1.100
18

Ondernemer/ Publicist

Michael Blok is geboren in 1970 in de regio Den Haag. Hij woont sinds 1988 in Amsterdam, met tussenpozen in Londen en Parijs. Hij studeerde economie en bedrijfskunde, en begon zijn carrière als zakenbankier bij Morgan Stanley. Later was hij strategieconsultant bij McKinsey, en in 2004 richtte hij met 3 collega's The Anders & Winst Company op, een adviesbureau op het gebied van duurzaam en strategisch zakendoen. Van 2007 t/m 2010 was hij voorzitter van GroenLinks in Amsterdam-Oost. Sinds begin 2011 is hij actief binnen het Platform Stop Racisme en Uitsluiting en publiceert hij regelmatig over het minderhedenonvriendelijke klimaat in Nederland.

De holle Holocaust

De waarschuwende les van '40-'45 is een saai scheldwoord geworden

De massamoord op 6 miljoen joden ligt alweer drie generaties achter ons. Het directe trauma dat ermee gepaard ging neemt met de tijd af, wat de kans biedt voor een meer afstandelijke benadering van het hoe en waarom. Maar in onze cultuur speelt de Holocaust juist steeds meer een flauwe rol die vooral een nare bijsmaak geeft. Dat doet geen recht aan de slachtoffers, maar ook niet aan onze huidige politieke situatie.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog was “dat nooit meer” het centrale motto van het Nederlandse nationale zelfbeeld. Alles wat op discriminatie leek werd door iedereen veroordeeld, en toen bijvoorbeeld de vrouw van nationalist Hans Janmaat haar been in 1986 kwijtraakte bij een aanslag vonden veel mensen dat eigenlijk niet zo erg. Op scholen werden in de jaren ’70 en ’80 kinderen (waaronder uw dienaar) geïndoctrineerd met de gedachte dat Hitler en zijn misdaden de maatstaf van alle kwaad waren en het absolute dieptepunt in de menselijke geschiedenis.

Sinds eind vorige eeuw is dit anders geworden. Het taboe op alles wat lijkt op discriminatie wordt tegenwoordig als verstikkend beschouwd voor een grondig debat over de gevolgen van immigratie. Na 60 of 70 jaar wordt de herinnering aan de massamoord ook minder direct, zeker als de slachtoffers en daders inmiddels meestal overleden zijn. We hebben de volkerenmoorden in Cambodja, China, Rwanda en Sudan meegemaakt en ook Nederland zelf was betrokken bij genocide, in Srebrenica. Dan is het logisch dat de Holocaust in mindere mate een uitzonderingspositie gaat innemen.

Maar die uitzonderingspositie moet er wel blijven. Zoveel doden, zoveel onrecht, zo kort geleden, en zo dichtbij. Met unieke lessen die we nooit mogen vergeten, en dankzij alle filmbeelden en monumenten ook niet hoeven te vergeten. Hoe makkelijk een volk zich laat opzwepen tot misdaden. Hoe snel een democratie kan vervallen. En hoeveel haat er kan zijn tegen landgenoten, zonder enige aanleiding.

Maar het toepassen van de lessen van de Holocaust is onze moderne cultuur helaas niet gegund. Sterker nog, er is een nieuw taboe gekomen op het onderzoeken van parallellen tussen moderne politieke bewegingen en de NSDAP of de NSB. Zelfs een Eerste Kamerlid van de VVD wordt bekritiseerd door niemand minder dan de Minister-President als hij een boek uitbrengt waarin hij parallellen trekt tussen de NSB en Geert Wilders. In de blogosfeer wordt iedere voorzichtige waarschuwende verwijzing naar fascisme afgedaan als een “Godwin”.

Tegelijkertijd wordt die oorlog door anderen voor ieder akkefietje ingezet. Moslims worden niet alleen in extreem-rechtse kring fascisten genoemd en Ahmedinejad de nieuwe Hitler. Israëlische en Joodse organisaties halen de Holocaust en de aanklacht van “antisemitisme” van stal als er kritiek is op Israël. Het overkwam in de afgelopen dagen zelfs Nobelprijswinnaar en nazi-criticus Günter Grass toen hij een kritisch gedicht schreef over Israël en Iran, ondanks dat er geen spoortje Jodenhaat in te bekennen is. De VPRO moest onder internationale druk een satirisch spel over de kolonisatie van de Westoever van haar site halen en wordt nu routinematig antisemitisch genoemd.

Op deze manier speelt de nazitijd een heel ongelukkige rol. De historische lessen die we zouden moeten trekken uit de Tweede Wereldoorlog kunnen we niet meer gebruiken om te praten over het risico van moderne vreemdelingenhaat; een debat dat in Nederland zeker niet meer alleen theoretisch is. Het vervangen van het taboe op discriminatie door een taboe op De Oorlog heeft er zeker toe bijgedragen dat wij nu in het buitenland eerder bekend staan als strijders voor dan tegen discriminatie. En een oplossing voor de problemen rond Israël en Palestina komt ook niet dichterbij als misdaden niet kunnen worden benoemd uit angst om verketterd te worden.

Maar het ergste is misschien wel dat de herinnering aan de Holocaust op deze manier hol en leeg wordt. De strijd tegen discriminatie en onderdrukking werd er altijd door geïnspireerd. Wie Schindler’s List of Sophie’s Choice heeft gezien zonder te huilen of te denken “over mijn lijk dat dat nog een keer gebeurt”, heeft geen hart. Maar uw dienaar merkt de afgelopen jaren dat de herinnering aan de oorlog, bijvoorbeeld bij een bezoek aan Auschwitz of het kijken naar films, een dubbel gevoel geeft. Je wordt woedend en wilt de deur uitrennen om alle vormen van racisme te bestrijden. Maar tegelijkertijd kun je er niets meer mee. Want als je in het politieke spel toegeeft dat je bang bent dat als religiekritiek vermomde vreemdelingenhaat of de regeringsdeelname van Wilders kan leiden tot iets veel ergers, word je uitgelachen. En als je uit woede over de misdaden van de nazi’s boos bent op het gedrag van de Israëlische regering word je beschuldigd van medeplichtigheid aan die Holocaust.

Op die manier wordt de herinnering aan de holocaust een beetje vies. En daarmee doen we onszelf, maar vooral de slachtoffers onrecht.

Volg Michael Blok ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (18)