Laatste update 10:15
1.194
19

Filosoof bij het Wetenschappelijk Bureau van de SP

Eduard van Scheltinga is filosoof en onderzoeker bij het Wetenschappelijk Bureau van de SP.

De publieke sector is de drager van de beschaving

De verzorgingsstaat is de historische uitkomst van hoe het kapitalisme zich in de twintigste eeuw ontwikkelde

De overheid heeft zich terug­getrokken om plaats te maken voor de markt, de verzorgingsstaat is vervangen door een waarborgstaat en kapitaal is versterkt ten koste van arbeid. Het is geen onschuldige verschuiving, maar een ideologisch gemotiveerde aanval op de beschaving.

De neoliberale revolutie in Nederland begon onder Lubbers en kwam pas echt tot wasdom onder de ‘paarse’ kabinetten van PvdA, VVD en D66. Over deze omwenteling zei premier Wim Kok in de regeringsverklaring van 1994: ‘De leidende gedachte in dit program is het herijken van de verhouding tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid.’ En even verderop: ‘Zo kan een nieuw evenwicht groeien tussen de behoefte aan bescherming en de noodzaak van dynamiek.’ Tekenend daarvoor was de operatie ‘Markt­werking, deregulering en wetgevingskwaliteit’, vanaf 1994, om de publieke sector te vermarkten en regels af te zwakken. Onder de kabinetten-­Balkenende werd het neoliberale project voort­gezet en onder Rutte is het tempo van markthervormingen en bezuinigingen op de publieke sector nog eens flink opgevoerd. Dit heeft een grote impact gehad op onze beschaving.

Definitie
Een sluitende definitie van beschaving is lastig te geven. Maar over een aantal zaken zijn we het wel eens. Zo zien we het als een kwestie van beschaving dat kinderarbeid is afgeschaft. Noemen we het barbaars als een vrouw gestenigd wordt of een homo van een gebouw wordt gegooid. Vragen we ons af hoe het in een beschaafd land kan gebeuren dat een verstandelijk gehandicapte in een zorginstelling naakt aan de muur wordt vastgebonden met een touw. En noemen we het onbeschaafd als een oudere in een verzorgingshuis de urine langs haar been voelt lopen omdat haar con­tinentiemateriaal niet op tijd is verschoond.

In onze moderne samenleving is de publieke sector opgebouwd als een belangrijke drager van de beschaving. Vanwege de overdracht van collectieve kennis via het onderwijs. Vanwege het garanderen van een minimale levensstandaard door middel van de sociale zekerheid. En door onze gezondheid te waarborgen in een solidair georganiseerde gezondheidszorg. Het is de publieke sector die in onze beschaving waarden als rechtvaardigheid, solidariteit en waardigheid hooghoudt en in onze samenleving organiseert of garandeert. Een groot deel van de publieke sector werkt volgens het solidariteitsbeginsel: alle Nederlanders dragen naar vermogen bij en kunnen er ongeacht hun bijdrage aanspraak op maken.

Verzorgingsstaat en kapitalisme
De verzorgingsstaat en publieke sector waren niet gepland, ze volgden niet uit een blauwdruk van een of andere partij. Het is de historische uitkomst van hoe het kapitalisme zich in de twintigste eeuw ontwikkelde. In het kapitalisme heb je grofweg twee categorieën: kapitaal, oftewel zij die van winst afhankelijk zijn, en arbeid, zij die van loon afhankelijk zijn. Het woord kapitalisme zegt al welke van deze twee de bovenliggende partij is: kapitaal. Ongetwijfeld zullen er kapitaalbezitters zijn met sociale bedoelingen, maar de structurele kracht in een kapitalistische economie is winstmaximalisatie. In het rauwe kapitalisme heeft dat mechanisme ruim baan en worden enkelen rijk over de ruggen van velen.

Socialisten klaagden vanaf het begin de ellendige omstandigheden van arbeiders onder deze verhoudingen aan. Door partijen te vormen en zich in vakbonden te organiseren dwongen arbeiders sociale rechten af. Maar ze eisten meer: vrijheid. Daarmee boezemden ze grootbezitters angst in voor onteigening. Dat was de voedingsbodem voor het compromis dat de geschiedenis vervolgens voortbracht: de verzorgingsstaat en een sterke publieke sector. Zonder verzorgingsstaat zou in de rijke geïndustrialiseerde landen ongeveer dertig procent van de mensen in armoede leven. Daarmee legitimeert deze de huidige econo­mische orde. Het was de manier voor arbeiders om de scherpe randen van het rauwe kapitalisme af te halen en voor machthebbers om de sociale vrede te bewaren. Als de term sociaal contract ergens betekenis heeft, dan is het hier.

