Laatste update 13:22
626
8

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Dakloze klinkers

Terwijl het Franse volk zich drukmaakt over het verdwijnen van het dakje boven de klinkers, voert de regering aldaar belangrijker zaken door. ‘Wie taalarm is, wordt weerloos slachtoffer van propaganda’

cc-foto: Parti socialiste
cc-foto: Parti socialiste

De politiek van president Hollande is rampzalig.
Ja, desastreus omdat hij met elke nieuwe maatregel een zoveelste punt van zijn programma van 2012 verraadt. Toen met Sarkozy wisten de Fransen voor wie ze kozen. Zijn programma was extreem-liberaal, zijn politiek was extreem-liberaal. Klaar. Hij deed wat hij had gezegd te zullen doen. De Fransen kozen voor François Hollande omdat hij een andere koers beloofde. Maar die is er niet gekomen. Geen president die sinds de oorlog dusdanig de democratie heeft ondermijnd als Hollande, want door je beloften te verraden ontmoedig je de kiezers (“waarom zou je nog stemmen?”), en geef je de mensen het gevoel op drijfzand te lopen. De leugen maakt onzeker. Geen president die daarom al sinds zo-lang zo impopulair is. Maar goed, hij wil het blijkbaar uitzitten tot het einde van zijn mandaat, en daarbij stijfkoppig aan zijn lijn vasthouden. De paar draaierige ecologen die hij vorige week in het kabinet heeft gestopt, na een paar andere ministers te hebben weggebonjourd, zullen daar niets aan veranderen.

Maar Hollande is een slimmerik, hij kent de kneepjes waarmee je initiatieven waarvan je weet dat ze op grote tegenstand stuiten – behalve bij de werkgeversbond die je wil behagen – er doorheen kunt jassen. Een ervan is de afleidingsmanoeuvre. We halen een oud wetsvoorstel uit de kast dat sinds lang volkomen in de vergetelheid is geraakt. Niemand staat erop te wachten. Maar het raakt een gevoelige snaar, zeker bij Fransen, namelijk de taal. Een beetje stemmingmakerij erbij van de kant van de pers die maar al te zeer op emotie is belust – resultaat: één grote ophef. En terwijl het Franse volk zich druk maakt over deze nieuwe wet, wordt het even afgeleid van andere zaken, die belangrijker zijn en die de regering dan stilletjes ten uitvoer kan brengen.

De spelling van de taal – ziedaar waar de Fransen zich de afgelopen twee weken druk om moesten maken, zodat hun aandacht werd afgetrokken van zaken als de verlenging van de noodtoestand, de verandering van een belangrijk artikel van de grondwet zodat het nu mogelijk is gemaakt mensen hun Franse nationaliteit te ontnemen… Goed, het Franse volk begint de sluwe trucjes van François Hollande door te krijgen. Ze laten zich niet meer zo makkelijk in de luren leggen. Maar toch, een heibel over dat dakje boven de klinkers! De fameuze circonflexe. Helemaal ongelijk hebben de Fransen niet. Taal is belangrijk. En dat dakje weg, ’t is niet mààr een onschuldig detail.

Het dakje weg
Lang niet alle dakjes moeten weg. Dat was het gerucht dat in het begin door de sensatiepers in de wereld werd geholpen. Het gaat alleen om de dakjes boven de klinkers -i- en -u-. En dan alleen wanneer het weglaten van het dakje geen verwarring tussen twee woorden schept. Zo blijft boven mûr (“rijp”) het dakje staan, want anders zou het je kunnen verwisselen met mur (“muur”). Het aantal woorden waar de circonflexe niet meer verplicht is (maar wel toegestaan), is daarom nogal beperkt. Toch is het een zoveelste stap in de richting van het wegwissen van de geschiedenis. Naast het verkorten van de tijd die op school aan geschiedenisonderwijs wordt besteed, bijvoorbeeld. En wie de geschiedenis schoffeert, doet uiteindelijk afbreuk aan wat ons verbindt. Techniek verbindt geen mensen, internet ook niet – niet echt. Alleen een gedeelde geschiedenis doet dat. Maar daarvoor moet je de geschiedenis wel kennen. Ik loop opeens wel erg hard van stapel? Ik opper een wel erg allesomvattende stelling, en dat naar aanleiding van een enkel dakje boven een klinker?

