1.767
1

Activist

Activist. Schreef tot nu toe pittige artikelen over wapenhandel, onduurzame voedsel en kleding, tax injustice, racisme en het disfunctioneren van het maatschappelijk middenveld. Tot juli 2011 directeur van Fairfood International (www.fairfood.org). Frank was tevens tot juli 2011 bestuurslid van de brancheorganisatie voor ontwikkelingsorganisaties Partos (www.partos.nl). Voor Fairfood was Frank werkzaam voor Amnesty International en Fairtrade Original. Hij komt uit het bedrijfsleven waar hij jarenlang werkzaam was als management consultant.

‘De kans dat we naakt over straat moeten acht ik niet zo groot’

Hoe je misstanden in de textielindustrie effectief kunt aanpakken

De kern van het probleem in de textielsector is het gebrek aan duurzame vraag. Van de consument gaat die niet voldoende komen dus moet Ploumen wetgeving opstellen.

Rescuing a workerOngetwijfeld door het grote dodenaantal maar verder vooral door ongrijpbare factoren, werd de ramp in Bangladesh breed opgepikt door de media en kwam minister Ploumen onder druk te staan om iets te doen. Over het misselijkmakende ‘systeem’ waardoor sommige drama’s wel aandacht krijgen en anderen niet, schrijf ik een andere keer. Ik heb de rare neiging om bij het zien van de beelden uit Bangladesh, beelden van nog veel erger lijdende mensen in m’n hoofd te zien. Beelden die door de omstandigheden het nieuws níet halen. Nieuws waar je naar moet zoeken. Maar de ellende in Bangladesh wordt daar niet minder door en de mediahype die daaromheen ontstaan is moeten we nu eerst verzilveren.

Door de mediadruk trekt minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de portemonnee. Negen miljoen stelt ze beschikbaar om de schrijnende omstandigheden waaronder textielarbeiders in Bangladesh hun werk moeten doen, te verbeteren. En als co-voorzitter van de coördinatiegroep zal ze hoogstpersoonlijk namens alle donorlanden de politieke dialoog voeren met de Bengaalse overheden en werkgeversorganisaties om de internationale inspanningen op dit gebied te coördineren en te monitoren. De kledingindustrie draagt 5 miljoen bij.

Maar hoe logisch zijn de moves van minister Ploumen?

Door de ramp in Cambodja waar iets soortgelijks gebeurd is, heeft Ploumen een probleem. Weliswaar vielen daar minder doden, maar door de korte tijd na de ramp in Bangladesh werd het drama tóch door de media opgepakt. Gaat ze nu weer de portemonnee trekken en in een soortgelijke commissie zitten voor Cambodja? En straks ook voor Vietnam waar eveneens regelmatig dit soort dingen gebeuren zonder dat het nieuws wordt? En voor India, China, Laos? Het is te hopen voor Ploumen dat er snel iets in de wereld gebeurt waardoor de media-aandacht voor dit soort drama’s weer wegebt, want anders heeft ze straks te weinig geld en vooral te weinig tijd.

Daarnaast is de 5 miljoen van de kledingindustrie een lachertje. De kledingindustrie verdient miljarden. Als de kledingindustrie 5 miljard zou verdienen (ze verdient veel meer), dan nog investeert ze slechts 1 promille van de winst voor de oplossing van het probleem. We hebben het hier over een miljardenindustrie en deze bedrijfstak draagt het schamele bedrag bij van 5 miljoen euro waar ze bovendien goede sier mee maakt. En dan schuift ze ook nog eens een gedeelte van de kosten af op de belastingbetaler. Ploumen leent zich voor dit toneelstuk.

