530
1

Tekstschrijver en publicist

Mark Wagemakers is tekstschrijver en publicist.

De Prozac Periode – Homofiele suïcidaal

"Je houdt zo van musicals. En het gros van het publiek dat naar musicals gaat, is homoseksueel."

Mei 2003. Ik keek de kamer in, op de bovenste verdieping van het schoolgebouw. Het was op een onaangename, haast dwingende manier, comfortabel gemaakt. Een bosje bloemen op tafel, kleurrijke foto’s op de muur. Posters van GGZ-cursussen (Grip op je dip) en in de hoek van de werkkamer was een knus hoekje ingericht als gespreksruimte. Een equivalent van een Dela-familiekamer, maar dan zonder de uitvaart.

Ik nam een slok van mijn thee. ‘Bah, koud’, dacht ik en zette het plastic bekertje naast me neer. Ook daar lag weer een flyer van de geestelijke gezondheidszorg. Een cursus in de trant van ‘Als je echt niet uit het zwarte gat komt, kun je in jouw geval nog een kogel door je hoofd jagen’. Maar dan met kekke kleurtjes en een emotioneel gehandicapte op de foto, die iets psycho-creatiefs in elkaar aan het knutselen is.

“Niets voor jou?”, grinnikte Walters, de counselor. Toen ernstig. “In deze staat kun je niet op school verkeren, Mark. Jijzelf, uiteraard, maar ook je klasgenoten hebben hier onder te lijden.” Het voelde als een klap in m’n gezicht. Een genadeloze klap, tintelingen in mijn rechterwang. Een koudegolf over het rechtergedeelte van m’n gelaat en daarna een lange, snijdende, snerpende pijnscheut tot vlak onder de kin tot gevolg. 

Ik rilde.

Weggestuurd omdat mijn klasgenoten onder mijn dip – of wat voor naam het ook mag hebben – te lijden hebben. Alsof het me daar allemaal om te doen is. Mijn klasgenoten een nare middag bezorgen. Nee, Walters is niet goed bij zijn hoofd, dacht ik, en zonder aandacht te schenken aan mijn counselor trok ik mijn jas aan. Snel en adequaat trok ik de rits dicht; dit moest maar eens afgelopen zijn – de hartelijke tering. “Wacht!”, riep Walters me na, toen ik inmiddels mijn hand op de deurklink had gelegd. “Ga nog heel even zitten.”

“Eigenlijk moet ik me hier helemaal niet mee bemoeien. Eigenlijk is dit mijn zaak niet.” Ik werd argwanend. Als een counselor zich ergens ‘niet mee hoort te bemoeien’, wordt het een staaltje quasi-filosofische larie van de bovenste plank. Kloeke, semi-psychologische kolder. “Mark.” Hij kuchte en ging herzitten. “Ben jij homoseksueel?” “Homoseksueel?!” Ik rechtte mijn rug, mijn ogen veranderden van kleine, ingetogen speldenknopjes naar een doordrongen, intense blik en liet mijn (toen al) flauwe handje op mijn schoot vallen. “Hoe komt u daarbij?” “Ik wist wel dat je zo fel zou reageren. Moet dit een teken aan de wand zijn?” Wat bedoelde hij daarmee? Maar voordat ik het wilde vragen, had Walters het antwoord al paraat. “Je houdt zo van musicals. En het gros van het publiek dat naar musicals gaat, is homoseksueel.” Ik spurtte naar de deur. “Kwakzalver” en smeet de deur met een ruk achter me dicht.

De passage uit mijn brein werd verdreven door zwarte, donkere gedachten. Steeds vaker namen moodswings de overhand, zodat ik niet meer goed kon functioneren. En zo liep ik door de uitgestorven hal van het lyceum. Duizenden leerlingen, zwoegend achter pen en papier, lectuur te lurken.

Wiskundeknobbels werden gestreeld, taalpuristen werden ontkiemd. Ik liep echter met zijn ziel onder de arm op de bovenste verdieping van de school. ‘Als ik jou was, zou ik springen’, schoot er door mijn hoofd. Een gitzwarte gedachte van een stem als een naar buskruit riekende kanonskogel, met een nasmaak van vers afgeschoten bloed. Bezeten, besmet bloed van een oplaaiende depressie.

“Mark”, hoorde ik achter me. “Pak je jas, we gaan naar de kliniek.”

Lees meer van Mark Wagemakers op zijn website Eigenzinnig.org en volg hem op Twitter.

Geef een reactie

Laatste reactie