2.034
48

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

De conservatieve wending van de PvdA

Niet enkel de inhoud van de huidige PvdA-politiek, tevens de vorm daarvan staat haaks op de sociaaldemocratische visie

De controverse over de strafbaarstelling van illegaliteit heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk symbolisch vraagstuk. Niet in de zin dat de strafbaarstelling zelf slechts een symbolische geste is die in het concreet weinig gevolgen heeft. De impact van deze regelgeving kan juist verstrekkend zijn voor het leven van ongedocumenteerde migranten, zoals Amnesty International inmiddels heeft laten weten. Nee, het symbolische vraagstuk betreft eerder de vraag of de strafbaarstelling in strijd is met de sociaaldemocratische waarden van de PvdA, zoals de achterban beweert. En dat roept dan weer de vraag op wat deze waarden eigenlijk inhouden.

Het wetenschappelijk bureau van de PvdA heeft hier recent een antwoord op willen geven, door de publicatie van het Van Waarde-manifest. Een tekst die een koerswijziging naar links en tevens meer nadruk op de gemeenschap voorstaat. De partijleiding daarentegen, is juist een scherpe draai naar rechts aan het maken, geïnspireerd op het Engelse Blue Labour dat voortbouwt op de Derde Weg en een hardere lijn op immigratie en misdaadbestrijding voorstaat. De partijtop heeft als gevolg daarvan grotendeels gebroken met de sociaaldemocratische principes waar zij voor zegt te staan, onderwijl de Internationale zingend. Deze verrechtsing van de partijtop wordt echter grotendeels verhuld achter de retoriek van het compromis.

Een dubbele ideologische boekhouding?
In een beroemde oratie in 1964 stelde Hans Daalder, de grondlegger van de Nederlandse politicologie, dat het kunstig spelen met verantwoordelijkheden eigen is aan de Nederlandse politiek. Binnen een coalitie kan een politieke partij ‘tegelijk als regerings- en als oppositiepartij optreden, de erkentelijkheid opeisen voor populaire regeringsdaden, maar tegelijk de verantwoordelijkheid voor niet-populaire aangelegenheden toerekenen aan coalitiepartners of individuele ministers’.

Daalder spreekt van een ‘centristische mythologie’, die ertoe leidt dat politieke tegenstellingen en verantwoordelijkheden versluierd worden ten gunste van het compromis. Het gevolg is een democratisch tekort en verregaande apathie of recalcitrantie van de kiezer, die immers het gevoel krijgt niets te kiezen te hebben. Deze thematiek speelt in het bijzonder bij de PvdA en niet enkel bij de strafbaarstelling van illegaliteit.

Paul de Beer schreef ooit in Socialisme en Democratie over hoe de PvdA onder leiding van Kok in de jaren negentig overging op het sociaalliberalisme van de Derde Weg. Deze koersverandering was vrij radicaal maar werd zo veel mogelijk verhuld. Toen de PvdA in 1994 een historische coalitie met de VVD aanging en vervolgens opging in Paars, koos de partij voor een sociaalliberale koers die niet als zodanig werd aangekondigd:

De liberale inbreng in dit kabinet kon echter aan de VVD worden overgelaten, zodat de PvdA ogenschijnlijk aan haar meer traditionele standpunten kon vasthouden, zij het tot sociaalliberaal kabinetsbeleid verdund. Zo sloeg de PvdA, nota bene onder leiding van oud vakbondsman Wim Kok, in de jaren negentig een geheel nieuwe weg in, zonder dat hierover een serieus intern debat was gevoerd.

De geschiedenis lijkt zich nu te herhalen, al is de koerswijziging ditmaal meer conservatief van karakter. Weer neemt de PvdA plaats in een coalitie met de VVD waarbij de sociaaldemocratische partijtop het doet voorkomen, vast te houden aan haar traditionele sociaaldemocratische principes. Sterker nog, de partijtop went zelfs een zekere reveille voor, wat een brille! Tegelijkertijd schuift de partij de ontegenzeggelijk harde rechtse koers af op de noodzaak van het compromis. Ondertussen is de sociaaldemocratische visie op de crisis, gebaseerd op het dictum van Keynes – the boom, not the slump, is the time for austerity – verlaten. Eerdere kritiek over het ‘kapot bezuinigen van de economie’ heeft men ingeslikt, net nu de veranderende opinie onder economen de relevantie van dat statement alleen maar verder lijken te onderstrepen. De keuze tussen een anticyclisch, expansief fiscaal beleid en een procyclisch bezuinigingsbeleid is volgens Samsom zelfs een ‘valse tegenstelling’.

