van spreken heeft. Het zijn vergaderingen die inmiddels van de pleinen de wijken in zijn getrokken en zich daar ontwikkelen tot experimentele vormen van zelfbestuur, die op straatniveau politiek met het dagelijkse leven van de wijk verweeft: daar waar het politieke proces zich in zijn meest kernachtige vorm ontplooit. Als kiemen na een bosbrand.

In Griekenland leven mensen inmiddels zelfs in een permanente staat van protest: kleinkinderen lopen hand in hand met hun grootouders in een stad waar het traangas in de verre buitenwijken nog te ruiken is. Hier zijn de verhoudingen definitief duidelijk geworden: de regering van Griekenland voert een oorlog tegen haar eigen burgers. Maximale onderdrukking van het proces van representatie heeft de samenleving tot zijn laatste kieren gepolitiseerd. Hier zien we de kiem van het Europese protest dat inmiddels de naam ‘Occupy’ heeft gekregen. Het omvat mensen die vechten om de democratie die hen is afgenomen. Het zijn mensen die vechten om hun recht op representatie, om hun zichtbaarheid in een politiek die alleen nog onbekende anderen vertegenwoordigd. Het is een verzet tegen een schaduwspel van machtige onbekenden die bepalen hoe de paria’s van de Europese Unie moeten leven.

De permanente staat van protest is hier het enige mogelijke antwoord op. Een roep van mensen die niet willen dat een ander voor hun spreekt. Een roep om zelf opnieuw te kunnen spreken. Het is een reële eis gebaseerd op het fundamentele recht het eigen leven opnieuw te bezitten.

Bekijk hier de Occupy Campaign website

Geef een reactie

Laatste reacties (13)