Laatste update 02 februari 2018, 18:20
3.501
58

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

De PvdA-spagaat bestaat

De mythe van de PvdA-spagaat is hardnekkig, schrijft Jelmer Renema in een stuk op Joop. Misschien is dat wel omdat er een zekere kern van waarheid in zit. 

Jelmer Renema ageert tegen degenen die beweren dat de PvdA links is voor de bühne, en rechts in de praktijk. In werkelijkheid heeft de PvdA een consistente ideologie, zo stelt Renema. De partij heeft een scherp oog voor sociale problematiek, maar men is ervan overtuigd dat overheidsingrijpen in veel gevallen de problemen enkel verergert. Net als Willem Vermeend gelooft de PvdA dat het marktmechanisme in veel gevallen te prefereren is boven sturing van de overheid.

Ik denk dat Renema gelijk heeft dat dit de ideologie is van de PvdA, zelfs al behoort Vermeend tot de rechtse buitenboord. Dit type denken is kenmerkend voor het sociaalliberalisme van de Derde Weg, in Nederland voornamelijk bekend geworden onder de noemer paars. In een Den Uyl lezing uit 2010 vatte Wouter Bos dit gedachtegoed samen als “relativering van de staat”, “herwaardering van de markt” en meer “verantwoordelijkheid” voor mensen zelf. Partijprominenten als Samsom, Dijsselbloem en Asscher zijn van dezelfde lijn. De PvdA is nog altijd een sociaalliberale partij.

De PvdA-spagaat
Tegelijkertijd echter, doet de partij het voorkomen alsof men nog steeds ouderwets sociaaldemocratisch is. Wie PvdA’ers op televisie De Internationale ziet zingen, wie Spekman tekeer hoort gaan tegen het grootkapitaal, begint te vermoeden dat hier iets heel vreemds aan de hand is. Dit is de PvdA-spagaat: de partij vaart een sociaalliberale koers maar combineert dat met sociaaldemocratische getuigenispolitiek.

Hoe is dat zo ontstaan? In 1994 trad Tony Blair aan als leider van de Britse Labour partij. Hij zou samen met de socioloog Anthony Giddens de grootste vertolker en popularisator worden van de Derde Weg, het politieke verhaal dat de plaats zou gaan innemen van het oude sociaaldemocratische gedachtegoed in bijna geheel Europa. Het specifieke aan de Nederlandse context echter, is dat de PvdA uit angst de linkse kiezer te verliezen, nimmer openlijk durfde uit te komen voor de Derde Weg. De partij heeft het idee van een breuk met haar sociaaldemocratische verleden consistent proberen te vermijden.

Onduidelijke koers
Een gevolg van deze schipperende houding tussen profiel en praktijk, verpakking en inhoud, is dat de koers van de partij voor buitenstaanders nogal onduidelijk is. Een gegeven dat al decennia de grondstof levert voor debatten over de identiteitscrisis van de PvdA. Dat is ook het wat stereotiepe beeld in de journalistieke analyses van de afgelopen jaren: de PvdA zou simpelweg niet weten waar de partij voor staat.

Om een impressie te geven van het wat tragikomische, zich repeterende karakter van deze discussie: in 1993 stelt Ruud Koole dat “de belangrijkste reden voor de crisis van de PvdA” erin gelegen is dat zij “niet in staat [is] een helder sociaal-democratisch antwoord op de sociaal-economische problemen van deze tijd te formuleren”. Met de regeringsdeelname in 1989 had de partij haar oude “heilige huisjes” losgelaten, maar had men moeite om daar iets voor in de plaats te stellen. In 1998, na deelname aan Paars I, vraagt toenmalig PvdA-senator Thijs Wöltgens of de PvdA doorgaat met Paars of dat zij gebruik maakt van “een geschikte kans om haar eigen identiteit zichtbaar te maken”.

Gebrek aan overtuigingskracht
In 2002, na de dramatische verkiezingsoverwinning van de LPF, wordt de crisis binnen de PvdA (een verlies van 22 zetels) door partijintellectuelen geweten aan het feit dat de ‘sociaal-liberale middenkoers’ nauwelijks geïnternaliseerd is door de partij wat leidde tot een noodlottig ‘gebrek aan overtuigingskracht en sense of direction dat de PvdA uitstraalde’.

In juni 2007, na een verlies van 8 zetels, verschijnt er een artikel in NRC met als ondertitel “De PvdA verkeert in crisis”, waarin verschillende prominente PvdA’ers zich afvragen wat de PvdA eigenlijk voor partij is en welke achterban zij nog bedient. Een partijrapport uit die tijd van de commissie-Vreeman beschrijft hoe de sociaalliberale “politieke visie waarmee Wouter Bos aan het partijleiderschap was begonnen”, niet bezonken was “in de hearts and minds van de partijleden” en “teveel alleen de zijne bleef”.