Wat opvalt is het compleet ontbreken van enig dualisme. Diederik Samsom, als fractieleider verantwoordelijk voor het uitdragen van sociaaldemocratische waarden, heeft de partij geheel vereenzelvigd met het regeerakkoord. De idealen van de PvdA zouden niet links van het regeerakkoord liggen, maar op een ander punt in de tijd. Op een recente ledenbijeenkomst sprak Diederik Samsom zelfs van een compromis met ‘de veranderende realiteit’, niet zozeer met de VVD of met Brussel. Dit betekent feitelijk dat het regeerakkoord en het programma van de PvdA één en hetzelfde zijn en dat de partijtop een opmerkelijke verschuiving naar rechts heeft gemaakt.

De preek van Asscher
Deze verrechtsing van de partijtop is ook van toepassing op het gemeenschapsdenken van de PvdA. In de laatste jaren is de gehele PvdA zich gaan bewegen van een meer individualistische overtuiging naar een meer op gemeenschap georiënteerde visie. In de woorden van Spekman: ‘Er moet een omslag komen van ik naar ons.’ Belangrijk hier is dat er zowel een linkse als een rechtse variant van het gemeenschapsdenken bestaat. Zo spreekt het Van waarde manifest zich uit voor bevrijdende en emanciperende vormen van gemeenschapszin (onder de noemer ‘binding’), en waarschuwt voor de bevoogdende en onderdrukkende vormen daarvan. De partijtop van de PvdA echter, gaat uit van een conservatief gemeenschapsdenken, geïnspireerd op het Engelse Blue Labour.

De Preek van de Leek, de destijds gehypte en inmiddels al bijna weer vergeten toespraak van Lodewijk Asscher op 28 oktober 2012, geeft een goede indicatie. De kern van Asschers betoog is te herleiden tot twee elementen die logischerwijs uit elkaar voortvloeien. Het eerste is een herformulering van het solidariteitsbegrip. Het tweede is de aankondiging van een terugtredende overheid, waarvan de sociale kosten door de goede werken van de bevolking opgevangen dienen te worden.

Solidariteit betekent, aldus Asscher, ons te kunnen verplaatsen in de mensen die het minder goed getroffen hebben. Solidariteit wordt feitelijk gelijkgesteld met vrijwilligerswerk: ‘Verplaats je in anderen, bekommer je om anderen’, zo preekt hij. ‘Wees niet onverschillig en accepteer het onacceptabele niet. Er is altijd een alternatief! Begin nabij, het hoeft niet de armoede in de derde wereld te zijn, het hoeft niet meteen de vrede in het Midden-Oosten te zijn. Ook jouw Lazarus ligt waarschijnlijk gewoon voor je deur, woont naast je, heeft kinderen op de school van jouw kinderen, winkelt in dezelfde supermarkt.’

Deze visie op het zelfzorgend vermogen van de burger impliceert een opvallende breuk met de sociaaldemocratie. Volgens PvdA socioloog Kees Schuyt maakt het solidariteitsbegrip de kern uit van de verzorgingsstaat. Bij Lodewijk Asscher is het juist het antwoord op haar verdere desintegratie. De burger moet volgens Asscher niet meer naar de overheid kijken, maar zelf dingen onder handen gaan nemen:

Wees niet onverschillig. Jij kunt een verschil maken. Doe dat dan ook. Verwacht niet dat een ander het oplost. Een politicus, een held of een godheid. Je kan niet van de politiek verwachten dat zij alles oplossen. Je verwachtingen zijn dan niet reëel én je houdt ook op je af te vragen welke rol je zelf kunt spelen.