Voorbeelden
Misschien, maar ik blijf erbij: de woorden die nu het dakje moeten ontberen – of mogen ontberen (maar mogen wordt in de regel al gauw moeten) – herinnerden ons eraan dat onze Europese talen veel gemeen hebben. Het dakje was een verwijzing naar deze geschiedenis die ons verbond. De circonflexe kwam namelijk zo rond de achttiende, negentiende eeuw in de plaats van een -s- na de klinker. Een voorbeeld? Het dakje boven de -i- van dîme (“tiende”) verving de -s- na de -i- in disme. Dankzij deze -s-, en de plaatsvervanger ervan, namelijk het dakje, komt de oorsprong van het woord duidelijker uit de verf dan wanneer je in het vervolg dime mag of moet schrijven. De oorsprong is het Latijnse decima.

Hetzelfde geldt voor het woord maître. Het dakje herinnert ons eraan dat het afgeleid is van het woord magister – een woord dat in de Nederlandse taal “meester” werd. Dat dakje verbond dus in zekere zin de Fransen en de Nederlanders: maître (van maistre) en “meester”. En denk eens aan een woord als cloître. De circonflexe duidt op de link met “klooster”. En coût – het Franse woord voor prijs. In het Nederlands werd het oorspronkelijke woord “kost” en “kosten”. Zien jullie nu waarom dat dakje verbindend werkt? Ja, geschiedenis – gedeelde geschiedenis – verbindt. We bouwen aan een gemeenschappelijk Europa, en tegelijkertijd isoleren we ons in onze eigen talen, door de verbindingstekens weg te halen. Wat je noemt inconsequentie!

O ja, en dan is er een stad die op de grens van Frankrijk en het Nederlands (Vlaams) sprekende België ligt: Lille in het Frans. Rijssel in het Nederlands. Ook hier legt een dakje de link. Hoe? Kijk, je hoeft je hoofd niet te breken over de vraag waar de Franse naam vandaan komt: van l’île, dat wil zeggen “het eiland”. En de circonflexe boven de -i- van île wil zeggen dat de oorspronkelijk spelling isle was. Lille was dus oorspronkelijk voor de Frans sprekenden L’isle. In het Nederlands werd isle “ijssel”. Het eiland – l’isle – werd voor de Vlaams sprekenden “ter ijssel”. En dat werd afgekort tot Rijssel. Ja, twee talen onder één dakje.

Laten we de link niet breken – zoals we, over “breken” gesproken, destijds het “vasten braken”, disjunare in het middeleeuwse potjeslatijn. Hiervan afgeleid kreeg je het werkwoord disner. Vandaar het dakje boven dîner.

Geschiedenis schept gemeenschap
Maar om terug te komen op de geschiedenis. Het gaat hier natuurlijk maar om een klein detail. Toch is de weerstand waarop het wetsvoorstel is gestuit veelbetekenend. Ik ga niet verder in op de reacties van sommige extreemrechtse kletskousen en twitteraars, voor hen gaat het om een zoveelste stap in de richting van een bewuste afbraak van de Franse taal, om dan deze taal-leegheid des te makkelijker te kunnen vullen met het Arabisch van de allochtonen. Dit soort komplottheorieën houden geen steek.

Wel is de kritiek serieus te nemen van de oude, prestigieuze ‘Académie Française’, die erop wijst dat taalarmoede – iets wat begint met spellingsnivellering – het kritisch vermogen aantast. Wat je niet precies, genuanceerd kunt uitdrukken, kun je ook niet denken. Wie taalarm is, wordt weerloos slachtoffer van propaganda. Ik zeg: laten we daarbij de geschiedenis niet vergeten, die ons niet alleen wordt doorgegeven via de taal (als middel), maar ook in de taal (de spelling en de woorden zelf als getuige van ‘wat vroeger was’) – zoals ik zo-even betoogde. Alleen een gedeelde geschiedenis schept banden, schept gemeenschappen. En alleen gemeenschappen kunnen weerstand bieden aan de stoomwals van een ideologie die van de mensen losse atomen wil maken om ze daarmee des te makkelijker aan de machthebbers te onderwerpen (“verdeel en heers”).

Ik denk aan de ideologie van het extreem liberalisme waar president Hollande zijn socialistische programma van 2012 aan heeft opgeofferd. Maar laten we daarbij niet vergeten dat levende gemeenschappen altijd open gemeenschappen zijn. Er komen daarom nieuwe woorden, nieuwe manieren van spellen bij. Maar het is juist dàt wat dan de geschiedenis in gaat, in de richting van de toekomst – en ja, waarvan de taal getuigt.


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (8)