1.035
25

voormalig Kamerlid voor GroenLinks

Bruno Braakhuis was van juni 2010 tot en met september 2012 Tweede Kamerlid voor GroenLinks en was woordvoerder financiën en economische zaken. Daarvoor was hij hoofd maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Van Lanschot Bankiers, tussen 2008 en 2010. Hij aanvaardde deze functie vlak voor de kredietcrisis. Voordien werkte hij in marketing & communicatie bij diverse ondernemingen (Hay Group, Compass Group, Nuon, Randstad Holding en Yacht). Braakhuis studeerde industrieel-productontwerpen aan de Haagse Hogeschool en rondde in 2001 een MBA af aan de Kingston University/HBS*AMS

Bruno Braakhuis wordt gedreven door maatschappelijke betrokkenheid, met nadruk op ontwikkeling van ethiek en duurzaamheid. Betrokkenheid in al zijn facetten is niet alleen zijn persoonlijke drijfveer en een karaktereigenschap, maar door zijn carrière heen ook een leidmotief. Zowel als ontwerper, als marketeer, als lid van de Tweede Kamer en nu ook vanuit een consultancy-rol, maakte en maakt hij steeds duidelijk dat in ieders rol en functie het mogelijk is om betrokken te blijven bij mens en samenleving.

De groene economie bestaat niet

Er is maar één echte oplossing: Beheers de krimp

Vandaag vond in de Tweede Kamer een plenair debat plaats over de begroting van Economische Zaken. Een warrig debat. Het idiootste aangedragen onderwerp was dat van de ‘groene economie’. Zelfs GroenLinks trapt in die valkuil. Dames, heren, hij bestaat niet, die groene economie. De suggestie van die groene economie is, dat economische groei hand in hand zou kunnen gaan met groene doelstellingen. Een gotspe. En zo ingewikkeld is het niet, om vast te stellen dat het een gotspe is.

Economische groei bestaat alleen dankzij een paar factoren: arbeidsparticipatie, productiviteit en demografische groei. Alle benaderen hun grenzen. De arbeidsparticipatie in Nederland zou kunnen groeien, als vooral vrouwen minder in deeltijd zouden werken. Maar dat vraagt om een gezond stelsel van kinderopvang, door ons allen gedragen, waar de handen keer op keer niet voor op elkaar komen. En daarmee is een groei in arbeidsparticipatie een halt toegeroepen.

De productiviteit heeft zijn grenzen bereikt in termen van menselijke productiviteit. Alleen technologie kan de productiviteit nog verbeteren – zoals door robotisering – maar dit gaat weer ten koste van banen. Dan neemt de productiviteit per werknemer wel toe, maar daar zijn er dan weer steeds minder van. Dat levert een vertekend beeld op. De economie als geheel groeit wellicht iets, maar de werkeloosheid loopt daarmee in de pas. Dat schiet niet op.

Demografische groei is wel een oplossing, althans in economische zin. Niet voor niets zijn er Europese regeringen die oproepen om meer kindjes te baren. Demografische groei na de Tweede Wereldoorlog is eigenlijk de grootste bijdrage geweest aan de wederopbouw en niet – sorry babyboomers – dat die generatie harder gewerkt heeft dan andere. Maar bevolkingsgroei kan onmogelijk gekwalificeerd worden als groene groei. Het is juist bevolkingsgroei, gekoppeld aan welvaartsverlangen, wat de menselijke biotoop vernietigt. De aarde biedt domweg onvoldoende grondstoffen en bronnen om aan de behoefte van de almaar uitdijende bevolking tegemoet te komen.

Natuurlijk, cradle to cradle zou fantastisch zijn en uiteraard is het mogelijk om energie CO2-neutraal op te wekken. Maar beide vragen om zo’n grote verandering in houding en gedrag, dat die binnen de termijn waarin die verandering plaats zou moeten vinden – wereldwijd – nauwelijks realistisch is.

Dan rest er maar één oplossing. Beheerste krimp. Geleidelijk genoegen nemen met steeds minder, tot er een balans gevonden is met wat de aarde ons kan bieden ten opzichte van wat we nodig hebben. Het is niet anders. De enige echte groene economie is een economie die dat accepteert. Maar dat is nou precies wat ik de Kamerleden niet hoorde zeggen.

Geef een reactie

Laatste reacties (25)