6.342
40

Onderzoeker bij het Barcelona Instituut voor Internationale Studies (IBEI)

Martijn Vlaskamp is werkzaam als onderzoeker bij het Barcelona Instituut voor Internationale Studies (IBEI) en als externe expert aan het The Hague Centre for Strategic Studies verbonden. In zijn onderzoek kijkt hij naar de relatie tussen natuurlijke hulpbronnen en gewapende conflicten.

De lont in het kruitvat: hoe de coronacrisis tot burgeroorlogen kan leiden

Wanneer inkomsten wegvallen, zijn er moeilijke keuzes te maken over de vraag wiens loyaliteit het meest waard is en voor wie geen geld meer kan worden uitgetrokken

Volgens het Internationaal Monetair Fonds gaat de wereld dit jaar door de coronacrisis de grootste economische recessie sinds de jaren dertig van de vorige eeuw beleven. In veel landen op het zuidelijk halfrond, waarvan de economie voor een belangrijk deel van de export van grondstoffen afhankelijk is, liggen politieke onrust en zelfs gewelddadige conflicten op de loer.

Al enkele weken worden de mondiale grondstoffenmarkten hevig beïnvloed door lockdowns en beperkte consumptie. Beleggers zoeken hun heil in ‘veilige havens’, waardoor de prijs van bijvoorbeeld goud omhoog is geschoten. Dit geldt echter niet voor veel andere grondstoffen, waarvan de prijzen de afgelopen maanden dramatisch gekelderd zijn. De vraag gaat vanzelfsprekend omlaag wanneer er minder geconsumeerd wordt. De daling van de (Amerikaanse) olieprijs tot onder de 0 dollar werd breed uitgemeten in de pers, maar ook mineralen als koper en aluminium hebben tussen de 10 en 20 procent van hun marktprijs verloren sinds begin van het jaar.

In verschillende landen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika vormt de handel in grondstoffen meer dan tweederde van de totale export. Een significant prijsverval van deze grondstoffen leidt daardoor tot aanzienlijk minder overheidsinkomsten. Voor landen die nu al instabiel zijn door politieke, sociale en/of etnische spanningen, kan dit heel goed de spreekwoordelijke lont in het kruitvat zijn.

Door lagere grondstoffenprijzen en andere economische gevolgen van de coronacrisis beschikken deze landen vaak niet meer over de middelen om hun begroting rond te krijgen. Maar liefst negentig landen hebben al voor noodkredieten bij het Internationaal Monetair Fonds aangeklopt. De grootste aanvraag komt van het al door conflicten geteisterde Nigeria, waar men door de lagere prijzen voor olie met zeker veertig procent minder overheidsinkomsten rekening houdt. Teruglopende overheidsinkomsten en externe leningen kunnen in deze landen tot bezuinigingen in sociale uitgaven en subsidies op onmisbare levensbehoeftes leiden. Samen met een toenemende werkloosheid als gevolg van de economische crisis, ligt het in de lijn der verwachting dat dit onrust onder de bevolking en protesten tegen de regering tot gevolg zal hebben.

De Britse onderzoeker Alex de Waal gebruikt de term ‘politieke marktplaatsen’ voor landen zonder sterke instituties waar politieke loyaliteit in ruil voor financiële steun gemeengoed is. In deze landen, bijvoorbeeld in delen van Sub-Sahara Afrika, staan de zittende machthebbers voor moeilijke beslissingen om hun positie niet in gevaar te brengen. Om de loyaliteit van sleutelfiguren in politiek, economie en het leger te behouden, is een continue geldstroom van essentieel belang. Wanneer inkomsten wegvallen, zijn er moeilijke keuzes te maken over de vraag wiens loyaliteit het meest waard is en voor wie geen geld meer kan worden uitgetrokken. In het verleden hebben we gezien dat verkeerde beslissingen kunnen leiden tot couppogingen van ontevreden officiers of gewelddadige opstanden onder aanvoering van regionale machthebbers.

Straatbeeld Algerije 1991 | cc-foto: Wikipedia

Toen in 1986 de olieprijs met bijna tweederde in elkaar klapte, bracht dit bijvoorbeeld in het olie- en gasrijke Algerije een serie van gebeurtenissen in beweging die tot een extreem gewelddadige burgeroorlog leidden. De reeds gespannen politieke situatie in het land kwam destijds door noodzakelijke bezuinigingen helemaal op scherp te staan, met grote ongeregeldheden in de straten van Algiers en andere steden. Bij de eerstvolgende verkiezingen werd de zittende macht weggestemd ten gunste van de islamisten. Een militaire staatsgreep volgde om deze machtsovername te voorkomen. De situatie escaleerde in een gewapend conflict tussen leger en islamitische groeperingen, dat een decennium zou duren en tot 2002 meer dan 150.000 mensenlevens zou kosten.

Zoals het voorbeeld van Algerije laat zien, kan het ineenstorten van grondstofprijzen fatale gevolgen hebben. Of de instabiele landen in het mondiale zuiden als een gevolg van de Covid-19 pandemie vergelijkbare problemen zullen ondergaan, zal aan de capaciteiten van de zittende machthebbers liggen. Zij zullen met minder middelen in staat moeten zijn stabiliteit te behouden. Maar meer nog zal de lengte en de diepte van de komende recessie bepalend zijn of dit zal lukken. Hoe langer de prijzen laag blijven, hoe groter de kans dat het kruitvat op sommige plaatsen tot ontploffing zal komen. Zo kan de coronacrisis wereldwijd nog veel meer slachtoffers eisen dan alleen door de ziekte.

Geef een reactie

Laatste reacties (40)