1.079
15

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

De crisis is dat er geen crisis is

We hebben niet te maken met een politieke of economische crisis, maar met een ontmanteling van de welvaartsstaat en de democratie. Een crisis zou de oplossing zijn.

Sinds de herfst van 2008 leven we, als we de economische experts mogen geloven, in tijden van crisis. De ecologen dateren het begin van de crisis een aantal decennia eerder: tenminste sinds de jaren ’60 is er sprake van een milieucrisis die met name in de derde wereld voelbaar is. Ook de universiteit verkeert volgens haar hoeders in crisis, en wel sinds 1999: met de invoering van het Bolognaproces, een proces dat in de eerste plaats bedoeld is om de universiteit af te stemmen op economische belangen, waardoor het bestaansrecht van niet-rendabel weten steeds bedenkelijker wordt.

Over de oorsprong van de politieke crisis heerst geen consensus, maar men kan er van op aan dat er te allen dage publieke figuren te vinden zijn die hun onvrede met de politieke gang van zaken uiten door een politieke crisis te verkondigen. Zo vond Samuel Huntington in 1975 dat een overdaad aan democratie tot een heuse “Crisis of Democracy” had geleid, om vervolgens te pleiten voor een meer daadkrachtige centrale overheid; en aan de linkerkant van het politieke spectrum verklaarde Jacques Rancière in zijn uitstekende boek Hatred of Democracy (2007) dat diezelfde crisis gevoed wordt door angst voor minderheden met aanspraak op dezelfde democratische rechten als wijzelf.

Net zoals het woord “democratie” is ook het woord “crisis” van Griekse oorsprong. Toch betekende een crisis voor de Grieken 2500 jaar geleden iets anders dan voor ons vandaag. Terwijl de Europese reactie op de alomtegenwoordige crisis in de eerste plaats gekenmerkt is door fatalisme, betekende crisis in het oude Griekenland ook “strijd.” Er is dan ook een meer toepasselijke Griekse term voor de huidige situatie in Europa: we lijken hier niet te maken te hebben met een crisis, maar met een tragedie.

Deze term is toepasselijk om diverse redenen, los van het feit dat de tragedie van de euro in de media meer dan eens als een Griekse tragedie beschreven is. Zo wordt tragedie gekenmerkt door een eigenaardige relatie tussen vrijheid en noodlot. De vrijheid van de tragische held wordt voortdurend bedreigd door het noodlot, dat altijd van buiten lijkt te komen. Op dezelfde manier wordt de economische huishouding van Europa momenteel bepaald door een veelvoud aan factoren waarop democratisch verkozen politici nauwelijks grip lijken te hebben. Al worden de Goden niet verantwoordelijk gehouden voor het feit dat ons kabinet nu in het Catshuis zit, toch is het ook niet helemaal duidelijk hoe dit voorkomen had kunnen worden.

Maar – en dit is het tweede punt – in feite werkt de held ondanks zijn goede bedoelingen vanaf het begin mee aan zijn eigen noodlot, al heeft hij tot de ontknoping niet de moed dit te herkennen. Juist omdat Oedipus zijn lot (vadermoord en een incestueus huwelijk) wou ontvluchten liep hij er met open ogen in. Ook dit punt is van toepassing: de ecologische crisis is in de eerste plaats veroorzaakt door onweten, en de crisis in de universiteit is te wijten aan een gebrek aan betrokkenheid bij de personen die nu het hardst roepen dat het crisis is. En terwijl de euro voor een verenigd Europa had moeten zorgen wordt steeds duidelijker dat de schaduwzijde van deze unificatie bestaat uit rechtspopulisme en economische desintegratie. Evenals Oedipus waren de politieke helden van Europa schijnbaar ziende blind.

Hoe dit zo gekomen is? Om de politieke machteloosheid die onze tijd kenmerkt te begrijpen moeten we terug naar de periode kort na de oorlog, toen de Duitse politicus Ludwig Erhard – de vader van het Wirtschaftswunder – in zijn zoektocht naar een nieuwe vorm van legitimiteit voor de Duitse staat verklaarde dat politieke soevereiniteit op economische vrijheid gefundeerd zou moeten zijn. Alleen een staat die zowel de sociale binding als de vrijheid van haar burgers kan garanderen is gerechtigd in de naam van het volk te spreken, zei Erhard – en het feit dat hij dit zei in een rede waarin hij argumenteerde dat prijzen niet door de staat, maar door de markt bestemd zouden moeten worden, laat er geen twijfel over bestaan dat de vrijheid waarvan hij sprak economische vrijheid was. In deze argumentatie ligt de kern van het neoliberalistische idee dat de staat in dienst staat van de economie, en de afbraak van de democratie door Europese technocraten is een direct gevolg van deze lijn van denken, die zeer weinig ruimte laat voor authentiek democratische besluitvorming. Binnen deze constellatie is de beurs verworden tot wat de Olympus voor de Grieken was: een vergulde speelplaats voor Goden die aan niemand verantwoording af hebben te leggen, en door wie ons noodlot van dag tot dag gesponnen wordt.

Alle linkse retoriek ten spijt heeft vrijwel iedere politieke partij deze verhouding tussen politiek en economie stilzwijgend onderschreven. Hoewel de SP en de VVD wel degelijk verschillende antwoorden op de crisis hebben, zijn beide partijen het erover eens dat de rol van de staat er op dit moment in de eerste plaats in bestaat de economie draaiende te houden – of je dat doet door middel van bezuinigingen of door een sociaal beleid is een tweede vraag. En hoewel ik zeker niet onvoorwaardelijk achter de Occupy-beweging sta, is hun analyse op dit punt juist: het gebrek aan beweegruimte voor politieke partijen laat binnen de representatieve democratie zoals wij die kennen weinig ruimte voor verandering of strijd – enkel voor tragiek.

Kortom: we leven in tragische tijden, niet in tijden van crisis. Onze crisis is dat er geen crisis is – enkel een gestroomlijnde ontmanteling van welvaartsstaat en democratie. Maar het gaat hier om onze welvaartsstaat en onze democratie. Het is dan ook tijd om in te zien dat het noodlot niet onontkoombaar is, en de tragedie in een crisis te veranderen: in een strijd die ook de onze is.

Volg Joop op Twitter, vind Joop leuk op Facebook. Of abonneer je op de dagelijkse nieuwsbrief met een handig overzicht van nieuws en opinies.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)