2.418
36

Hoogleraar duurzame transities

Jan Rotmans is hoogleraar transitie economie aan het Dutch Research Institute for Transitions (Drift) aan de Erasmus Universiteit en oprichter van Urgenda. Hij publiceert over klimaatverandering en transitie naar duurzaamheid.

De schaliegashype ontzenuwd

Het economisch schaliegassprookje is niet lang houdbaar

Opvallend is dat de Nederlandse media de laatste tijd het fenomeen schaliegas openlijk aan het promoten zijn. Een heuse hype wordt zelfs gecreëerd, in niet mis te verstane termen: schaliegas is een ‘game changer’, veroorzaakt een ‘wereldwijde revolutie’, etcetera.

Vooral wordt benadrukt dat Europa niet achter kan en mag blijven en de poort wagenwijd open moet zetten voor schaliegaswinning. Wie echter nuchter naar de feiten kijkt en de voor- en nadelen van schaliegaswinning beschouwt, krijgt een heel ander beeld.

In de Verenigde Staten heeft schaliegaswinning een grote vlucht genomen. Op duizenden plekken zijn boortorens verschenen om schaliegas (en olie) te winnen via de zogenaamde ‘fracking’ methode, waarbij onder hoge druk grote hoeveelheden water, zand en chemicaliën in het gesteente worden gespoten dat dan breekt waardoor gas vrijkomt. Hierbij gaat het om enorme hoeveelheden water, 4 miljoen m3 water en 20.000 liter giftige chemicaliën en zand per boring om het gesteente open te breken.

Dit ondergronds kraken van steenlagen gaat gepaard met grootschalige gebiedsvervuiling, zowel ondergronds als bovengronds. De fracking vloeistof is (soms extreem) giftig en het sterk vervuilde water wordt opgeslagen in ondergrondse reservoirs. Dit kan leiden tot grondwatervervuiling. Bovendien kan de winning aardbevingen veroorzaken en tot bodemverzakking leiden.

De winning van schaliegas kost dus veel energie en water, maar is ook ingrijpend voor het landschap. Grote  installaties, aanleg van infrastructuur, transportfaciliteiten en het af en aan rijden van trucks hebben ingrijpende gevolgen voor natuur en landschap.

Economisch bezien is de grootschalige winning van schaliegas in de Verenigde Staten een groot succes, het aanbod is groter dan de vraag waardoor de gasprijs enorm gekelderd is; de gasprijs is er drie keer zo laag als in Europa en vijf keer zo laag als in Azië. Daarnaast levert het een paar miljoen banen op en een forse stijging van het bruto binnenlands product. Het past in het streven van Amerika om energie-autonoom te worden en niet langer afhankelijk van het Midden-Oosten. Amerika kan op termijn gasexporteur worden, over 20 jaar kan de helft van de gasproductie uit schaliegas bestaan. 

Dit economisch schaliegassprookje is niet lang houdbaar volgens veel experts. De gasprijs (3 dollar per btu) is zo laag dat energiebedrijven als Shell en ExxonMobil nu al verlies maken op schaliegaswinning. De winning is echter zo kostbaar dat de gasprijs onvermijdelijk gaat toenemen met een factor 2 tot 3.

De heel steile productiecurve van schaliegas zorgt ervoor dat bronnen snel uitgeput zijn waarna opnieuw moet worden geboord, wat duur en energie-intensief is. Ook de export van het gas, in vloeibare vorm (LNG), een controversieel thema in Amerika, zal de prijs verder opdrijven. En maatschappelijk gezien wordt steeds duidelijker welk een verwoestende ecologische schade de grootschalige schaliegaswinning heeft veroorzaakt. Dit werd pijnlijk duidelijk gemaakt in de documentaire ‘Gasland’. 

Wat betekent dit nu voor Europa? Veel mensen veronderstellen dat Europa dit Amerikaanse ‘succes’ kan kopiëren. Niets is echter minder waar. In Europa is alles anders, zowel ondergronds als bovengronds. Het schaliegas zit veel dieper dan in Amerika, waardoor het technisch lastiger te winnen is. Dat maakt ook de inschattingen over de technisch winbare voorraden uiterst onzeker en de proefboringen duur (ca. 20 miljoen per boring). De twee grootste schaliegasgebieden liggen in Polen en Frankrijk (en buiten de EU in de Oekraïne), met naar schatting zo’n 3.500 miljard m3 elk, samen nog geen 30% van de geschatte winbare voorraden in Amerika (25.000 miljard m3). 

Maar vooral bovengronds is in Europa alles wezenlijk anders dan in Amerika. In Europa is de staat eigenaar van de ondergrond en niet de landeigenaar. Elke boer in Amerika op wiens land schaliegas wordt gevonden profiteert hiervan, in Europa heeft hij er vooral last van. Ook de milieuwetgeving is in Europa veel strenger dan in Amerika, waar Obama de bestaande milieuregels zelfs wil versoepelen voor schaliegaswinning. Ook het toezicht op booractiviteiten is veel strenger in Europa. Zo moeten grondwatervoerende pakketten in Nederland worden afgeschermd met meerdere buizen en heeft Nederland strenge regels opgesteld om oppervlaktevervuiling van bodem en oppervlaktewater te voorkomen.

Ook de hogere bevolkingsdichtheid en de bebouwingsgraad en infrastructuur is een praktische belemmering voor schaliegasboringen. Het zal bij invoering van schaliegaswinning in Europa hoe dan ook leiden tot een veel tragere ontwikkeling van de productie en tot een fors hogere prijs dan in Amerika.

