2.632
29

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

De één zijn dodenherdenking is de ander zijn bevrijdingsdag

Ivan Wolffers: Wie zijn eigen geschiedenis niet hardop durft te vertellen, is niet in staat behoorlijk te herdenken en gelegenheid te bieden tot het helen van wonden

“Ik herdenk,” maar wat herdenken de mensen die op de 15de augustus bij elkaar komen eigenlijk? Het is dan zomer en half Nederland ligt op een strand, zo niet hier dan wel in het buitenland.

De nationale plechtigheid die jaarlijks in Den Haag plaatsvindt kreeg aanvankelijk nauwelijks aandacht en nog steeds heeft het merendeel van de Nederlandse bevolking geen flauw idee wat er op die dag gebeurde en waarom je iets zou moeten herdenken. Het is met name de Indische gemeenschap en hun kinderen die op die dag stil staan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië en de Pacific en de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in wat toen Nederlands-Indië heette herdenkt.

Er is veel om te herdenken. In de oorlog tussen Nederlands-Indië en Japan sneuvelden 2549 militairen aan Nederlandse zijde. Nadat het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) zich overgaf kwamen 42.240 Nederlandse militairen in krijgsgevangenenkampen. Daarvan overleden er 8200 aan de directe gevolgen van het kamp. Dat is bijna één op de 5. Naar schatting kwamen bovendien zo’n 115.000 Nederlanders in burgerkampen terecht en met enig voorbehoud houdt men aan dat er 13.500 burgers zijn omgekomen als direct of indirect gevolg van internering in die kampen. Dat is één op de 8. Alle reden om daar bij stil te staan.

Op 17 augustus, twee dagen later herdenkt men in Indonesië het uitroepen van de onafhankelijkheid en viert dat jaarlijks uitbundig. Omdat Nederland die onafhankelijkheid niet erkende duurde het nog jaren voordat het zover was. Zo zag ik de 15de bij een van mijn Indonesische Facebookvrienden deze foto in een posting met als bijschrift: Selamat Hari Pramuka – penjaja patriotisme. Het betekent: ‘Fijne padvinderdag, patriotistische strijders.’ De padvinders (Pramuka) deden mee in de nationalistische strijd tegen de koloniale overheersing. De één zijn dodenherdenking is de ander zijn bevrijdingsdag.

Waar moeten de slachtoffers van de zinloze koloniale oorlog die na de Tweede Wereldoorlog nog gevoerd werd heen om te herdenken? Nederland wist niet van ophouden en moest uiteindelijk zelfs in de Veiligheidsraad tot orde geroepen worden en pas na intensieve druk op de Nederlandse regering van met name de Verenigde Staten (dat dreigde de Marchallhulp stil te leggen) gaf ons land zich gewonnen.

Ad van Liempt beschrijft in zijn boek ‘Na de Bevrijding’ (2014) wat Nederland die koloniale oorlog heeft gekost, wat de gevolgen waren van het handhaven van een troepenmacht aan de andere kant van de wereld van op zijn hoogtepunt 150.000 man. Nergens in Europa duurde het zo lang voordat aan de herbouw van het land kon worden begonnen. Er was gewoon geen geld voor. In 1950 lagen er nog steden in puin en moesten hier en daar mensen in kippenhokken wonen. In Duitsland was men al begonnen met de wederopbouw. Niet in staat door gebrek aan financiële middelen en capaciteit wist men in Nederland geen raad met de vele mensen die in de oorlog fout waren geweest. Ze zaten maar vast. Op een gegeven moment werden zelfs de vrijwilligers die voor de Duitsers aan het oostfront vochten naar Nederlands-Indië gestuurd. Tijdens hun opleiding voor de oorlog in de tropen kregen ze van de onderofficieren soms te horen “dat ze wat te vroeg geweest waren om tegen het Oosten – het Communisme – te vechten, maar dat ze nu meer dan welkom waren”.

Toen Marion Bloem en ik in 1984 in Indonesië waren om een documentaire (“Wij komen als Vrienden”) te maken over Nederlandse overlopers naar de Indonesische zijde, omdat ze niet in een koloniale oorlog wilden meedoen, kwamen we een paar mannen tegen die bij de SS hadden gezeten en ervoor hadden gekozen op tijd over te lopen, onzeker wat ze eventueel nog in Nederland te wachten zou staan.

