3.255
36

Eindredacteur Witteman ontdekt

Maarten van den Heuvel begon zijn journalistieke loopbaan in de redactie van de talkshow I.S.C.H.A van Ischa Meijer. Na het abrupte einde aan dat programma werkte hij ondermeer bij RUR en was hij als researcher in dienst van documentairemaakster Ireen van Ditshuyzen.

Zijn dienstverband bij de VARA begon bij het programma Barend & Witteman, eerst als redacteur, later als coördinator en kort als eindredacteur. Hij zette samen met Paul Witteman het populair wetenschappelijke programma Nieuwslicht op en werd er eindredacteur van. Vanaf het begin van Pauw & Witteman werkte Van den Heuvel er drie jaar als samensteller.

Daarna was hij eindredacteur van de televisieprogramma's 'Eigen schuld, dikke bult' en EZ, betrokken bij Joop en een van de twee eindredacteuren van het documentaire-drieluik 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap', waar hij ook het boek 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Oude waarden in nieuwe tijden' over schreef. Dat boek werd geselecteerd voor de longlist van de Socratesbeker, de prijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Momenteel is hij eindredacteur van het televisieprogramma Witteman ontdekt.

De angst voor technologie

Kunt u zich voorstellen dat u van afstand bestuurd wordt?

Kunt u zich voorstellen dat u van afstand bestuurd wordt? Ik denk dat weinig mensen daar meteen ja op zullen zeggen. En voor degenen die dat wel doen, is het wellicht wijs om professionele hulp te zoeken. Maar toch is de gedachte misschien niet zo gek als hij op het eerste gezicht lijkt.

We leven in een tijd dat de technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. In het nieuwe televisieprogramma Witteman ontdekt – sleutelen aan de mens, dat vrijdag 6 februari voor het eerst te zien zal zijn, zetten we de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van de bionische mens op een rij.

We laten daarin onder meer prothesen zien, die inmiddels ongeveer evenveel kunnen als de oorspronkelijke ledematen, zo niet meer. Je kan er zelfs mee voelen. En elektroden in je hoofd, die inmiddels al worden gebruikt om angstaanvallen, dwangstoornissen, depressie, verslaving en eetstoornissen te bestrijden. Aan een toepassing tegen obesitas wordt gewerkt.

Dat klinkt allemaal fantastisch en je kan je goed voorstellen dat mensen die een arm moeten missen of een zware dwangstoornis hebben er erg bij gebaat zijn. Maar voor alles geldt dat het naast positieve kanten ook potentieel negatieve kanten heeft. Denk bijvoorbeeld aan de lopende discussie over robotisering en automatisering. Het kan mooi zijn als door die ontwikkeling de productiviteit stijgt en mensen niet langer vies, gevaarlijk of geestdodend werk hoeven te doen. Maar het is kwalijk als daardoor een hele groep mensen buiten de boot gaat vallen. Iets soortgelijks zien we hier.

Als we bijvoorbeeld kijken naar waar de miljarden vandaan komen die in de research naar bionische armen en benen worden gestoken, dan blijkt het leeuwendeel daarvan afkomstig te zijn van DARPA. Dat is de club die namens het Amerikaanse ministerie van defensie researchgelden verdeelt. En hoewel je zou kunnen denken dat dat voornamelijk gebeurt om teruggekeerde veteranen te helpen, geeft DARPA in verscheidene rapporten ruiterlijk toe dat het ze er eigenlijk om gaat om toekomstige supersoldaten te ontwikkelen.

En al in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd er geëxperimenteerd met het besturen van dieren met dezelfde elektroden die nu in het brein worden geïmplanteerd om psychische aandoeningen te bestrijden. Van de Spaanse wetenschapper in Amerikaanse dienst José Delgado zijn beelden bekend dat hij gewapend met een rode lap en een schakelaar een stierenvecht-arena in stapt en de aanstormende stier met een druk op de knop de andere kant op stuurt.

Uit ethische overwegingen is er lang niets gedaan met zijn bevindingen, maar met de ontdekking van een nieuwe techniek is daar verandering in gekomen. Met deze zogenaamde optogenetica worden hersencellen niet met elektriciteit, maar veel nauwkeuriger met licht gemanipuleerd. De techniek wordt momenteel succesvol gebruikt in experimenten, waarbij muizen die rustig zitten te snuffelen ‘aangezet’ worden en manisch rondjes gaan lopen of zelfs voorzien worden van valse herinneringen. En dat is nog los van het feit dat hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys in onze uitzending moest toegeven dat de op dit moment gebruikte elektroden best te hacken zijn.

Al deze potentiële gevaren nopen ertoe om de vraag te stellen: hoe organiseren we het zo dat deze technieken alleen positief worden gebruikt. Daar is een maatschappelijke discussie over nodig. Doen we dat niet, dan zou er wel eens een situatie kunnen ontstaan die vergelijkbaar is met wat de historicus Philipp Blom beschrijft in zijn veelgeprezen boek over het interbellum Alleen de wolken.

Blom wijst daarin op een vaak over het hoofd geziene oorzaak van de onrust in dat tijdperk tussen de twee wereldoorlogen: een verdwenen vertrouwen in wetenschap en technologie als middelen die de maatschappij vooruit konden helpen. In het Belgische weekblad Knack zegt hij daarover:

Voor de oorlog hadden wetenschap en technologie een positief aura. Zij zouden de oplossing brengen voor alle problemen, net zoals alles wat modern was. Dat geloof werd vanaf 1916, toen de technologische oorlogsvoering de overhand nam, de kop ingedrukt. (…)  Men merkte hoe wetenschap en technologie zich tegen de mens begonnen te keren en die mens niet meer in staat was zich daar tegen te verzetten. Dat moet een verschrikkelijk inzicht geweest zijn.

Volgens Blom was dit een van de redenen waarom zoveel mensen zich in die periode afkeerden van het bestaande democratische systeem, dat in hun ogen die ontwikkeling juist mogelijk had gemaakt,  en hun heil zochten bij anti-democratische bewegingen. Natuurlijk zijn de huidige ontwikkelingen niet één op één vergelijkbaar met de massaslachting in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Maar toch kan je wel zien hoe ook bijvoorbeeld de ontwikkeling van supersoldaten –om van drones nog maar te zwijgen-  en van robots die ‘onze banen inpikken’ mensen het gevoel kan geven dat ze er steeds minder toe doen. Met alle mogelijke gevolgen van dien.

Toen we ter voorbereiding van ons programma spraken met Frans Brom van het Rathenau-instituut wees hij er op dat mensen over het algemeen best bereid zijn om in hun voorkeuren en normen mee te groeien met de nieuwe technologische ontwikkelingen. Maar daar hebben ze wel tijd voor nodig. En de ontwikkelingen gaan soms zo snel dat ze die niet krijgen. Willen we de voordelen ervan benutten en de valkuilen vermijden, zullen we veel meer moeten doen om de maatschappelijke discussie erover op gang te brengen.

Witteman ontdekt – sleutelen aan de mens wordt gepresenteerd door Paul Witteman en is vanaf vrijdag 6 februari wekelijks te zien om 21.25 uur op NPO2.

Maarten van den Heuvel schreef het boek ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap. Oude waarden in nieuwe tijden’, dat werd geselecteerd voor de longlist voor de Socratesbeker 2015, de prijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.
Volg Maarten van den Heuvel ook op Twitter


Laatste publicatie van MaartenvandenHeuvel

  • Vrijheid, gelijkheid, broederschap

    Oude waarden in nieuwe tijden

    2014


Geef een reactie

Laatste reacties (36)