705
14

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

De les van misbruik in de katholieke kerk

Alleen onafhankelijk onderzoek kan misstanden bij instituten voorkomen, dat moet geregeld worden

Een van de belangrijkste reacties op het rapport van de Commissie Deetman is de verbazing dat iets wat zoveel slachtoffers heeft gehad zolang niet naar buiten is gekomen. Ook vroeg men zich af hoe het kan dat de media in die tientallen jaren daar amper tot niets over publiceerden. Als men daar niet het juiste antwoord op vindt dan dreigt het gevaar dat dergelijke misstanden toch blijven bestaan en zeker niet alleen binnen de Katholieke kerk. En het antwoord is een onafhankelijke onderzoekscommissie.

Kort voordat het rapport van de commissie Deetman uitkwam, was er nog een ander heel belangrijk rapport in het licht van het voorkomen van misstanden bij instituten. Het was afkomstig van de Nationale Ombudsman. En het betrof zijn rapport over de gebeurtenissen rondom baby Jelmer in Groningen.

Het ziekenhuis was daarbij zwaar in de fout gegaan. De ouders werden vervolgens misleid en van het kastje naar het muurtje gestuurd.  De Inspectie voor de Volksgezondheid speelde vervolgens ook een uiterst dubieuze rol door een kritisch rapport over de gebeurtenissen in Groningen te vervangen door een “niets aan de hand”- rapport. Terecht dat de Nationale Ombudsman over zowel het gedrag van het ziekenhuis in Groningen als van de Inspectie voor de Volksgezondheid in het openbaar in niet mis te verstande woorden schande sprak.

Natuurlijk is het zo dat hoe groot het aantal misstanden ook geweest is bij die Katholieke Kerk in de gerapporteerde jaren, het toch maar een klein percentage van de priesters betrof. Maar een veel groter deel van die kerkambtenaren (en zeker ook een belangrijk deel van de verantwoordelijken) moet kennis gehad hebben van die misstanden. En zij besloten bewust of onbewust dat het belang van het instituut (Kerk) groter was dan het belang van de (bestaande en toekomstige) slachtoffers. Daardoor kregen buitenstaanders geen zicht op wat zich achter de facades afspeelde.

Ervaring
Dit is niet uniek voor de Katholieke Kerk. Bij andere instituties zoals gezondheidszorg en justitie is in feite hetzelfde het geval. In Nederland overlijden jaarlijks meer dan 1500 mensen door fouten in het ziekenhuis en meervouden ervan lopen onherstelbare schade op. Baby Jelmer is daar een voorbeeld van en ook mijn zoon Marc, nu bijna tien jaar geleden. De fouten die toen bij hem gemaakt zijn kunnen het best beschreven worden als “het niet houden aan afgesproken procedures” en “simpele onderlinge communicatieproblemen”.  Nadat het duidelijk was dat mijn zoon door die fouten een dwarslaesie had opgelopen heeft men zich vervolgens niet gehouden aan de in het ziekenhuis zelf vastgestelde procedures om fouten te melden bij de interne klachtencommissie, noch heeft men direct het complete dossier overhandigd. (Toen dat veel later wel gebeurde was er o.a. tegen alle regels in Tipp-Ex gebruikt om delen onleesbaar te maken).

Totdat ik zelf die ervaring opdeed, had ik een hoge dunk van instituten als de gezondheidszorg. Dezelfde hoge dunk die katholieken tot niet lang geleden ongetwijfeld voor de religieuze ambtsdragers hadden. Maar sinds ik die ervaring heb gehad met de fouten bij mijn zoon en me er sindsdien uitgebreid verder in heb verdiept, stel ik vast dat er niet alleen veel fouten worden gemaakt, maar dat er bijna een zelfde soort zwijgcultuur is als bij de Katholieke kerk.
Natuurlijk is men van goede wil en doet men zijn best. Maar men weet van de fouten die gemaakt worden en ook waarom dat zo is, maar doet er weinig aan. En als de gevolgen van de misstanden zichtbaar zijn (zoals bij baby Jelmer) dan doet men er alles aan om dit voor de buitenwereld en de betrokkenen verborgen te houden. Men probeert zo het belang van het instituut hoog te houden, ook als individuen hier schade door lijden.

Als in de luchtvaart men zich net zo slecht aan afgesproken procedures zou houden als in de gezondheidszorg in Nederland dan zouden er dagelijks tientallen vliegtuigen naar beneden storten. En het trieste is dat er helaas, ondanks alle geruststellende woorden, weinig aan verandert.

