454
2

Tekstschrijver en publicist

Mark Wagemakers is tekstschrijver en publicist.

De Prozac periode: Dood

"Jongens, we missen iemand." "Ligt Rob weer in z'n bed te stinken?"

Mark Wagemakers schrijft voor Joop iedere week een ontluikend, tragikomisch feuilleton over het ongebreidelde leven achter de muren van een psychiatrische kliniek.

Eerlijk is eerlijk; ik begon het hier naar mijn zin te hebben. De hiërarchie was duidelijk (die ontbrak), het medicatieplan was duidelijk (je nam ze niet in als je daar geen zin in had) en we fêteerden ons aan magnetronmaaltijden. Op maandag hadden we standaard krieltjes met iets wat door moest gaan voor vis. “Ik vind het zelf eigenlijk ook niet te nassen, maar het moet, jongens”, beaamde Fred, onze groepsleider. Maar op dinsdag was het leuk; op dinsdag mochten we namelijk om beurten zélf koken. Met een budget van € 2,25 per persoon mochten we boodschappen doen bij de buurtsuper, een dorp verderop. 

Nu was Rob aan de beurt. Rob was een stevig gebouwde jongen, die later zijn eigen grand café wilde runnen. “Het Kraaiennest”, zei hij met een twinkeling in z’n ogen. “En dan mag iedereen zoveel eten als hij wilt, maar ik wil alleen écht vette dingen op tafel. Uitgebakken spek, rollades, aardappelpuree met kilo’s boter. Maar vooral heel veel spareribs!” Rob was depressief. Wekenlang hadden we hem niet gezien, want hij kwam zijn bed niet uit. En als hij zijn bed uit kwam was het om even wat te eten, een zware Brandaris te roken of zijn beddengoed in de wasmand te stoppen. Maar Rob had nu een goede dag. “Ja, Mark, het Kraaiennest. Kom jij ook bij mij werken? Je mag wel afwassen!” Hij glunderde. Hij straalde. Hij had zijn felle, hartelijke lach weer te pakken. Een lach die door de afdeling heen denderde. “Fred, jongen, hoe is het met jóu dan?” Fred lachte terug. “Kom Rob, we gaan boodschappen doen. Wat ga je maken?” “Aardappelpuree met een kilo roomboter!” “Dat lijkt me geen goed plan. 750 gram dan.” Een knipoog. Rob was ineens zo blij als een kind. Of het aan de medicatie lag, of het goede weer, Rob was opgeknapt. En hoe! 

“Mark, ik heb het voor elkaar! Roomboter!” We schaterden. Waarom? Het was niet eens grappig. Het was het moment. Een moment van onbezonnenheid. Een gulle lach. Een warme vriendschap. Een moment van herstel. Het ging écht de goede kant op. 

Vier maanden later. Fred zat weer aan tafel, we kregen weer de pseudo-pangasius. “Jongens, we missen iemand.” “Ligt Rob weer in z’n bed te stinken?” Niemand had hem sinds het weekendverlof nog gezien. Fred had een holle blik. Staarde beteuterd naar zijn bord, friemelde wat aan een doperwtje. 

Fred rechtte zijn rug. Hij keek ons allemaal stuk voor stuk aan. Hij nam een slok van zijn water, kuchte en zei woorden die mijn maag deed omdraaien: “Rob heeft besloten om een einde aan zijn leven te maken. Hij is dood.

Ter nagedachtenis 

Geef een reactie

Laatste reacties (2)