737
9

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

De partij als paria

Cordons sanitaires: veel over gepraat, weinig over bekend

Op 22 maart zou Zweden vervroegde verkiezingen houden. Die zijn geannuleerd nadat zes politieke partijen alsnog een moeizaam akkoord bereikten. De partijen zijn tot elkaar veroordeeld vanwege hun cordon sanitaire rond de Zwedendemocraten. Dit stelselmatig buitensluiten van een partij komt in Westerse democratieën regelmatig voor. Even wat Europese voorbeelden op een rij.

De zes partijen weigeren stelselmatig elke politieke samenwerking met de Zwedendemocraten. Die situatie doet denken aan die van pariapartij Vlaams Belang bij onze zuiderburen. De uitsluiting van haar voorloper, Vlaams Blok, werd in 1989 zelfs formeel vastgelegd in een Cordon Sanitaire Protocol. Dat protocol stond vrijwel direct ter discussie en werd nu eens verworpen, dan weer hernieuwd.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht draaide het bij dit Cordon Sanitaire Protocol niet slechts om het voorkomen dat Vlaams Blok in de regering zou komen. Het was een plicht tot weigering van elke vorm van politieke samenwerking. Dus ook bijvoorbeeld steun aan wetsvoorstellen van Vlaams Blok. Die weigering gold op alle niveaus; niet alleen landelijk. Lokaal is er incidenteel van afgeweken.

Dat boycottende partijen proberen onder aangegane verplichtingen uit te komen ligt voor de hand. Immers, hoe groter de buitengesloten partij, des te ongemakkelijkere coalities nodig zijn om iets voor elkaar te krijgen. Het huidige, geforceerde Zweedse zespartijenakkoord lijkt op de brede coalitie in Antwerpen in 2000 om de destijds grootste partij, Vlaams Blok, buiten de deur te houden.

Er zijn meer voorbeelden van uitsluiting. In Wallonië beloofden gevestigde partijen elkaar in 1993 om af te zien van elke samenwerking met een bepaalde (inmiddels opgeheven) partij. In Frankrijk wordt al jaren geprobeerd om le Front National buiten te sluiten. In Duitsland is zelfs het steunen van moties van Republikaner taboe – inclusief moties over, bijvoorbeeld, plaatsing van verkeerslichten.

In ons land klaagden PVV, LPF, Centrumdemocraten en communisten over uitsluiting. De PVV is, in ieder geval door de VVD, nooit stelselmatig buitengesloten. De LPF ook niet; vier maanden na oprichting voerde die partij al coalitiebesprekingen met CDA en VVD. De Centrumdemocraten daarentegen werden behandeld als paria’s, en in de jaren ’50 werden de communisten verstoten.

Communisten werden ook in andere West-Europese landen geboycot in de Koude Oorlog. Net als in huidige situaties waren daar goede redenen voor te bedenken. Maar net als in huidige situaties was weinig lijn te ontdekken in de reacties van gevestigde partijen. Zo werden de Britse en Duitse communistische partijen buitengesloten, maar hun kameraden in Finland en IJsland niet.

Zelf heb ik onderzoek gedaan naar determinanten van cordons sanitaires en, samen met Wouter van der Brug, naar effecten op buitengesloten partijen en op hun aanhang. Belangrijk werk is verricht door onze taalgenoten Jaap van Donselaar, Benny Geys, Teun Pauwels, Stefan Rummens, Koen Abts, Tjitske Akkerman en Matthijs Rooduijn. Desondanks is er nog steeds weinig kennis op dit gebied.

Dit ondanks duizenden studies over de partijen in kwestie. Doorgaans gaan die studies namelijk voorbij aan reacties van de gevestigde partijen. Sterker, labels die ter legitimering van deze reacties op partijen worden geplakt (“radicale”, “populistische” of “protestpartijen”) worden vaak klakkeloos overgenomen. Daarnaast staat de normatieve inslag van veel studies nuchtere analyse in de weg.

Bepaalde partijen worden dus nu bestreden zonder al te veel kennis van ingezette middelen en hun effecten. Dit lijkt me een onwenselijke situatie. Daarom ben ik verder gegaan met onderzoek. Zowel experimenteel als niet-experimenteel, bij in totaal 44 (linkse en rechtse) partijen in 15 landen tussen 1944 en 2014. Over ongeveer een jaar komt mijn boek uit. Dan hoop ik u meer te kunnen vertellen.

Houdt u intussen de Zweedse situatie in de gaten. Kan wel eens een leerzame ervaring worden.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)