Bij justitie is hetzelfde laken een pak. Lees nog maar eens de dossiers van de zaken als de Schiedammer Parkmoord, de Puttense moordzaak en de zaak van Lucia de B. Een dusdanige opeenstapeling van fouten en het zich niet houden aan afgesproken procedures dat het volledig ondenkbaar is dat het tot maar een paar zaken beperkt is gebleven. Mijn schatting is dat er in Nederland op dit moment minimaal 50 mensen langdurig vast zitten in de gevangenis die onschuldig zijn. Maar dergelijke fouten worden niet gecorrigeerd omdat het belang van het instituut groter is dan het belang van het individu. Openbaar Ministerie en de Hoge Raad hebben daar een grote weerzin tegen. (Lucia de B. en de twee van Putten zijn alleen maar vrijgesproken door de vasthoudendheid van buitenstaanders. En in Schiedam is het gebeurd doordat de echte dader plotsklaps bekende. En zelfs toen heeft het OM nog weken gepoogd het onder de pet te houden).

Vreemde ogen dwingen
Hoe graag je het ook anders zou willen, instituten zijn er niet goed in om hun eigen fouten onder ogen te zien. Men doet er juist alles aan om die te verdoezelen. Het probleem daarbij is dan juist dat de hoognodige maatregelen die nodig zijn om dergelijke fouten naar de toekomst toe te voorkomen,  niet worden genomen. De bestaande praktijken blijven gehandhaafd.

Op dat punt is de situatie in Nederland ronduit slecht te noemen. Kijk hoe we met klokkenluiders omgaan. Ze worden dusdanig door de instanties aangepakt, dat nieuwe klokkenluiders zich wel tien keer bedenken om naar buiten te gaan.
En interne instanties die onderzoeks- en correctietaken krijgen blijken vaak ook eerder aan het belang van het instituut zelf te denken dan aan het openbaar maken van een groot probleem. Zie het rapport van de nationale ombudsman over de Inspectie van de Gezondheidszorg over baby Jelmer. En als ik hoor dat de nationale recherche onderzoek doet naar misstanden bij politie, openbaar ministerie of rechters dan weet ik al zeker dat de onderste steen niet boven komt. Zo is men nu al 2 jaar (sic) bezig om n.a.v. de aangifte van Chipshol te komen tot besluitvorming inzake de vervolging van rechter Westerberg inzake meineed.

Het is van groot belang dat er onafhankelijke instanties komen die mogelijke misstanden bij (semi-)overheidsinstanties onderzoeken. Waar klokkenluiders en anderen terecht kunnen komen om  hun ervaringen te melden en zaken aanhangig te maken. Een instantie, zoals de Nationale Veiligheidsraad , die dan de mogelijkheid heeft onderzoek te doen en mensen te verhoren. Maar de weerzin hiertegen, ook bij de politiek verantwoordelijken in Nederland, is groot. Met de mond wordt er nog wel wat beleden dat men onderzoek doet, maar in werkelijkheid dekt men zoveel mogelijk van de fouten toe.

In Engeland is er bij voorbeeld sinds 1997 een dergelijke onafhankelijke instantie m.b.t. tot afgesloten  strafzaken (CCRC). Vanuit die onafhankelijke positie worden jaarlijks 25 mensen vrijgelaten uit de gevangenis omdat ze daar ten onrechte zaten. Met als resultaat dat het vertrouwen in de rechtsstaat in Engeland daardoor gestegen is. (Naar Nederlandse verhoudingen zouden dat er ongeveer 5 per jaar zijn, terwijl dat in werkelijkheid minder dan een half per jaar is.

Mijn doel van deze onafhankelijke instanties in de gezondheidszorg, openbaar bestuur en justitie, is niet om primair de verantwoordelijken te straffen.  Maar om ervoor te zorgen dat dergelijke fouten in de toekomst niet meer gemaakt worden. Want als je werkzaam bent in zo een instituut en je weet dat er de mogelijkheid bestaat dat aan het eind van de rit vreemde ogen kijken naar wat je gedaan hebt dan is dat veel dwingender dan als je weet dat bij mogelijke problemen je toch wel de hand boven het hoofd wordt gehouden door collega’s of verantwoordelijken. 

Het is makkelijk (hoewel zeker ook terecht) om nu pijlen te richten op verantwoordelijken binnen de Katholieke Kerk. Maar je laat zien dat je de lessen hiervan pas goed hebt begrepen als je misstanden die bestaan binnen andere instituties ook zoveel mogelijk probeert te voorkomen. En daarvoor zijn onafhankelijke onderzoeksinstanties cruciaal.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)