Het nu opgevoerde toneelstuk verbloemt wat er in de coulissen gebeurt en hierdoor gaan we volledige voorbij aan de kern van het probleem: Er is niet voldoende duurzame vraag. Helaas zijn er niet voldoende consumenten die het voldoende interesseert hoe kleding geproduceerd wordt. De klachtenlijnen van de kledingbedrijven zijn niet overbelast door boze telefoontjes van consumenten. Natuurlijk zeggen consumenten, als ze er naar gevraagd worden, dat ze het vreselijk vinden wat er gebeurd is, en dat ze best ietsjes meer willen betalen, maar boos naar de klantenservice lopen en klagen over hoe de kleding is geproduceerd, dat doen ze niet. En al helemaal stappen ze niet massaal over naar duurzame merken, die door hun kleinschaligheid niet in de Kalverstraat te koop zijn en/of te duur zijn.

Ook daarom hebben wij een overheid. Een overheid die het gat vult tussen ‘vandaag gaan we lekker shoppen en heb ik geen zin in de wereldproblemen’ en ‘goh wat erg wat ik nu weer op het journaal zie, dat mag nooit meer gebeuren’.

Dat gat kan Ploumen dichten door wetgeving op te stellen die duurzame vraag creëert. Eerder heb ik daartoe opgeroepen in het Financieele Dagblad en op deze site. Als er een land in de wereld is waar een grote vraag naar duurzame producten vandaan komt, zijn er genoeg merken die daar op in spelen. De kans dat we naakt over straat moeten acht ik niet zo groot. Misschien trekt Zara zich dan terug van de Nederlandse markt omdat ze het te veel gedoe vindt om speciaal voor Nederland te produceren. Maar is dat dan een drama? H&M zal misschien iets meer gaan vragen voor haar ‘duurzame variant van de collectie voor de Nederlandse markt’, maar Ploumen erkent zelf dat de productie kosten slechts een fractie zijn van de verkoopprijs (‘En dan te beseffen dat van een t-shirt van tien euro slecht 50 cent naar de producent gaat’), dus dat zal ook wel meevallen.

Het argument van de overheid, bedrijven en zelfs veel maatschappelijk organisaties dat wetgeving niet effectief is en te veel rompslomp geeft, is opmerkelijk. Als het om wetgeving voor de bescherming van Nederlandse burgers gaat, dan vinden we wetgeving wél een goed middel en vinden we extra rompslomp wel acceptabel. Maar goed, dat we als het gaat om  mensenlevens met meerdere maten meten, is breed genoeg bekend.

Met die extra rompslomp kan het erg meevallen. Nu is het paradigma nog dat we alles moeten controleren, het liefst met zogenaamde ‘third party audits’. Dat houdt in dat niet het merk zelf of de leverancier, maar een onafhankelijke derde de controle uitvoert. Dat drijft de kosten enorm op en daar pleit ik niet voor. Ik pleit voor wetgeving waardoor Nederlandse en buitenlandse kledingmerken die de regels overtreden hard worden aangepakt. Minimaal uitsluiting van de Nederlandse markt voor een paar jaar bij overtreding van de regels. Onderzoeksjournalisten en maatschappelijk organisaties krijgen op deze manier een belangrijke rol om misstanden aan het licht te brengen waarna de Nederlandse overheid een rechtszaak kan beginnen tegen zo’n bedrijf.

Voorts is er nog het argument dat dit niet mag van Brussel (extra regels stellen voor producten voor de Nederlandse markt). Daar ben ik nog niet van overtuigd. Naar de mogelijkheden daartoe is nog nooit serieus onderzoek gedaan. Te pas en te onpas wordt gewoon geroepen dat het niet kan (omdat we het niet willen, want het bedrijfsleven moet ruim baan krijgen). En als de mogelijkheden al beperkt zijn, dan is er nog de mogelijkheid om daarover de confrontatie met Brussel aan te gaan. De afgelopen jaren heeft de Nederlandse regering regelmatig laten zien zich niet neer te leggen bij Brussel als Europees beleid haar niet zint. En voor zulke belangrijke wetgeving als deze mogen we best een robbertje vechten met Brussel.

cc-foto: Solidarity Center

Geef een reactie

Laatste reactie