Laatste update 16:15
1.658
18

Voormalig gedeputeerde gaswinning in de Provincie Groningen namens de SP

De nieuwe kleren van de keizer: doet de coronacrisis ons denken kantelen?

Iedereen heeft nadat deze verschrikkelijke gezondheidscrisis achter de rug is dezelfde ervaring: alleen met zijn allen komen we verder.

cc-foto: Ivo Kruusamägi

Grote crises zijn kantelpunten. Het zijn de momenten waarop grote maatschappelijke en politieke veranderingen plaatsvinden. De geschiedenis zal uitwijzen welke veranderingen door de coronacrisis in gang worden gezet. En of die veranderingen ten goede of ten kwade zijn. Maar we hoeven niet lijdzaam toe te kijken. Er is een alternatief. We kunnen er met ons allen voor zorgen dat de samenleving sterker uit deze crisis komt. Een ding is zeker: wanneer we het recept van na de crisis van 2008 toepassen zakken we heel diep in de ellende. De status quo is dus geen optie.

Tijdens grote crises verandert het denken. Mensen doen indringende nieuwe ervaringen op die de manier waarop ze naar de wereld kijken doen kantelen. Verhoudingen komen op scherp te staan. Wiens belangen worden wel gediend en wiens belangen niet? Dit zijn de momenten waarop dat duidelijk wordt. Uiteraard worden er pogingen gedaan om de tegenstelling te verbloemen. We zien beelden van politici die driftig voor zorgmedewerkers klappen terwijl zij eerder fors in de zorg sneden. Dagelijks horen we spotjes op de radio van schoonmaakbazen waarin zij hun dank betuigen aan de door hen chronisch onderbetaalde schoonmakers. Mooie woorden, prachtige gebaren tot het op de harde euro’s aankomt. Dan worden de belangentegenstellingen onmiddellijk duidelijk. Daags na de hartverwarmende woorden van farmaceuten dat zij samen de crisis zouden bestrijden bleek Roche het recept voor testvloeistof niet te willen delen. Alleen onder grote druk kwam daar verandering in.

Bedrijven en politiek zullen vergezeld van bombastische retoriek een poging doen om deze crisis te laten betalen door jou en mij. Net als in 2008. We zullen weer horen dat de zorg onbetaalbaar is en dat er geen geld is voor onderwijs. Ons zal verteld worden dat we door een moeilijke periode moeten: ‘Na het zuur komt het zoet’. Alles in een poging alles bij het oude te laten. Maar de vraag is of mensen dat dit keer zullen accepteren. Iedereen heeft nadat deze verschrikkelijke gezondheidscrisis achter de rug is dezelfde ervaring: alleen met zijn allen komen we verder. De oplossing kwam niet voort uit onderlinge competitie maar uit samenwerking. Niemand sprak nog over ziekenhuizen als een bedrijf, ze waren er maar voor één ding: in onderlinge samenwerking zoveel mogelijk mensenlevens redden. Het waren de werkers in de zorg die ons er doorheen sleepten. Zij waren belangrijk. Net als vele anderen in cruciale beroepen. Vaak met gevaar voor eigen gezondheid. Opeens werd duidelijk: we zijn op elkaar aangewezen. De onzekere arbeidsmarkt die ons decennialang werd verkocht als een zegen en een motor voor economische groei en voorspoed blijkt een vloek. Mensen verliezen van de ene op de andere dag hun inkomen. Het doet onze economie in elkaar klappen en het stort mensen in diepe ellende.

Jarenlang is het erin gestampt: concurrentie, liefst zoveel mogelijk, het is bittere noodzaak. Thatcher verwoorde het als volgt: ‘Er bestaat niet zoiets als een samenleving’. Op een gegeven moment kende niemand meer anders. Dat we na de Tweede Wereldoorlog een stabiele periode hadden waarin we een samenleving wisten op te bouwen gebaseerd op zekerheid en stabiliteit, het was uit ons collectieve geheugen verdwenen. Er was mee afgerekend. Niet effectief, te duur en ouderwets. Wellicht dat we nu voelen dat het beter was geweest daar wel op voort te bouwen?

Achteraf gepraat heeft natuurlijk geen zin. Maar wat we wel kunnen doen is de draad weer oppakken. We kunnen leren van de ervaringen die wij nu opdoen. Nu zien we om ons heen wat en wie echt van belang is. We herwaarderen het collectief omdat we van elkaar afhankelijk zijn. We realiseren ons dat de economie meer is dan getalletjes op de beurs. Dat die economie voor ons allemaal moet werken en dat zeggenschap over die economie in handen van ons allemaal moet zijn. In plaats van dat die economie wordt beheerst door een enkeling die ons tot wegwerpartikelen maakt. En dat we sterker staan wanneer we samenwerken in plaats als concurrenten tegenover elkaar staan. Misschien gaan we wel inzien dat de goede zorg helemaal niet te duur is. Dat goed onderwijs voor iedereen een zegen is. Dat het onze investeringen waard is. En dat een samenleving waarin sommigen heel veel hebben en anderen niets helemaal niet zo goed werkt. Misschien gaan we wel inzien dat er ons al die jaren iets op de mouw is gespeld. Dat we zo naïef zijn geweest het sprookje te geloven dat concurrentie het beste in mensen naar boven brengt.

Hans Christiaan Andersen heeft ooit een treffend verhaal geschreven: De nieuwe kleren van de keizer. Die keizer had helemaal geen kleren aan maar dat durfde niemand te zeggen. Tot een jongetje uitriep: ‘Hee kijk, de keizer loopt in zijn blootje.’ Is dit misschien het moment dat we met zijn allen dat jongetje zijn?

Geef een reactie

Laatste reacties (18)