Voor Europa zijn schattingen gemaakt van de risico’s die gemoeid zijn met schaliegaswinning, door het Tyndall Centre in Engeland en het Wuppertal Instituut. Beide gerenommeerde instituten spreken van onvermijdbare milieuschade en onaanvaardbare maatschappelijke risico’s. Onvermijdbare effecten zijn: aantasting van het landschap, uitstoot van verontreinigde stoffen, uitstoot van broeikasgassen bij de aanleg, grondwaterverontreiniging en geluidsoverlast (overdag en ’s nachts). Daarnaast zijn er onzekerheden rond aardbevingen (de eerste schaliegasboring in Engeland veroorzaakte een lichte aardbeving) en rond methaanlekkage, waarvan de schattingen varieren van 2% tot 10% methaanlekkaage.

Een laatste risico betreft het mengsel van water, zand en chemische substanties dat voor een deel (25% in Amerika) met het schaliegas naar boven komt. Dat mengsel bevat toxische, corrosieve,  carcinogene en radioactieve stoffen, zoals benzeen, kwik, arseen en radium 226, die in het grond- en oppervlakte water terecht kunnen komen. Het effect van deze schadelijke (deels kankerverwekkende en DNA-aantastende stoffen) op de gezondheid van mensen is onbekend. Er kan door de borende bedrijven geen enkele garantie worden gegeven dat deze schadelijke effecten onder een minimum niveau blijven. 

Opvallend is dat het Tyndall Centre vooral een strategisch argument gebruikt om schaliegas niet te winnen. Het is een mythe dat schaliegas wordt gebruikt in plaats van kolen of regulier gas. Het is additioneel, wat betekent dat de uitstoot van broeikasgassen fors kan toenemen door de winning van schaliegas, met zo’n 11 ppmv. Schaliegas komt dus bovenop de winning van regulier gas en steenkool en niet in plaats van. Tom Wigley van NCAR, plaatst daar nog een ander strategisch argument bij. Hij prikt de mythe van aardgas als transitiebrandstof door. Stel dat we alle kolen zouden vervangen door aardgas, dan heeft dat nauwelijks effect op het klimaat, vanwege de methaanlekken en de vermindering van het afkoelende zwaveldioxide. 

Mede op grond van deze risico-schattingen voor Europa heeft Frankrijk de winning van schaliegas verboden, Duitsland overweegt hetzelfde en de Britse winning is stil gelegd in verband met mogelijke aardbevingen die er mee verband houden. 

Wat betekent dit alles nu voor Nederland? Nederland is al decennia lang een gasland. Maar is Nederland ook een schaliegasland? Feitelijk is Nederland is door zijn hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid en hoog ontwikkelde infrastructuur niet erg geschikt voor schaliegaswinning. Ook de geschatte voorraden schaliegas zijn niet echt spectaculair. De geschatte schaliegasvoorraden zijn de afgelopen jaren fors naar beneden bijgesteld, met een factor 1000 (!). Sprak men eerst van een omvang van enkele malen Slochteren, nu is dat afgezwakt tot hooguit 10% van Slochteren. Recente schattingen door TNO variëren van 200-500 miljard m3, hetgeen wordt bevestigd door het Amerikaanse EIA (Energy Information Administration), dat tot een schatting komt van ca. 480 miljard m3.

Nederland produceert nu jaarlijks 40-50 miljard kubieke meter gas uit Slochteren. Dat betekent zo’n 10 jaar extra capaciteit aan gas in de vorm van schaliegas. In 2025-2030 is dit gasveld goeddeels leeg, we zouden dat dus kunnen rekken met nog eens 10 jaar. Nederland wil in 2030  jaarlijks 30 miljard kubieke meter produceren uit schaliegas (uit kleine velden). Een aantal bedrijven, zoals het Britse Cuadrilla, waarin Nederland een aandeel van 40% heeft genomen voor wat betreft de Nederlandse schaliegasactiviteiten van het bedrijf. Dit is controversieel, want daarmee heeft de Nederlandse staat een rechtstreeks financieel belang bij het winnen van schaliegas.

In Nederland zijn de proefboringen voorlopig opgeschort tot dat een onderzoek naar de risico’s is afgerond, waarschijnlijk rond de zomer 2013. Daarna volgt de politieke discussie in de Tweede Kamer en het kabinet.

De conclusie moet dan ook zijn dat Nederland heel veel extra moeite moet doen en grote ecologische risico’s neemt om een betrekkelijk geringe hoeveelheid schaliegas te gaan winnen en exploiteren. De kans dat schaliegas in Nederland commercieel aantrekkelijk wordt is dan ook heel klein.

En tenslotte: als samenleving zijn wij een nieuw tijdperk in getreden. Niet langer exploiteren wij ongeremd onze natuurlijke hulpbronnen, maar wij zoeken naar andere oplossingen, meer in co-operatie dan in exploitatie. Het winnen van schaliegas hoort bij het oude tijdperk van exploitatie en niet bij het nieuwe tijdperk van co-operatie. Wij moeten niet alleen waarde ontlenen van de aarde, maar ook waarde toevoegen. Alles rondom schaliegas conflicteert met dit nieuwe paradigma. Dit moeten wij als Nederland niet willen. Wij moeten snel van het gas af en overschakelen op schone energie. Schaliegas is een extra blokkade voor de transitie naar schone energie.   

Volg Jan ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (36)