In 2012 wil Cohen een linksere koers varen, waardoor hij in botsing komt met de sociaalliberale partijtop, aangevoerd door Timmermans. In februari 2012 kopt Trouw

De PvdA zit in ongekende crisis”. Het artikel concludeert: “Er is niemand met een overtuigend idee van wat de positie van de PvdA zou moeten zijn.” Eind 2014, wanneer een hernieuwde crisis optreedt omdat de partij een historisch dieptepunt in de peilingen bereikt, is het verhaal als vanouds “dat de PvdA geen idéé heeft waar het voor staat”.

Nu is het gegeven dat de PvdA regelmatige politieke crises doormaakt niet uniek voor deze partij. Het uitzonderlijke is dat elke keer opnieuw, onduidelijkheid lijkt te bestaan over wat het verhaal van de partij eigenlijk is en wat dat zou moeten zijn. Een partij waarbinnen geen duidelijk idee of geen consensus bestaat over de te volgen koers zou een zeer chaotisch en stuurloos gegeven moeten zijn, incapabel tot regeren.

Zeker niet stuurloos
Er is veel over de partij te zeggen, maar stuurloos is de PvdA zeker niet. Intrigerend is dat de observatie van onduidelijkheid in bovengenoemde analyses, paradoxaal genoeg veelal samengaat met de vaststelling dat het sociaalliberalisme van de Derde Weg dominant is binnen de partij. Dat stellen partijideologen als René Cuperus en Frans Becker na de ondergang van Paars in 2002. Diederik Samsom stelt op zijn beurt in 2007 dat de Derde Weg “nog altijd domineert in de PvdA”. En de opstandige senator Adri Duijvestein stelt in 2014 op schijnbaar eufemistische wijze dat “de sociaal-liberale vleugel nogal sterk vertegenwoordigd is in de partijtop”.

Het stereotype beeld dat door de jaren heen in de media is ontstaan, als zou de PvdA geen verhaal hebben, geen idee waar het voor staat, moet daarom met de nodige scepsis worden benaderd. Een genuanceerdere visie is hier noodzakelijk: de PvdA, in ieder geval de partijtop, weet heel goed waar de partij voor staat. Wie de teksten van derde-weggers als Cuperus, Bos, Vermeend, Van der Ploeg, Timmermans, Bussemaker, Dijsselbloem en Asscher leest, wie de presentaties terugziet van Bos, Timmermans en Asscher bij de internationale Derde Weg denktank Policy Network, vindt daar een duidelijke en coherent politieke lijn. Binnen de partijtop van de PvdA is het sociaalliberalisme van de Derde Weg nog altijd de dominante koers. Het sociaalliberale verhaal ligt echter niet goed bij de achterban, en de partijtop heeft nimmer helemaal openlijk durven uitkomen voor de Derde Weg. Partijideologen Cuperus en Becker zouden in 2002 op verhelderende wijze schrijven:

Paars werd, in termen van een sociaal-liberale middenkoers voor de PvdA, geïnternaliseerd door hooguit vier bewindslieden en drie Kamerleden. De rest van partijkader en achterban zat met de rode billen samengeknepen zich ongemakkelijk tot paars en ‘klassevijand’ VVD te verhouden. Paars is nooit geïnternaliseerd door de PvdA-achterban; integendeel, bij velen bestond het gevoel dat de liberalen in paars aan het langste eind trokken. De partijleiding heeft de weerstand niet gevoeld, opgezocht en overwonnen. Er was slechts die ene Den Uyl-lezing, het afschudden van de ideologische veren, maar die bleef zonder enig vervolg, als een openingszet in een nooit afgemaakte schaakpartij.”

Ongezonde patiënt
De beschreven combinatie van sociaaldemocratische getuigenispolitiek en sociaalliberaal beleid zou ook de terugkerende klacht kunnen verklaren, dat discussies over de partij enerzijds zo’n kritische – ja zelfs masochistische – lading hebben en anderzijds zo weinig beklijven. Zo stelde het rapport Vreeman – dat de verkiezingsnederlaag uit 2007 analyseerde, dat de conclusies van het rapport dat de verkiezingsnederlaag uit 2002 analyseerde – De kaasstolp aan diggelen – nimmer op bevredigende wijze tot onderwerp van discussie waren gemaakt. Van het rapport Vreeman kan men vergelijkbare dingen zeggen. De vooraanstaande Canadese politicoloog Steven Wolinetz vergeleek de PvdA eens met een ongezonde patiënt die door een dokter een verandering van levensstijl wordt aangeraden, maar toch telkens stug doorgaat op oude voet.

Dit is een ingekorte versie van een tekst die eerder op het politicologenblog Stuk Rood Vlees verscheen.


Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • Ter verdediging van Utopia

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (58)