1.481
36

voormalig Kamerlid voor GroenLinks

Bruno Braakhuis was van juni 2010 tot en met september 2012 Tweede Kamerlid voor GroenLinks en was woordvoerder financiën en economische zaken. Daarvoor was hij hoofd maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Van Lanschot Bankiers, tussen 2008 en 2010. Hij aanvaardde deze functie vlak voor de kredietcrisis. Voordien werkte hij in marketing & communicatie bij diverse ondernemingen (Hay Group, Compass Group, Nuon, Randstad Holding en Yacht). Braakhuis studeerde industrieel-productontwerpen aan de Haagse Hogeschool en rondde in 2001 een MBA af aan de Kingston University/HBS*AMS

Bruno Braakhuis wordt gedreven door maatschappelijke betrokkenheid, met nadruk op ontwikkeling van ethiek en duurzaamheid. Betrokkenheid in al zijn facetten is niet alleen zijn persoonlijke drijfveer en een karaktereigenschap, maar door zijn carrière heen ook een leidmotief. Zowel als ontwerper, als marketeer, als lid van de Tweede Kamer en nu ook vanuit een consultancy-rol, maakte en maakt hij steeds duidelijk dat in ieders rol en functie het mogelijk is om betrokken te blijven bij mens en samenleving.

De kortzichtige elite

Elitair machtsbehoud is gericht op het tevreden houden van het volk en dus op de korte termijn

Tot aan de Eerste Wereldoorlog werd Europa geregeerd door de elite. Niet dat er sinds de Industriële Revolutie nog sprake was van noblesse oblige; daarvoor waren sommige regimes te autocratisch (Oostenrijk-Hongarije, Rusland, Duitse Rijk) of te zeer gericht op machtsbehoud en zelfverrijking (Verenigd Koninkrijk). De Eerste Wereldoorlog maakte daar in die zin een einde aan, dat de oude autocratieën vervangen werden door republieken of monarchieën met een sterk parlementair stelsel. De macht verschoof van de elite naar het volk.

Vrouwen kregen stemrecht. Dat dit niet perse zou leiden tot de ideale democratie, bewees de Tweede Wereldoorlog. Het fascisme introduceerde in Europa dictaturen in Spanje, Duitsland en Italië, maar zij werden overwonnen door de geallieerde democratische staten. Sinds 1945 is er sprake geweest van redelijk democratische stabiliteit.

Dat kon ook, want dankzij de sterke naoorlogse bevolkingsgroei was er sprake van ongekende economische groei en almaar toenemende welvaart. Hierdoor ontstond er ruimte voor nivelleren: alle bevolkingslagen deelden in de welvaartsgroei. De socialistische partijen streefden naar het verheffen van het volk en vormden een sterk politiek machtsblok, dat in evenwicht bleef met de gemarginaliseerde elite.

Maar tijden veranderen. De economische groei is nagenoeg teneinde, hoewel sommige economen het verband tussen demografische ontwikkelingen en economische groei niet lijken te willen zien. Diezelfde welvaartsleverende babyboomers lijken nu ons economische blok aan het been. De welvaart is tot alle lagen doorgedrongen; ook in de Vogelaarwijken hebben gezinnen vaak meerdere auto’s, wat in de jaren vijftig en zestig nog ondenkbaar was.

Dit heeft ook geleid tot een wijzigend machtsbeeld en electorale verschuivingen. Met het dreigende verlies aan welvaart en groei is de focus verlegd van solidariteit en delen, naar welvaartsbehoud, hetgeen tegelijk een verschuiving inhoud van linkse partijen naar partijen die – soms van oudsher – gericht zijn op welvaartsgroei en welvaartsbehoud. Korter gezegd: naar rechts.

Linkse partijen passen zich aan door naar rechts te schuiven, richting het midden. Progressieve partijen kunnen alleen overleven en zelfs groeien door ook een ruk naar rechts te maken, zoals D66. De oude idealen hebben plaats moeten maken voor pragmatisme en overlevingsdrang. Wim Kok wierp ze voor de PvdA al in 1994 af, D66 volgde niet veel later en heeft geen juwelen meer over, GroenLinks werd progressief liberaal en de SP is de enige stabiele achterblijver op links, maar zonder veel groeimogelijkheden in dit electorale gewricht.

Deze politieke verschuiving heeft gevolgen. Zoals gezegd: idealen hebben plaats moeten maken voor pragmatisme en overlevingsdrang. Maar er zijn nog twee belangrijke gevolgen. Ten eerste is er geleidelijk een nieuwe elite ontstaan, bestaand uit echte en vermeende elitairen. Door soepele fiscale regelgeving en opkomend angelsaksisme is een deel van deze groep in staat geweest om zeer vermogend te worden en ofwel grote invloed uit te oefenen op de politiek ofwel daar zelf deel van uit te maken.

Volgens de econoom Piketty dreigt deze elitaire groep zelfs manifest te worden door overerving van kapitaal. In de Verenigde Staten zien we aan families als de Kennedy’s en Bush hoezeer een dynastie invloed kan uitoefenen op de politieke macht. Deze elite is er alles aan gelegen, om zowel hun vermogen als hun macht verder uit te breiden. De electorale schuif naar rechts biedt hen daartoe alle mogelijkheden. Dit lijkt een ontwikkeling die – vermits gestuit – ons minstens honderd jaar terugwerpt in de tijd. En we zien nu al dat een kleine groep steeds rijker wordt en dat het verschil tussen arm en rijk sterk groeit.

Een tweede gevolg is veel ernstiger. Door de focus op welvaartsbehoud en de invloed van het Angelsaksische economische denken, hebben de idealen – die gericht waren op de lange termijn – plaats moeten maken voor een focus op de korte termijn. Want elitair machtsbehoud is gericht op het tevreden houden van het volk en dus op de korte termijn.

Dat dit streven op de lange termijn niet in het belang is van het volk, is van ondergeschikt belang. De langetermijnbelangen worden gebagatelliseerd of domweg onder het tapijt geschoven. Niet voor niets zijn vrijwel alle klimaatsceptici van rechtse snit. Klimaatproblemen verhouden zich slecht tot hun kortetermijn economische plannen.

De problemen en uitdagingen die ons in het gezicht staren vragen alle om besluiten van vandaag, maar waarvan de effecten op de toekomst gericht zijn. Overbevolking, klimaatverandering, resistente bacteriën, aids en ebola, ontbossing, gebrek aan drinkwater, stervende koraalriffen… dat zijn echte problemen en ze staan niet in verhouding tot het behoud van een tweede auto.

Maar dit zijn ook problemen die pas tot uitdaging kunnen worden gemaakt, als we onze democratie eer bewijzen en ons niet laten dicteren door een nieuwe elite en elitaire partijen; als we weer willen nadenken over idealen die weergeven waar we op weg naartoe willen, of zelfs moeten. Het vraagt om politici die eerlijk durven zijn, in plaats van alleen maar electoraal willen behagen. En het vraagt om het offer van welvaart te durven verlagen als de oplossingen hierom vragen.

De politici en stemmers die durven uit te komen voor hun idealen en durven te zeggen wat er voor onze toekomst nodig is, zijn de echte politieke helden die onszelf en onze democratie kunnen redden. Bent u woensdag in het stemhokje zo’n held?

Geef een reactie

Laatste reacties (36)