Die idiote en domme koloniale oorlog kostte 5000 Nederlandse militairen het leven, maar bovendien naar schatting 35.000 Nederlanders, Indische-Nederlanders, Ambonezen en Chinezen, onder wie vrouwen en kinderen. Ze werden gedood door de strijdgroepen van Indonesische jongeren (Pemoeda), vaak op gruwelijke wijze.

Waar kunnen al deze mensen herdacht worden en op welke datum? Dat het maar even en passant ook op 15 augustus moet gebeuren zorgt voor een vertekening van de geschiedenis, zoals dit hele deel van de Nederlandse geschiedenis gehinderd wordt door rare termen (politionele acties in plaats van oorlog) en excessen van geweld (alsof het soms per ongeluk en incidenteel gebeurde zoals het nu eenmaal in een oorlog uit de hand kan lopen). Blijven we de term Bersiap gebruiken (de kreet van de Indonesische strijders “we zijn paraat”, Siap, riepen), een term die geen enkele Indonesiër overigens iets zegt. Of moeten we het zoals de Indonesiërs Agresi Militer Belanda (‘Nederlandse Militaire Agressies’) noemen? Het lijkt me goed als je er als landen die in zoiets intiems verwikkeld zijn geweest als een oorlog dezelfde naam voor hebt.

Aan Indonesische zijde zijn in die overbodige oorlog naar schatting 150.000 mensen gedood en waren er 7 miljoen mensen die gevlucht waren naar andere gebieden in het land. Van die 150.000 is niet bekend om hoeveel burgerslachtoffers het ging. Indonesische schattingen houden het op tussen de 25.000 en 100.000.

De Zwitsers-Nederlandse historicus Remy Limpach die grondig onderzoek verrichtte naar deze turbulente periode, komt tot de conclusie dat het niet om incidenten ging, maar om structureel geweld door het leger, waarbij het Nederlandse leger regelmatig op grote schaal en buiten onmiddellijke gevechtsacties om doodde en mishandelde: het doodschieten van geboeide gevangenen, wraakacties, martelingen in gevangenissen, verkrachting en plundering. Pogingen om het aan het licht te brengen eindigden in de doofpot en intimidatie van de klokkenluiders. De namen van plaatsen waarvan we nu weten dat Nederland er onschuldige burgers doodde, Rawagedeh, Zuid Sulawesi (waar Raymond Westerling te keer ging), Pakisadji, Bondosowo, Bandar Buat (Sumatra) zijn het begin van een topografie van geweld die door onze geschiedschrijvers bloot moet worden gelegd in opdracht van een regering die verantwoordelijkheid durft te nemen. Niet meer steeds voor ons uitschuiven, niet meer steeds naar andere landen kijken of die al wel hun excuses hebben aangeboden. Doe het zelf eens: aan iedereen en volmondig.

In onze documentaire “Wij komen als vrienden” vertelt een man die als jongen aan de represailles in Putten ontsnapte, naar Engeland vluchtte, bij de mariniers ging en uiteindelijk in Nederlands-Indië terechtkwam om de onafhankelijkheidsoorlog van het land de kop in te drukken over hoe hij op het station van Bondosowo aanwezig was toen de treinwagons geopend werden. Daar lagen de lijken van Indonesische krijgsgevangen die met te veel, te lang in een wagon ergens gerangeerd hadden gestaan, tot ze stikten: “Ik schrok zo en dacht dat we niet veel beter waren dan de Duitsers in Putten.”

Die vergelijking is voor veel mensen zo vlak na de oorlog met Duitsland vaak gebruikt en je komt hem nog wel tegen, en die ergert onze autoriteiten altijd weer. Steeds duidelijker wordt echter dat wie zijn eigen geschiedenis niet hardop durft te vertellen, niet in staat is behoorlijk te herdenken en gelegenheid te bieden tot het helen van wonden. Ik herdenk. Ja, dat is nodig. De 15de voor de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, maar op welke datum herdenken we die zinloze oorlog van 1945-1949? Misschien kan dat samen met Indonesië op 16 augustus.


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (29)