De reden die Asscher hiervoor aandraagt, is dat de verzorgingsstaat verder ingekrompen moet worden. En passant bekritiseert hij de neiging ‘het bestaande met hand en tand te verdedigen’, en vast te houden aan verworven rechten. Alweer wordt hier afstand genomen van de sociaaldemocratische positie zoals verwoord door Den Uyl, maar tevens door Nobelprijswinnende prominenten als Paul Krugman, Joseph Stiglitz, en Jeffrey Sachs. Zij stellen dat in tijden van crisis de overheid juist extra dient te investeren en sociale voorzieningen in stand moet houden om te zorgen dat de effectieve vraag niet instort en de crisis zich verder verdiept, zoals in Nederland is gebeurd.

Van de Derde Weg naar Blue Labour
Asscher plaatst zich in zijn lezing op één lijn met de Britse Derde Weg, dat evengoed uitging van het idee dat burgers eerst zelf hun problemen dienden op te lossen, alvorens de politiek daarop aan te spreken. Nu is het zo dat de Derde Weg, samen met Tony Blair, in Engeland al een tijdje politiek dood is verklaard. New Labour heet gewoon weer Labour. De ideeën leven echter voort, en zijn verder ontwikkeld onder de naam Blue Labour, een gedachtegoed dat zich wat kritischer opstelt ten opzichte van de markt en meer inzet op gemeenschap, maar los van deze accentverschillen, voornamelijk voortborduurt op de Derde Weg van voorheen. Blue Labour heeft bovenal een conservatievere inslag, en probeert delen van het verloren electoraat terug te winnen door op het gebied van immigratie en misdaadbestrijding een harde lijn te bepleiten. Een vergelijkbare conservatieve wending is tevens bij de PvdA-top te zien. Denk aan de participatiecontracten van Asscher en de ongenaakbare opstelling van de partijtop rond de strafbaarstelling van illegaliteit.

De term Blue Labour is bedacht door Maurice Glasman, een Labour-baron en een controversieel denker die een eigen variant heeft ontwikkeld op de Big Society-formule van de Britse Conservatieven. Zowel de Conservatieven als Labour grijpen daarbij terug op een christelijk geïnspireerd gemeenschapsdenken. De teneur van deze theorieën is dat zowel de staat als de markt als ordeningsprincipe hun tekortkomingen kennen. Als nieuwe toevoeging wordt nu de gemeenschap naar voren geschoven om de sociale kosten van een terugtredende overheid op te vangen.

Burgers moeten zelf initiatief nemen, de bibliotheek gaan runnen, familieleden, ouders en kinderen verzorgen of het bloemenperk mooi houden, zodat de overheid verder kan snijden in het budget. Het is een beleid dat in Engeland grote controverse heeft gegenereerd. Door critici wordt het gezien als een cynische truc om verdere bezuinigingen te kunnen verkopen als een vorm van empowerment van het maatschappelijk middenveld. Anderen wijzen op de problematische impact van het nieuwe beleid op kansarme groepen en in het bijzonder vrouwen, die in toenemende mate de traditionele mantelzorg weer op zich moeten gaan nemen. Het is dit beleid dat nu in Nederland overal naar voren wordt geschoven onder de noemer Doe–Democratie en een reële bedreiging inhoudt van de emancipatie van vrouwen en lagere inkomens.

Niet enkel de inhoud van de huidige PvdA-politiek, tevens de vorm daarvan staat haaks op de sociaaldemocratische visie. In de openingsregels van het bekende essay ‘de smalle marge van democratische politiek’, bekritiseert Den Uyl de ondoorzichtige wijze waarop regeerakkoorden tot stand komen, als ‘de uitholling van onze parlementaire democratie’. Vandaar de nadruk op stembusakkoorden, zodat de kiezer weet wat hij kan verwachten. Dat Diederik Samsom – samensteller van een regeerakkoord waar niemand voor gestemd had – zich presenteert als Uyliaan mogen we rekenen tot de ironie van de geschiedenis.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat op 22 mei in Socialisme & Democratie is verschenen. De langere versie is te lezen op het blog van Merijn Oudenampsen


Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • Ter verdediging van Utopia

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (48)