975
47

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

D66 heeft een nieuwe naam nodig

De partij van Alexander Pechtold heeft met dat roemrijke verleden niet veel meer te maken

Die twee cijfers in de huidige naam staan er niet voor niets. Hans Gruyters en Hans van Mierlo, de feitelijke grondleggers, bedoelden D66 als een tijdelijk fenomeen. Het moest het breekijzer worden in de handen van alle Nederlanders die radicale staatsrechtelijke hervormingen eisten.

Zij liepen te hoop tegen het zittende establishment in het verzuilde Nederland van weleer. Gekozen burgemeesters, een referendum en terugkeer naar het districtenstelsel moesten de burger meer invloed geven op de gang van zaken. De actie van D66 was vooral gericht tegen de dominante christelijke partijen want de leiders daarvan bepaalden in feite de koers van heel Nederland, centrum links of centrum rechts, zonder dat zij daar voor de verkiezingen uitspraken over deden.

Van Mierlo verklaarde graag dat het bestel moest ontploffen. Daarna was D66 niet meer nodig. De partij van Alexander Pechtold heeft met dat roemrijke verleden niet veel meer te maken. Het oude programma is in het archief bijgezet. Je hoort D66 nooit meer over districtenstelsel, gekozen burgemeester of referendum.

Ondertussen is het bestel weliswaar niet ontploft maar dankzij decennia erosie is er niet veel meer van overgebleven dan een struikelblok waar je ook nog eens in de meeste gevallen omheen kunt lopen als je goed om je heen kijkt. Er is zelfs veel voor te zeggen dat Alexander Pechtold de rol heeft overgenomen van de oude confessionele leiders. Die bepaalden immers  een halve eeuw geleden met wie zij in zee zouden gaan: de PvdA en de VVD. Voor de verkiezingen vermeden zij over die keuze elke uitspraak. In die positie bevindt de leider van D66 zich nu ook. Hij is welbespraakt genoeg om zich op te vlakte te houden zonder dat het vervelend of irritant wordt.

Is er dan niets overgebleven? Het oude D66 had nóg een karaktertrek. Hans Gruyters was een weggelopen VVD-er en Hans van Mierlo beheerde de opiniepagina van het Algemeen Handelsblad. Zij waren liberaal in hart en nieren maar hadden een hekel aan de zelfgenoegzame tevredenheid van de gezeten burgerij die de VVD domineerde. Ze stonden voor een strijdbaar liberalisme, niet alleen op economisch maar juist ook op cultureel en maatschappelijk gebied. Die traditie wordt bij D66 nog steeds gekoesterd.

In de praktijk leidt dat tot politiek die je met gerust hart economisch rechts en cultureel/maatschappelijk links en kosmopolitisch kunt noemen. Dat maakt D66 in de praktijk nóg meer tot een soort middenpartij.

Dat de VVD niets meer met het liberalisme te maken heeft, blijkt uit het feit dat Mark Rutte op zijn partijcongres uitbundig werd gefeliciteerd door de conservatieve premier van Groot-Brittannië David Cameron. Nick Clegg, de leider van de LibDems, zweeg in alle talen. Toch zou het onjuist zijn om de VVD nu conservatief te noemen. Daarvoor is de intellectuele diepgang – vergelijkbaar met die van een pierenbadje – te gering. We houden het daarom maar op rechts nationalistisch.

Nu de VVD steeds meer de rechts-nationalistische kant op gaat, is D66 de enige thuishaven voor het echte liberalisme. Het wordt tijd dat de partij dit erkent en de bijbehorende vlag – een blauwe – officieel hijst. Gewoon voor de eerlijkheid. D66 is een partij geworden zoals de LibDems in het Verenigd Koninkrijk, die overigens heel tekenend met de conservatieven een coalitie hebben gevormd. De partij heeft ook veel gemeen met de liberalen in Scandinavië, die als Venstre of Radikale Venstre door het leven gaan. Venstre betekent weliswaar links, maar dat is een aanduiding uit de negentiende eeuw, toen de conservatieve tegenstanders – die nog steeds een bloeiend bestaan leiden – als “rechts” werden aangeduid. Een eeuw geleden noemden de Nederlandse liberalen zich overigens ook “links”.

De voorstanders onder hen van algemeen kiesrecht duidden zich bovendien graag aan als “liberaal”. De partij die zij vormden heette “Vrijzinnig Democratische Bond”.  Deze Vrijzinnig Democratische Bond ging later een coalitie aan met Hendrikus Colijn de beruchte premier uit de crisis van de jaren dertig. De leider, Pieter Oud, gaf als minister van Financiën vorm aan een bezuinigingsbeleid en een verdediging van de gave gulden, die de crisis ernstig verdiepten. Ook hier valt een overeenkomst te constateren met wat Pechtold nú voorstaat: een kloppende staatsbegroting tegen elke prijs.

Nee: D66 past niet als benaming voor zo’n partij met zo’n leider. Een paar suggesties: liberaal-democratische partij, vrijzinnige democratische partij, liberale volkspartij, of misschien het meest in overeenstemming met de werkelijkheid: democratisch midden.

Wie nu al lijstjes maakt voor na 12 september, doet er in ieder geval goed aan D66 niet bij links op te tellen.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (47)