Naast een sociaal compromis bleek de verzorgingsstaat ook een belangrijke voorwaarde voor een verdere ontwikkeling van de economie. Zo vereisten bijvoorbeeld veel beroepen steeds meer onderwijs. Beperkte het sociale zekerheidsstelsel de gevolgen van crises. En met de stijgende welvaart en mede door technologische mogelijkheden werd gezondheidszorg steeds belangrijker. De publieke sector ontwikkelde zich tot een belangrijke pijler van de beschaving.

Neoliberale revolutie
De stelselmatige aanval op de publieke sector en de verzorgingsstaat komt uit de koker van neoliberalen. Het was Joop den Uyl die al in 1951 voor het neoliberale gevaar waarschuwde. Dat deed hij in De Weg naar Vrijheid, een publicatie van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Het duurt echter nog tot in de jaren negentig voordat de term neoliberalisme doordringt in het Nederlandse publieke debat. Het is toenmalig SP-leider Jan Marijnissen die het neoliberalisme in de politiek van Wim Koks’ paarse kabinetten als zodanig analyseert en bekritiseert.

Het project van vermarkten, dereguleren, privatiseren en liberaliseren van Lubbers tot Rutte, heeft grote consequenties gehad. De tweedeling tussen rijk en arm is toegenomen, de toegankelijkheid van zorg en onderwijs is afgenomen en bepaalde vormen van criminaliteit hebben bijna vrij spel. Het zijn allemaal zaken die ingrijpen op het beschavingspeil van ons land. De publieke zaak is verweesd.

Te krappe budgetten leiden in het onderwijs tot een lerarentekort, in de zorg tot werken met de stopwatch in de hand en bij de politie tot onop­geloste zaken. Waar de overheid faalt doordat de publieke sector wordt afgeknepen, ontstaan particuliere initiatieven. De private bijlesinstellingen groeien als kool, er komen privéklinieken, en boa’s en particuliere beveiligers nemen taken van de politie over. Het solidariteitsbeginsel van de publieke sector wordt zo vervangen door het profijtbeginsel van de markt: de voorzieningen zijn er nog wel, maar alleen voor degenen die het kunnen betalen. Daarmee groeit de ongelijkheid in onze samenleving. En dat in een van de rijkste landen ter wereld.

Bij de overheid was alles beter?
Was het in overheidshanden allemaal perfect? Nee. Zo zagen we in de zorg lange wachtlijsten. Maar de markt blijkt daar geen oplossing voor: de wachtlijsten zijn terug. Er zijn veel voorbeelden van de kluchten die de markt in de publieke sector voortbrengt. De markt blijkt in publieke taken disfunctioneel te zijn. De private zorgverzekeringen hebben de zorg duurder en ingewikkelder gemaakt. Het openbaar vervoer is duurder geworden, maar er worden minder kilometers gereden. De energie is duurder geworden. Bij de post is het aantal brieven­bussen afgenomen en is de bezorging minder betrouwbaar geworden, zoals eind vorig jaar bleek. Rouwkaarten werden toen veel te laat bezorgd. Sinds de verzelfstandiging van woningcorporaties hebben we geld van huurders vergokt zien worden en een directeur in een Maserati zien rondrijden. Alleen de privatisering van de telecomsector wordt nog wel eens een succes genoemd, hoewel je je kunt afvragen of een oligopolie van drie aanbieders die drie overlappende telefoonnetwerken in de lucht houden wel zo’n succes is.

Het antwoord op een slecht functionerende overheid blijkt niet ‘meer markt’ te zijn, maar een goed functionerende overheid. De uitverkoop van de publieke sector is geprobeerd en heeft gefaald. Het werd de uitverkoop van de beschaving. Het project van privatiseren, liberaliseren en verzelfstandigen, van het afknijpen van de budgetten en van het vervangen van democratische controle door marktmechanismen, leidde tot het verwezen van de publieke zaak. De gevolgen zijn ernstig, voor de mensen die in de publieke sector werken en voor de mensen die er gebruik van maken. Zorg, onderwijs, kinderopvang, pakket- en brievenpost, openbaar vervoer, energie, watervoorzieningen infrastructuur zijn publieke taken. Het is een kwestie van beschaving dat de democratisch bestuurde overheid daar de hoofdverantwoordelijke voor is.

Illustratie: Len Munnik

Geef een reactie

Laatste reacties (19)