319
1

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variƫrend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

De oplossing voor het testosteronprobleem: vrienden worden

Als bevriende sportteams tegen elkaar spelen, stijgt het testosteron niet bij de winnaars ... Als de teams elkaar niet kennen stijgt het testosterons wel bij de winnaars

Mannen hebben het niet gemakkelijk. Hoewel ze zich dominant gedragen door hun hormonen en dat eigenlijk een opdracht lijkt te zijn uit een ver verleden toen ze nog een rol speelden als verdediger van het territorium van de familie of de stam, wordt dat gedrag tegenwoordig wat meewarig bekeken.

Testosteronmannetjes en de onderzoeken naar mannen en hun hormoon roepen altijd iets van lacherigheid op. Als mannen een wapen in hun hand krijgen stijgt hun testosteronniveau. En het beroemde onderzoek naar het testosteronniveau in het bloed van de fans van de voetbalfinale Brazilië tegen Italië was ook zeer vermakelijk. De mannen die de wedstrijd in hun land op tv zagen, hadden duidelijke last van hormonale veranderingen. Na de wedstrijd die Brazilië won steeg het testosteron bij de Brazilianen en bij de verliezende Italianen bleef het minimaal. Haha, die mannen. Maar het testosteron heeft bij mannen toch ook een functie die zorgt voor belangrijke maatschappelijke taken. 

Onderzoekers keken nog eens een keer naar wat er gebeurt als mannen in teams tegen elkaar spelen. Tijdens potjes cricket of domino bij de deelnemers van alle leeftijden werd het testosteron gemeten. Als het afgelopen was steeg het hormoon wel bij het winnende team en niet bij de verliezers. Maar dat gebeurde alleen als het een wedstrijd was tussen teams die elkaar niet kenden. Moesten ze tegen vrienden spelen dan steeg het testosteron van de winnaars niet. Het lijkt dus of testosteron een rol speelt bij de samenwerking en in het systeem zit dus een mechanisme dat zorgt dat samenwerking de belangen van de eigen kleine groep kan overstijgen en dat coalities om doelen te bereiken bevordert. Er moet ook wel iets zijn dat de samenwerking bevordert want de mens is uniek in zijn niveau van samenwerking en zou in de menselijke evolutie niet zo ver gekomen zijn als er niet een mechanisme was dat die samenwerking niet goed stuurde.

Nu is het niet zo simpel als het lijkt. Het is niet alleen maar een kwestie van één hormoon. Zo is er minstens nog één ander hormoon bij betrokken. Oxytocine helpt bijvoorbeeld het gevoel van saamhorigheid in groepen te bevorderen, het wij-gevoel. Trouwens dopamine – het beloningshormoon – dat in de hersenen vrijkomt als we iets doen dat ons voordelen biedt, stijgt vast ook bij geslaagde samenwerking, waardoor we het leuk gaan vinden.

Die hormonen die mannen sturen zijn niet alleen nuttig bij oorlogje spelen of sportwedstrijden, maar op elk niveau van maatschappelijke samenwerking. Het is wel weer jammer dat er vaak geen gevoel van saamhorigheid is. Hoe doe je dat? De beste oplossing voor het groeiend testosteronprobleem lijkt me dat we allemaal maar zo veel mogelijk vrienden maken en zo in een team terechtkomen.

CC foto: SalFalko, Link naar foto 


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reactie