4.000
6

Tekstschrijver en publicist

Mark Wagemakers is tekstschrijver en publicist.

De Prozac Periode: Borderliner met flair

"De leiding doet allemaal wel aardig enzo, maar ze gaan je meteen volstoppen met medicatie. Je krijgt bijna altijd Oxazepam om je rustig te houden"

“Hallo, ik ben Nienke!” Ik liep net de kliniek binnen, m’n weekendtas nog in mijn handen. Nienke had Borderline, zo te zien. Een dikke meid met zwart geverfd haar, puisten en een te grote bril. Ze had een laag uitgesneden jurk aan, waardoor de striemen in haar hals en sneden in haar armen goed te zien waren. Hier en daar zat wat opgedroogd bloed. Ja, het was een vlotte meid die erg van het leven hield.

“Ik wil je niet ongerust maken hoor.” “Doe dat dan ook niet”, bitste ik van me af. “De leiding doet allemaal wel aardig enzo, maar ze gaan je meteen volstoppen met medicatie. Je krijgt bijna altijd Oxazepam om je rustig te houden. Ze doen dat om je te observeren, maar voornamelijk omdat je, als je heimwee krijgt en weg wilt, niet de boel op stelten zet. Het belangrijkste is de rust in de groep, voor de jongeren die niet meer naar buiten mogen.”

De schrik sloeg me om het hart. Volstoppen met medicatie? Weglopen? Niet naar buiten mogen? Ik vroeg verder door. “Hoe hebben ze dat dan bij jou gedaan?” “Ik ben niet zoals jij, gewoon binnengekomen. Ik ben met de ambulance gebracht. Ik was bij mijn ouders en ze hadden me gevonden nadat ik een overdosis Seroquel had ingenomen. Ze hadden eerst mijn maag leeggepompt en toen ben ik met de ambulance naar hier gebracht, midden in de nacht. De crisisdienst moest zelfs de burgemeester bellen, ik ben heel belangrijk.”

Ze is niet heel belangrijk, ze is knettergek. En gaat meteen verder. “Op het moment dat ik hier aankwam, waren er vier begeleiders die me naar de isoleercel brachten. De ambulancebroeders hadden me eerst onder de douche gezet, want dankzij een zwart spulletje wat ze in mijn maagspoeling hadden gedaan, kon ik niets meer binnenhouden. Of het was van de medicatie, een van de twee. Maar goed.”

Ze raaskalde verder. “Toen ik helemaal uitgekleed was kreeg ik een jurk waaraan je je niet kon ophangen. Een scheurhemd noemen ze dat, die krijg je waarschijnlijk ook nog wel een keer om. Na vier dagen mocht ik er uit en toen kwam ik hier terecht.” Wat verschrikkelijk. Zat ik hier de komende negen weken mee opgescheept? Ik heb nu alleen het verhaal van Nienke gehoord, maar als dit het begin is, ben ik hier als de wiedeweerga weer weg. Om nooit meer terug te komen.

“Michael, stel jezelf eens netjes voor”, vroeg Nouk, mijn begeleidster. Meer dan een binnensmonds “Hoi” kwam er niet vanaf. Een knappe jongen, dat was het zeker. Golvend, bruin haar, bruine ogen. “Nou, welkom op de groep!” Nouk was vrolijk. “Je krijgt nu heel veel prikkels binnen, maar je bent zo gewend.” Ik hoopte er het beste van.

Michael had ondertussen de tafel gedekt.. We gingen lunchen. “Kijk Mark”, ze wees een plaats aan bij de computer, “dit is je plek. Iedereen heeft zijn vaste plaats aan tafel. Jij zit naast Michael.” “Jammer dat we niet naast elkaar zitten”, zei Nienke terneergeslagen. Dat was voor mij het eerste pluspunt in mijn nieuwe woonomgeving; ik hoefde niet naast Nienke te zitten. “Dan hadden we lekker kunnen kletsen, ik eet namelijk al twee weken niet. Zolang ze me vol blijven proppen met pillen, neem ik geen hap meer.” 

Een klap. Ik keek om. Robin viel ineens om. Daar bleef hij roerloos liggen en niemand keek op of om. “Jongens, we gaan aan tafel!”

Volg Mark Wagemakers ook op Twitter en via zijn website Eigenzinnig.org

Geef een reactie

Laatste reacties (6)